LOG H5 Winkelpresentatie

Hoofdstuk 5 Winkelpresentatie 

Blz. 267 t/m 298
1 / 63
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

This lesson contains 63 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 5 Winkelpresentatie 

Blz. 267 t/m 298

Slide 1 - Slide

Waar denk je aan
bij het woord
winkelexterieur

Slide 2 - Mind map

5.1 Inleiding
Wanneer je door een winkelstraat loopt zie je veel verschillende winkels. Winkels willen graag klanten aantrekken. Dit doen ze onder andere door een mooie etalage. Niet alleen de buitenkant van de winkel moet er mooi uitzien, ook de binnenkant van de winkel moet netjes en verzorgd zijn. In dit hoofdstuk leer je hoe winkels zich kunnen presenteren. 

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

5.2 Doelstellingen
Na dit hoofdstuk kun je:
  • vertellen waarom het belangrijk is dat een winkel een goede eerste indruk maakt
  • benoemen wat er allemaal tot de directe winkelomgeving behoort
  • uitleggen wat het verschil tussen een open, gesloten en halfgesloten etalage is
  • vertellen welke vier ruimtes een winkel vaak heeft
  • uitleggen wat het gouden schap is

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Winkelfront
gevel/pui
ingang/entree
buitenpresentatie
etalage

Slide 7 - Drag question

stopkracht
zuigkracht
attentiewaarde

Slide 8 - Drag question

Slide 9 - Video

Wat hoort er denk je allemaal bij de directe winkelomgeving?

Slide 10 - Open question

architectuur
stoep voor de winkel
buurpanden
fietsenstalling
parkeervlakken
verlichting
achtergrondmuziek
vlaggen
reclameborden die buiten staan
plantenbakken
bankjes
afvalbakken
gevel
Directe winkelomgeving

Slide 11 - Slide

Maak opdracht 5.01 t/m 5.08 (blz. 148 t/m 156)

Slide 12 - Slide

5.5 Etalage
Een etalage:
  • aandacht trekken
  • stopkracht bezitten
  • uitstraling hebben
  • actueel zijn
  • klanten binnenlokken
  • mogelijke nieuwe klanten aantrekken

Slide 13 - Slide

Zoek op Google een afbeelding van een open etalage en plaats deze hieronder

Slide 14 - Open question

Open etalage
Bij een open etalage kan je vanuit de etalage de winkel in kijken, De open etalage maakt vaak (niet altijd) deel uit van de verkoopruimte.

Voordeel: De winkel lijkt groter en er kan meer daglicht binnenkomen

Nadeel: De attentiewaarde van de etalage is kleiner. De etalage valt minder op. Ook kunnen klanten zich bekeken voelen.

Slide 15 - Slide

Zoek op Google een afbeelding van een gesloten etalage en plaats deze hieronder

Slide 16 - Open question

Gesloten etalage
Bij een gesloten etalage kan je niet de winkel in kijken. De achterkant van de etalage is volledig dicht.

Voordeel: De etalage kan mooi worden ingericht en valt op

Nadeel: Er kan geen daglicht de winkel binnenkomen

Slide 17 - Slide

Zoek op Google een afbeelding van een halfgesloten etalage en plaats deze hieronder

Slide 18 - Open question

Halfgesloten etalage
Bij een halfgesloten (half open) etalage is de etalage gedeeltelijk gesloten. De klant kan gedeeltelijk naar binnen kijken.

Voordeel: De etalage kan mooi worden ingericht, valt op en er kan daglicht de winkel binnen komen

Nadeel: De attentiewaarde van de etalage kan kleiner zijn. Ook kunnen klanten zich bekeken voelen

Slide 19 - Slide

Hoeketalage
Portieketalage
Eilandetalage
Frontetalage

Slide 20 - Drag question

Slide 21 - Video

Maak opdracht 5.09 & 5.10 (blz. 160)

Slide 22 - Slide

5.6 Winkelinterieur
Het winkelinterieur is de binnenkant van de winkel. Het winkelinterieur moet passen bij het exterieur. De uitstraling van het interieur moet duidelijk maken om wat voor soort winkel het gaat en moet de klant zich thuis laten voelen. De aankleding en sfeer van het interieur moeten overeenkomen met de huisstijl van de onderneming en eenduidig zijn met het winkelexterieur.

Slide 23 - Slide

Wat is het verschil tussen prijsshopping en funshopping?

Slide 24 - Open question

5.6.1. Visual merchandising
Visual merchandising is de kunst van het verleiden van de klant. Het is een manier van artikelen presenteren, die voor de maximale uitstraling van de producten zorgt én tot kopen aanzet. Met een goede presentatie beleeft de klant de artikelen in de winkel maximaal. Hij kan ze zien, ruiken, horen, voelen en beleven.

Slide 25 - Slide

Wat is het doel van visual merchandising?

Slide 26 - Open question

Hetzelfde product, maar een totaal andere beleving

Slide 27 - Slide

5.6.2. Routing
De routing is de looproute die klanten moeten volgen om door de winkel te gaan. Deze route wordt sterk bepaald door de verschillende producten en productgroepen. 
Er zijn drie verschillende productgroepen:
  • Moetgroepen
  • Magneetgroepen
  • Impulsgroepen

Slide 28 - Slide

Wat zou een verkoopsterke zone en een verkoopzwakke zone?

Slide 29 - Open question

Een strategische plaats die bijna iedere klant bezoekt, noem je een...
A
Verkoopzwakke plaats
B
Verkoopsterke plaats

Slide 30 - Quiz

5.6.4. Winkelinrichting
Iedere winkel ziet er anders uit, maar bevat meestal de volgende ruimtes:
  • Verkoopruimte (worden artikelen gepresenteerd om verkocht te worden)
  • Serviceruimte (wordt gebruikt om het winkelen aangenaam te maken)
  • Kassa ruimte (kunnen klanten afrekenen)
  • Operationele ruimte (niet toegankelijk voor klanten zoals magazijn)

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Winkellay-out

Slide 33 - Slide

Wat hoort er bij
de verkoopruimte?

Slide 34 - Mind map

Wat hoort er bij
de operationele ruimte?

Slide 35 - Mind map

Wat hoort er bij
de serviceruimte?

Slide 36 - Mind map

Maak opdracht 5.11 t/m 5.17 (blz. 161 t/m 167)

Slide 37 - Slide

5.7 Klantgedrag
Kenmerkend gedrag van klanten is:
  • Klanten zijn rechts georiënteerd
  • Klanten vinden de beste looprichting linksom, dus tegen de klok in
  • Klanten hebben de voorkeur voor de buitenpaden
  • Klanten hebben liever brede dan smalle paden
  • Klanten hebben meer aandacht voor het begin e einde van de stellingen
  • Klanten houden niet van dode hoeken
  • Klanten willen liever niet twee keer langs hetzelfde stuk komen 

Slide 38 - Slide

Grijphoogte
Bukhoogte
Ooghoogte
Reikhoogte

Slide 39 - Drag question

Vrije routing
Gedwongen routing

Slide 40 - Slide

Maak opdracht 5.18 t/m 5.22 (blz. 168 t/m 172)
+ vul de begrippenlijst in & eindopdrachten

Slide 41 - Slide

Een goede artikelpresentatie heeft:

Attentiewaarde

Slide 42 - Slide

Verwantschappen

Slide 43 - Slide

Combinatieplaatsingen
Contraplaatsing
Nabuurplaatsing
Rug-aan-rugplaatsing

Slide 44 - Drag question

4.6 Artikelen bijvullen
Lege schappen zorgen voor:
  • Minder verkoop
  • Ontevreden klanten

Slide 45 - Slide

Een facing is een zichtbare voorkant van en artikel in het schap. Als je vier exemplaren van hetzelfde artikel op een rij naast elkaar zet, spreek je van vier facings.

Wat de attentie waarde ook verhoogt is gebruik maken van een brandpunt of eyecatcher

Slide 46 - Slide

Bij het presenteren van het assortiment van een winkel wordt er gebruik gemaakt van 'family grouping'. Wat denk je dat family grouping betekent?

Slide 47 - Open question

Bijvullen tijdens openingstijden
Als je de winkel gaat bijvullen tijdens openingstijden let je op de volgende punten:
  • Houd rekening met de klant.
  • Zorg ervoor dat je niet in de weg staat.
  • Zorg dat je geen gangpaden blokkeert.
  • Houd artikelen altijd bereikbaar voor de klant.
  • Begroet langslopende klanten.
  • Let erop of je klanten kunt helpen.
  • Gebruik alleen een kar of een container als dat echt nodig is.
  • Ruim afval direct op.

Slide 48 - Slide

Wat betekent THT-datum en wat betekent TGT-datum?

Slide 49 - Open question

 Presentatieplan
In een presentatieplan staan de thema's en acties voor een bepaalde periode en wanneer en waar die plaatsvinden. 

Het presentatieplan moet aansluiten bij de winkelformule en bijdragen aan de herkenbaarheid van de winkel.

Slide 50 - Slide

6.2 Huisstijl
Een belangrijk aspect van de winkelpresentatie is de huisstijl. De huisstijl sluit aan bij de winkelformule en komt terug in de winkelpresentatie, zowel offline als online. De huisstijl is de visuele identiteit van een winkel en vind je terug in een duidelijk gebruik van de naam van de winkel, logo, bepaalde kleuren en vaste lettertypen.

Slide 51 - Slide

Slide 52 - Video

Kleur is een belangrijk communicatiemiddel bij het bepalen van de eerste indruk van een winkel. Kleur heeft de eigenschap de sfeer te beinvloeden, een indruk te wekken of iemand in een bepaalde stemming te brengen. Bij elke kleur hoort een gevoel

Slide 53 - Slide

Slide 54 - Slide

Welke bijzondere eigenschap heeft kleur?
A
Mogelijkheid tot communiceren
B
Beïnvloeden van de sfeer
C
Maken van associaties
D
Iets goedkoop laten lijken

Slide 55 - Quiz

Etaleerdriehoek

Slide 56 - Slide

Signing

Slide 57 - Slide

6.5 Webshopinterieur
Een webshop is responsive wanneer
A
De webshop er goed uitziet op computer, laptop, tablet of smartphone
B
Je je kunt abonneren op een nieuwsbrief
C
De webshop ook via socialmedia is te vinden
D
Je er vragen kunt stellen aan een chatbot

Slide 58 - Quiz

Slide 59 - Video

Het presentatieplan bestaat uit verschillende onderdelen:

Doel
Tijdsplanning
Doelgroep
Thema of actie
Artikelen
Budget
Er zijn verschillende soorten presentatieplannen:

Frontpresentatie 
Buitenpresentatie + etalage
Schappenplan
Plattegrond waarop alle schappen, rekken en bakken zijn ingedeeld
Displayplan
Welke artikelen wanneer en hoelang in de winkel worden gepresenteerd

Slide 60 - Slide

Slide 61 - Slide

Slide 62 - Slide

Sommige artikelen plaats je opzettelijk uit elkaar. Bij die artikelen is sprake van gescheiden plaatsing. Kleine, kostbare en gevaarlijke artikelen worden bijvoorbeeld in een vitrine gepresenteerd.

Slide 63 - Slide