Les 5 Taalverzorging: de persoonsvorm in tegenwoordige en verleden tijd

1 / 53
next
Slide 1: Slide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

De persoonsvorm spellen in tt en vt

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.

Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

informatie
doen
Voorkennis activeren
#EBE7F7
#9C89D7
Theorie/Instructie
#F8DACF 
#FE8F6B
Verwerking
#C4E5C9
#38A84A
Afsluiting
#EBE7F7
#9C89D7

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 6 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Terugblikken
  • Voorkennis activeren 
  • Leerdoelen van de les 
  • Uitleg zwakke en sterke werkwoorden
  • Uitleg tegenwoordige en verleden tijd
  • Uitleg spelling sterke en zwakke werkwoorden
  • Opdracht checkvragen
  • Opdracht boek
  • # Exit ticket 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Op de volgende slides staan er vragen op over de vorige les.
- hun/zij
- jou/jouw, mij/mijn, u/uw
Terugblikken

Slide 8 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
Wat was het verschil tussen u en uw en mij en mijn en jou en jouw?

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Persoonlijk voornaamwoord

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Bezittelijk voornaamwoord 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?
Ga je ook naar zijn feestje? 
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?
Ik zag haar gisteren nog in het park.
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?
Het was hun idee om een groot feest te organiseren.
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?

Ik heb ze van Yusuf geleend.
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord?

Uw sleutels zijn door haar gevonden.
A
persoonlijk voornaamwoord
B
bezittelijk voornaamwoord

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel vragen heb je goed beantwoord?
05

Slide 18 - Poll

This item has no instructions

              Voorkennis activeren

Slide 19 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
           Theorie sterke werkwoorden 
Sterke werkwoorden veranderen van klinker in de verleden tijd.
Ze krijgen geen -de of -te.

lopen → liep

vinden → vond

komen → kwam

👉 Deze werkwoorden moet je leren en onthouden.

Slide 20 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Voorkennis

Slide 21 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 

Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
B
C
D

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

timer
5:00
Voorkennis
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Vraag 4

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  • Ik weet wat het onderwerp van de zin is en kan het omcirkelen.
  • Ik kan de persoonsvorm in de zin vinden door de zin vragend te maken
  • Ik kan de persoonsvorm op de juiste manier in de tegnwoordige tijd schrijven
  • Ik kan de persoonsvorm op de juiste manier in de verleden tijd schrijven

Begrippen
  • Zin
  • Onderwerp
  • Persoonsvorm
  • Vragende zin
  • Tegenwoordige tijd (tt)
  • Verleden tijd (vt)Werkwoord
  • Juist gespelde persoonsvorm

Slide 24 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
              Inleiding
De vorige les hebben jullie het verschil geleerd tussen hun en zij. Verder weet je wanneer je u of uw, jou of jouw en mij en mijn moet gebruiken.
In deze les ga je leren hoe je het onderwerp in de zin vindt en de juiste vorm van de persoonsvorm kan opschrijven in de tegenwoordige en verleden tijd.

Slide 25 - Slide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
           Theorie
Een werkwoord geeft aan wat iets of iemand doet of wat er gebeurt.

Een werkwoord in de tegenwoordige tijd geeft aan wat iets of iemand nu doet of wat er nu gebeurt.

Een werkwoord in de verleden tijd geeft aan wat iets of iemand al heeft gedaan of wat er al is gebeurd. Dat kan jaren geleden zijn, maar ook een minuut geleden.

Slide 26 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Tegenwoordige tijd:
Ik ga vandaag met vrienden op de fiets naar het park.

Verleden tijd:
Mijn vrienden brachten mij gisteren naar de trein.

Slide 27 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Sterke werkwoorden

Hij liep snel naar huis. (lopen)

Wij vonden de sleutels onder de tafel. (vinden)

Slide 28 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.



Wij stonden gisteren lang in de file op de snelweg
A
tegenwoordige tijd
B
verleden tijd

Slide 29 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

De bus reed vanmorgen keihard de halte voorbij.
A
tegenwoordige tijd
B
verleden tijd

Slide 30 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Vandaag krijg ik eindelijk mijn nieuwe scooter.
A
tegenwoordige tijd
B
verleden tijd

Slide 31 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Leg het verschil uit tussen zwakke en sterke werkwoorden?

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

           Instructie
Als je werkwoorden in de verleden tijd foutloos wilt spellen, is het belangrijk om te weten of het werkwoord zwak of sterk is.

Zwakke werkwoorden veranderen niet van klank als je ze in de verleden tijd zet.
Sterke werkwoorden veranderen wel van klank als je ze in de verleden tijd zet.

Slide 33 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Slide 34 - Video

This item has no instructions

Voorbeelden
Zwakke werkwoorden

tegenwoordige   verleden tijd
tijd.
voelen                     voelden              
fietsen                      fietsten
Voorbeelden
Sterke werkwoorden

tegenwoodige  verleden tijd
tijd
lopen                    liepen
bijten                    beten

Slide 35 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Voorbeelden
Zwakke werkwoorden

Ik werkte gisteren in de keuken. (werken)

Zij maakte haar huiswerk na school. (maken)

Slide 36 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Maak de verleden tijd zin
Peter (mailen) het idee aan zijn klasgenoten.
A
mail
B
mailt
C
mailde
D
mailden

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Maak de verleden tijd tijd
Ik (halen) een broodje in de aula.
A
haal
B
haalt
C
haalde
D
haalden

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

           Theorie zwakke werkwoorden 
Zwakke werkwoorden krijgen in de verleden tijd -de of -te.
Regel:
  • Hoor je aan het eind van de stam een t, k, f, s, ch of p?
→ dan komt er -te

Anders → -de

👉 ’t kofschip

Slide 39 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.



Wanneer is mijn opdracht goed?

Slide 40 - Open question

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
           Aan de slag
Maak nu opdracht 3 en 4 op bladzijde 282  en 283
Als je klaar bent ga je verder op Numo - Nederlands - Taken- persoonsvorm.

Slide 41 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

Onze nieuwe collega ....... (houden) erg van thee.
(tegenwoordige tijd)
A
houd
B
houdt
C
houde
D
hield

Slide 42 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Vorige zomer (werken) Els op de boerderij.
(verleden tijd)
A
werkt
B
werk
C
werkte
D
werkde

Slide 43 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Afsluiting

Slide 44 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen
           uit deze les
  • Zin
  • Onderwerp
  • Persoonsvorm
  • Vragende zin
  • Tegenwoordige tijd (tt)
  • Verleden tijd (vt)
  • Werkwoord
  • Juist gespelde persoonsvorm 

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket 
Je krijgt drie zinnen te zien waarbij jij het goede antwoord moet kiezen.

Slide 46 - Slide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf
1. Gisteren ____ ik een film op tv.
A
kijk
B
kijkte
C
keek
D
keekte

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions

2. Hij ____ zijn kamer netjes op.
A
ruimde
B
ruimte

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

3. Wij ____ naar school door de regen.
A
loopten
B
liepen
C
gelopen

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions


Slide 50 - Open question

This item has no instructions

Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 51 - Slide

This item has no instructions


Ben je blij met het resultaat?
😒🙁😐🙂😃

Slide 52 - Poll

This item has no instructions

Eindslide

De volgende les leren we hoe we een sollicitatieformulier moeten invullen

Slide 53 - Slide

This item has no instructions