wat weet jij van voegen?

Wat vind je in de Uitvoeringsrichtlijnen (URL)?
A
De richtlijnen op het gebied van veilig en gezond werken.
B
De kwaliteitseisen waaraan goed tegelwerk minimaal moet voldoen.
C
De verwerkingsvoorschriften van verschillende soorten lijm.
1 / 12
next
Slide 1: Quiz
TegelzettenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Wat vind je in de Uitvoeringsrichtlijnen (URL)?
A
De richtlijnen op het gebied van veilig en gezond werken.
B
De kwaliteitseisen waaraan goed tegelwerk minimaal moet voldoen.
C
De verwerkingsvoorschriften van verschillende soorten lijm.

Slide 1 - Quiz

Je herstelt voegloos tegelwerk. Je moet een gescheurde tegel weghalen.
Wat is de werkvolgorde?
A
Lijm verwijderen, een gat in het midden van de gescheurde tegel maken, gescheurde tegel verwijderen.
B
Gescheurde tegel verwijderen, lijm verwijderen, een gat in het midden van de gescheurde tegel maken.
C
Een gat in het midden van de gescheurde tegel maken, gescheurde tegel verwijderen, lijm verwijderen.

Slide 2 - Quiz

Welke voeg gebruik je voor glasmozaïek?
A
kant en klare voeg (bijv. 706 eurocol)
B
2 compententen (epoxy voeg)

Slide 3 - Quiz

Met welke materialen voegen ze vroeger het tegelwerk? cement en ....?

Slide 4 - Open question

Waar vind je de mengverhouding voor het aanmaken van voeg?
A
Dat krijg van je leermeester.
B
net zo lang water toevoegen dat je het kan smeren.
C
Op de zak voeg.

Slide 5 - Quiz

Wat is de juiste volgorde van voegen wandtegels?
A
inwassen/ kitnaad uitkrabben/ nasponzen
B
inwassen/formeren voegen/ nasponzen
C
inwassen / nasponzen
D
inwassen/ kitnaad uitkrabben / formeren voegen/ nasponzen

Slide 6 - Quiz

Zijn alle voegen toepasbaar voor elke voegbreedte?
A
Ja
B
Nee
C
Geen idee

Slide 7 - Quiz

Bij elke voeg hoort een andere water meng verhouding?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz

Is elke voeg bestand tegen vorst en weer(regen/sneeuw/zure regen)?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz

Moet wandtegelwerk volledig uitgehard zijn voor dat je kan voegen?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz

Hoe controleer je of een voeg voldoende is opgedroogd?
A
Door te kijken of de kleur verandert
B
Door licht te drukken en te voelen of de voeg afgeeft
C
Door water op de voeg te sprenkelen
D
Door met een spijker langs de voeg te gaan

Slide 11 - Quiz

Wanneer begin je met het afsponzen van de voegen?
A
Direct na het voegen
B
Wanneer de voeg licht is aangetrokken
C
Als de voeg volledig droog is

Slide 12 - Quiz