oefenen voor toets thema 5 vakantie en 6 natuur

oefenen toets thema 5 vakantie en 6 natuur
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsBeroepsopleiding

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

oefenen toets thema 5 vakantie en 6 natuur

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat moet je kennen?
zitten/staan/liggen/lopen te met hele werkwoord
voltooid tegenwoordige tijd
passief met 'er'
voegwoorden; als, zodat
werkwoorden met vast voorzetsel: kijken naar, houden van, vergelijken met, afhangen van
zijn aan het... met hele werkwoord

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Welke zin is correct?
A
Ik begin direct met de presentatie, zodra iedereen is aanwezig.
B
Zodra ik heb mijn diploma, ga ik solliciteren bij een groot bedrijf
C
Ik stuur je mijn visitekaartje, zodra ik de juiste informatie heb gevonden.

Slide 3 - Quiz

Uitleg: Zodra is een voegwoord dat een bijzin inleidt. Dit betekent dat de persoonsvorm (heb gevonden) helemaal aan het einde van de zin moet staan.


overtreffende trap:
hij is slim- ik ben slimmer---
A
mijn zus is nog slimmer
B
mijn zus is het slimst

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Overtreffende trap: ik ben klein.......
A
jij bent kleinst, zij is kleinste
B
jij bent kleiner, zij is kleinerder
C
jij bent kleiner, zij is het kleinst

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

schrijf de overtreffende trap van graag op

Slide 6 - Open question

This item has no instructions

Welk woord past in de zin?
Het kind.... een zandkasteel te maken
A
zit
B
staat
C
loopt

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Welke zin is correct?
A
Ik begin direct met de presentatie, zodra iedereen is aanwezig.
B
Zodra ik heb mijn diploma, ga ik solliciteren bij een groot bedrijf
C
Ik stuur je mijn visitekaartje, zodra ik de juiste informatie heb gevonden.

Slide 8 - Quiz

Uitleg: Zodra is een voegwoord dat een bijzin inleidt. Dit betekent dat de persoonsvorm (heb gevonden) helemaal aan het einde van de zin moet staan.

Waarom is A fout? De persoonsvorm (is) staat niet aan het eind.


Welke zin is correct?
A
Ik ga solliciteren voor die baan, hoewel ik nog niet alle diploma's heb.
B
Ik begrijp de grammatica goed, hoewel de docent legt het niet uit.
C
Hoewel het regende hard, ging hij toch op de fiets naar de taalles.

Slide 9 - Quiz

Bij hoewel moet de persoonsvorm (heb) aan het einde van de bijzin staan.
Waarom zijn de andere fout?

Bij B moet het zijn: "...hoewel het hard regende."
Bij C moet het zijn: "...hoewel de docent het niet uitlegt
Maak twee zinnen:
1. maak een zin met : kijken-naar
2.maak een zin met: vergelijken - met

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Welke zin is correct?
A
Mijn nieuwe baan is even leuk dan mijn oude baan.
B
Hij spreekt even goed Nederlands als zijn vrouw
C
Ik werk even veel uren zoals jij.

Slide 11 - Quiz

Even + bijvoeglijk naamwoord + als
Voorbeeld: "Ik ben even oud als mijn collega." (We zijn allebei 30).
Veelgemaakte fouten (B1-valkuilen)
Dan vs. Als: Gebruik als bij gelijkheid en dan bij een verschil (groter dan, beter dan).
Hetzelfde: Je kunt ook zeggen: "Wij hebben dezelfde leeftijd," maar bij een bijvoeglijk naamwoord gebruik je even... als.
Quizvraag voor de cursiste
Wat is de volgorde van de trappen van vergelijking van...?
'veel'
A
veel, meer, meest(e)
B
meer, veel, meest(e)
C
veel, meest(e), meer
D
veel, meest(e), meer

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Ik ben gevoelig..... de zon
A
in
B
voor

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Vul de goede voorzetsel in:
1. Ik spaar........... een JBL box
2. Ik geniet.... het lekkere ijsje

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Welke werkwoorden horen bij deze zelfstandige naamwoorden? 1.de tent
2. de koffer 3. vakantiedagen 4. de vlucht 5. het hotel

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Welke zin is correct:
A
Als ik naar een ander land zou gaan, zou ik mijn familie erg missen
B
Als ik naar een ander land zou gaan, ik zou mijn familie erg missen.
C
Als ik naar een ander land zou gaan, zou ik mijn familie erg gemist

Slide 16 - Quiz

Uitleg: In de hoofdzin (het tweede deel) moet na de komma direct de inversie plaatsvinden: het werkwoord zou komt eerst, dan het onderwerp ik.
Valkuilen: Bij B ontbreekt de inversie. Bij C ontbreekt het onderwerp. Bij D wordt een voltooid deelwoord gebruikt, terwijl er een infinitief (missen) nodig is.
welke vorm van het woord is goed?
A
wijs-wijser
B
wijs- wijzer

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

hoe schrijf jet het voltooid deelwoord:
1. in de klas wordt heel veel........... (kletsen)
2. mijn vriend heeft altijd........ (surfen)

Slide 18 - Open question

This item has no instructions