Grasland 27-03-2023

Grasland 27-03-2023
1 / 15
next
Slide 1: Slide
VeehouderijMBOStudiejaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Grasland 27-03-2023

Slide 1 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?

  • Terugblik vorige les 
  • 4.2.2 De veldperiode
  • 4.2.3 Conservering van het gras

Slide 2 - Slide

Hoeveel kg drogestof komt er van een normale maaisnede af?

Slide 3 - Open question

op hoeveel cm stel je de grasmaaier af?
A
7 a 8 cm
B
9 a 10 cm
C
4 a 5 cm
D
11 a 12 cm

Slide 4 - Quiz

1. Vroeg in het seizoen aan het begin van de stengelvorming.
2. Tijdens de bloei van het gras. 
3. Aan het eind van de dag na een zonnige dag.
a. veel suiker
b. veel eiwit
c. veel structuur

Slide 5 - Drag question

4.2.2 De veldperiode
  • De veldperiode is de tijd dat het gras gemaaid is maar nog op het perceel ligt
  •  veldperiode te lang = kans op droge kuil
  • veld periode te kort = kans op nat product in de kuil
  • Advies is 's ochtends maaien volgende dag gras binnen halen (35 tot 40% DS)

Slide 6 - Slide

Sneller laten drogen: maaien met kneuzer, schudden, temperatuur 
Maaien met kneuzer: gras droogt sneller, suikers komen makkelijker vrij bij het conserveren.
Met regen suikers verdwijnen met regenwater.
Schudden: Door te schudden verdeel je het gras in dunne lagen over het perceel. er is wel een kans op verlies vooral (witte) klaver door schudden naar de bodem zakken.

Slide 7 - Slide

4.2.3 Conservering in het gras
  • Na het inkuilen en tijdens het conserveren  van het gras verandert de samenstelling van het uiteindelijke voer
  • bij het conserveren van de kuil zorgen de melkzuur bacteriën er voor dat het gras in de kuil verzuurt
  • Door de zuurtegraad van de kuil stoppen uiteindelijk alle processen- de kuil is stabiel
  • 2 verschillende fases: de fase met zuurstof en de zuurstofarme fase. In de zuurstof fase kunnen bacteriën in de kuil leven met hulp van de aanwezige zuurstof. Zodra de kuil zuurstofarm is halen de bacteriën die dan nog actief zijn in de kuil hun zuurstof uit verbindingen die in de kuil voorkomen

Slide 8 - Slide

Zuurstof rijke fase
  • De kuil open licht
  • zo kort mogelijk
  • De meeste schimmels, rottingsbacteriën, gisten en colibacteriën leven of kunnen alleen leven in een zuurstofrijke omgeving. Door goed de kuil zuurstofarm te maken, sterven deze organismen af. 
  • Doordat zij gebruik maken van de voedingsstoffen in de kuil, treedt er verlies van voederwaarde (VEM) en eiwit op.

Slide 9 - Slide

Zuurstof arme fase
  • melkzuur bacteriën hebben geen zuurstof nodig. Zij worden actief als de kuil goed afgedicht is. Ze zetten dan de suikers die in de kuil aanwezig zijn om in melkzuur. De PH in de kuil begint daardoor te dalen. Dit proces noemen we fermentatie. 
  • Tegelijk worden ook boterzuur bacteriën actief, zij zetten suikers en melkzuur om in boterzuur. Boterzuur zorgt voor stink kuilen, deze bacteriën wil je dus niet te lang actief hebben
  • Voldoende suikers in de kuil daalt de PH zo ver dat de boterzuur bacteriën niet meer overleven. er wordt alleen nog suiker omgezet in melkzuur.
  • Uiteindelijk wordt de PH zo laag dat ook de melkzuur bacteriën dood gaan in de zure omgeving. Op dat moment stoppen alle biologische processen. De kuil conserveert
  • Een goed geslaagde kuil heeft een frisse zure geur, je ruikt melkzuur.

Slide 10 - Slide

Factoren die het inkuil proces beïnvloeden 
  • Samenstelling van het gras
  • Het aantal micro-organismen in de kuil
  • De temperatuur
  • De bewerking van het product 

Slide 11 - Slide

Samenstelling gras: 
bij de samenstelling van het gras, gaat het om het aandeel droge stof, het suikergehalte en eiwitgehalte.

Droge stof:
De pH van een stabiele kuil is sterk afhankelijk van de droge stof: hoe lager het dsgehalte
op het moment van inkuilen, des te lager moet de uiteindelijke pH worden om
een stabiele kuil te krijgen.Vaak bevat het te natte gras te weinig suikers om dat
moment te bereiken, waardoor boterzuurbacteriën en rottingsbacteriën te lang actief
blijven. In dat geval wordt vaak gebruik gemaakt van toevoegmiddelen. Melasse, een bijproduct uit de suikerindustrie, bevat veel suikers en werkt volgens
hetzelfde principe.

Slide 12 - Slide

Suiker en eiwit gehalte
Als het ingekuilde product te weinig suikers bevat, bijvoorbeeld omdat de veldperiode te lang heeft geduurd of doordat er veel suikers zijn weggespoeld door regen in de veldperiode, dan wordt het voor de melkzuurbacteriën moeilijk de pH laag genoeg te krijgen.
De rottingsbacteriën en de boterzuurbacteriën zullen langer actief blijven en dat zie je terug op je kuiluitslag in de vorm van een hoge ammoniakfractie (eiwitafbraak door rottingsbacteriën) en een hoog gehalte aan boterzuur. Dus aan het melkzuurgehalte, boterzuurgehalte en de NH3 fractie, kun je zien of het inkuilproces goed geslaagd is.

Slide 13 - Slide

Hoe ging de les
0100

Slide 14 - Poll

Tips en tops

Slide 15 - Mind map