Oefenen proef 1 brugklas

De Grote Canada quiz!
1 / 36
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

De Grote Canada quiz!

Slide 1 - Slide

Heb je een goed gevoel over de proef van volgende week?
A
B
C
D

Slide 2 - Quiz

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Dit is een:
A
Overzichtskaart
B
Thematische kaart

Slide 6 - Quiz

Waarom is dit een thematische kaart?
A
Het gaat over topografie
B
Het gaat over Canada.
C
Het heeft een legenda
D
Het heeft maar een onderwerp: bevolkingsdichtheid

Slide 7 - Quiz

Waar loopt de nulmeridiaan?
A
Amsterdam
B
Greenwich
C
Nigeria
D
Ottowa

Slide 8 - Quiz

Wat is een andere naam voor breedtecirkels?
A
Parallellen
B
Meridianen
C
Malediven
D
Parabolen

Slide 9 - Quiz

Iemand doet twee uitspraken:
1. Gebieden rondom de evenaar liggen op hoge breedte
2. De evenaar is de grootste breedtecirkel
A
1 is juist en 2 is fout
B
1 is fout en 2 is juist
C
1 en 2 zijn beide juist
D
1 en 2 zijn beide fout

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide


Wat is de meest oostelijke stad in Canada op deze kaart?

A
Toronto
B
Vancouver
C
Halifax
D
Britisch Columbia

Slide 12 - Quiz

Slide 13 - Slide


Waar ligt Calgary?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 14 - Quiz

In Canada is de bevolkingsdichtheid ... en de bevolkingsspreiding ...
A
hoog, ongelijk
B
laag, ongelijk
C
hoog, gelijk
D
laag, gelijk

Slide 15 - Quiz

Wat is de relatieve afstand van Reuver naar Maastricht?
A
62 kilometer
B
50 minuten

Slide 16 - Quiz

De absolute afstand:
A
Kan veranderen
B
Is voor iedereen anders
C
Verandert nooit
D
Verandert per vervoermiddel

Slide 17 - Quiz

Welk schaalniveau zie je hier?
A
Lokaal
B
regionaal
C
Geen van beide
D
Beide

Slide 18 - Quiz

Als je van nationale schaal naar regionale schaal gaat, dan ben je aan het....
A
Inzoomen
B
Uitzoomen

Slide 19 - Quiz

Wat zijn de twee officiële talen van Canada?
A
Engels en Duits
B
Engels en Portugees
C
Engels en Spaans
D
Engels en Frans

Slide 20 - Quiz

De schaal is 1: 200.000
dit betekent:
A
1 km op de kaart betekent 200.000 cm in werkelijkheid
B
1 cm in het echt betekent 200.000 cm op de kaart
C
1 cm op de kaart betekent 200.000 km in werkelijkheid
D
1 cm op de kaart is 200.000 cm in werkelijkheid

Slide 21 - Quiz

De relatieve afstand is de afstand uitgedrukt in
A
Percentages
B
Afstand
C
Reistijd
D
Verschillen

Slide 22 - Quiz

Canada is...
A
Net zo groot als Nederland
B
24 keer groter dan Nederland
C
240 keer groter dan Nederland
D
2400 keer groter dan Nederland

Slide 23 - Quiz

In Canada is het in de winter meestal:
A
Kouder dan in Nederland
B
Warmer dan in Nederland

Slide 24 - Quiz

Waar in Canada is het het koudst?
A
In het noorden
B
In het zuiden
C
In het oosten
D
In het westen

Slide 25 - Quiz

Kies de plaats die op westerlengte ligt
A
Melbourne, Australië
B
Calgary, Canada
C
Moskou, Rusland
D
Amsterdam, Nederland

Slide 26 - Quiz

De hoofdstad van Canada is...
A
Vancouver
B
Calgary
C
Ottawa
D
Halifax

Slide 27 - Quiz

De bevolkingsdichtheid in de suburbs is ...................... dan die in downtown in de steden in Canada
A
hoger
B
lager

Slide 28 - Quiz

Vancouver ligt aan de oostkust van Canada
A
Juist
B
Onjuist

Slide 29 - Quiz

Slide 30 - Slide

In een legenda staan
A
alle kaarten met een thema op alfabetische volgorde
B
alle landen op alfabetische volgorde
C
alle kaarten in een groot overzicht
D
de betekenis van de kleuren, tekens en symbolen

Slide 31 - Quiz

Waar in de atlas vind je de bladwijzers?
A
voorin de atlas
B
achterin de atlas

Slide 32 - Quiz

Dit deel van de atlas is de/het .....
A
Trefwoordenregister
B
Inhoud
C
Legenda
D
Bladwijzer

Slide 33 - Quiz

Wat is de beste manier om een onbekende plaats in de atlas te vinden?
A
De bladwijzer van de atlas bekijken.
B
In de inhoudsopgave kijken.
C
In de legenda voor in de atlas kijken.
D
In het register van topografische namen kijken.

Slide 34 - Quiz

De bevolkingsspreiding in Canada is ..
A
Gelijk
B
Ongelijk

Slide 35 - Quiz

Heb je een goed gevoel over de proef van volgende week?
A
B
C
D

Slide 36 - Quiz