Fotosynthese: energie voor leven

Energie voor leven: hoe doen planten dat?

1 / 25
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurwetenschappenSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

Energie voor leven: hoe doen planten dat?

This item has no instructions

Klasregels

  • Actief deelnemen en inzet tonen

  • Respect hebben voor elkaar en voor materiaal

  • Waarnemingen zorgvuldig noteren

De gebruiker vroeg expliciet om een slide met klasregels. Houd dit kort en functioneel zodat de lesfocus snel naar de inhoud kan verschuiven.

Waar haal jij de energie vandaan om
te bewegen en te groeien?

Gebruik deze woordenwolk als voorkennisactivatie na de leerdoelen. Verwachte input: voedsel, zon, groei, beweging, ademhaling, planten, kracht. Pik het verschil op tussen energie voor levensprocessen en 'je energiek voelen'.

Waar halen planten de energie vandaan
om te kunnen groeien?

Gebruik deze woordenwolk als voorkennisactivatie na de leerdoelen. Verwachte input: voedsel, zon, groei, beweging, ademhaling, planten, kracht. Pik het verschil op tussen energie voor levensprocessen en 'je energiek voelen'.

Herhaal de termen producent en consument expliciet, zoals gevraagd. Vermijd hier uitzonderingen zoals vleesetende planten; focus op de basisindeling.

Autotroof of heterotroof?

Autotroof

Heterotroof

Paard

Zonnebloem

Paddenstoel

Spin

This item has no instructions

Welke uitspraak klopt over autotroof en heterotroof?

A

Autotrofen maken zelf energie

B

Heterotrofen maken zelf energie

Toetst het kernverschil uit slides 3-6. Distractors grijpen in op typische misvattingen: producent/consument omwisselen en denken dat alle organismen zonlicht als energiebron gebruiken.

Herhaal de termen producent en consument expliciet, zoals gevraagd. Vermijd hier uitzonderingen zoals vleesetende planten; focus op de basisindeling.

Fotosynthese

Wat maakt een plant via fotosynthese?

Voorstelling glucose

Voorstelling zetmeel

Herhaal de termen producent en consument expliciet, zoals gevraagd. Vermijd hier uitzonderingen zoals vleesetende planten; focus op de basisindeling.

Fotosynthese

Wat heeft een plant nodig om fotosynthese uit te voeren?

Herhaal de termen producent en consument expliciet, zoals gevraagd. Vermijd hier uitzonderingen zoals vleesetende planten; focus op de basisindeling.

Fotosynthese

Wat heeft een plant nodig om fotosynthese uit te voeren?

Herhaal de termen producent en consument expliciet, zoals gevraagd. Vermijd hier uitzonderingen zoals vleesetende planten; focus op de basisindeling.

Onderzoek

  • Werk per twee

  • Neem jullie werkbladen

  • Lees de proeven aandachtig door

  • Bespreek wat we met deze proeven willen te weten komen

De gebruiker vroeg om instructies voor het onderzoek. Dit is procedureel, maar blijft inhoudelijk relevant omdat het naar bewijs voor fotosynthese toewerkt.

Onderzoek fotosynthese

Onderzoeksvraag


1: Wat is de invloed van ... op de vorming van het aantal gasbelletjes door waterpest?


2: Wat is de invloed van ... op de vorming van zetmeel door een geranium?

De gebruiker vroeg om instructies voor het onderzoek. Dit is procedureel, maar blijft inhoudelijk relevant omdat het naar bewijs voor fotosynthese toewerkt.

Onderzoek fotosynthese

Hypothese


1: Een grotere aanwezigheid van ... leidt tot een stijging/daling in de vorming van het aantal gasbelletjes door waterpest


2: Als een geranium wordt blootgesteld aan ..., dan vindt er wel/geen vorming van zetmeel plaats in de bladeren.

De gebruiker vroeg om instructies voor het onderzoek. Dit is procedureel, maar blijft inhoudelijk relevant omdat het naar bewijs voor fotosynthese toewerkt.

Onderzoek fotosynthese

Besluit


1: Door invloed van ... werden er meer/minder gasbelletjes gevormd.


2: Door invloed van ... was er ... aanwezig in de belichte delen van de bladeren.



De gebruiker vroeg om instructies voor het onderzoek. Dit is procedureel, maar blijft inhoudelijk relevant omdat het naar bewijs voor fotosynthese toewerkt.

Fotosynthese

Wat heeft een plant nodig om fotosynthese uit te voeren?

Herhaal de termen producent en consument expliciet, zoals gevraagd. Vermijd hier uitzonderingen zoals vleesetende planten; focus op de basisindeling.

Reactieschema

lichtenergie

Koolstofdioxide + water → glucose + zuurstofgas

De gebruiker vroeg om instructies voor het onderzoek. Dit is procedureel, maar blijft inhoudelijk relevant omdat het naar bewijs voor fotosynthese toewerkt.

Reactieschema

gas

De gebruiker vroeg om instructies voor het onderzoek. Dit is procedureel, maar blijft inhoudelijk relevant omdat het naar bewijs voor fotosynthese toewerkt.

Reactieschema

6

6

6

+

+

gas

De gebruiker vroeg om instructies voor het onderzoek. Dit is procedureel, maar blijft inhoudelijk relevant omdat het naar bewijs voor fotosynthese toewerkt.

Reactieschema

Stralingsenergie

Chemische
energie

De gebruiker vroeg om instructies voor het onderzoek. Dit is procedureel, maar blijft inhoudelijk relevant omdat het naar bewijs voor fotosynthese toewerkt.

Wat is géén beginstof of voorwaarde
voor fotosynthese?

A

water

B

zuurstofgas

C

licht

D

koolstofdioxide

Sluit aan bij slide 8 en de waarschuwing in de teacher note: zuurstof is een product, geen beginstof.

Maak de uitleg over fotosynthese volledig

Bij fotosynthese maken groene planten zelf glucose en zuurstofgas aan. Daarvoor nemen ze koolstofdioxide uit de lucht en water uit de bodem op. Ze gebruiken ook de energie van het zonlicht om fotosynthese mogelijk te maken.

fotosynthese
glucose
zuurstofgas
koolstofdioxide
water
zonlicht
consumenten
wortels

Controleert de lastige termen uit slides 7-8 in betekenisvolle context.

Samenvatting en Lernova

De oorspronkelijke input eindigt met 'zelf aan de slag'. In deze contentversie vat de slide samen welke kennis leerlingen nu moeten inzetten.

Fotosynthese?

Meer uitleg Bijna mee Duidelijk!
graag

This item has no instructions

Wat vond je het... moeilijkste, leukste, interessantste,...

Reflectievraag om resterende moeilijkheden zichtbaar te maken. Gebruik antwoorden om de begrippenlijst of herhaling gericht in te zetten.