adverbs and adjectives H2/V2

Hi! How are you today?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ
1 / 17
next
Slide 1: Poll
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hi! How are you today?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 1 - Poll

Planning 
Warm up (5 min) 
Adverbs and adjectives (15 min) 
The choice is yours (3 min) 
Work individually (10 min) 
Exit ticket (5 min) 

Slide 2 - Slide

Learning objectives 
From Goaley: 
Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen adjectives and adverbs en hoe ik beide gebruik in een zin. 

 Ik kan adjectives en adverbs op de juiste manier toepassen in een opdracht.

Ik kan laten zien dat ik mijn aantekeningenschrift en huiswerk op orde heb.

Slide 3 - Slide

What's the difference between these two sentences?

''She is quick!''

''She walks away quickly!''

Slide 4 - Mind map

 Adverbs and adjectives
Bijvoeglijk naamwoord (adjective):
- Zegt iets over een zelfstandig naamwoord: mensen, dieren, dingen.
- Omschrijft meestal hoe iets of iemand is.

Bijwoord (adverb):
- Zegt iets over een werkwoord: lopen, praten, schrijven.
- Omschrijft meestal hoe iets gedaan wordt.

Slide 5 - Slide

Adverbs and adjectives
That's a perfect answer.
'perfect' is een bijvoeglijk naamwoord; zegt iets over een zelfstandig naamwoord en is vaak het onderwerp van de zin (het ding of persoon) (answer).

He sang perfectly.
'perfectly' is een bijwoord; zegt iets over een werkwoord (sing).

Slide 6 - Slide

My grandmother always walks very _____ (slow).
A
slow
B
slowly

Slide 7 - Quiz

The garden is .....
A
beautifully
B
beautiful

Slide 8 - Quiz

She dances ......
A
wonderful
B
wonderfully

Slide 9 - Quiz


You look ..... .Didn't you sleep well?
A
tired
B
tiredly

Slide 10 - Quiz


Mom .......... removed the pot from the stove.
A
calmly
B
calm

Slide 11 - Quiz

They read that book..... (extreme) fast!

Slide 12 - Open question

The choice is yours! 
KEUZEMOMENT: 

Optie 1: Samen met mij nog één laatste opdracht.

Optie 2: Individueel aan de slag met de opdrachten op slide 16. 

Slide 13 - Slide

Learning objectives 
From Goaley: 

Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen adjectives and adverbs en hoe ik beide gebruik in een zin. 

 Ik kan adjectives en adverbs op de juiste manier toepassen in een opdracht.

Slide 15 - Slide

How do you feel about the learning goals for today?
I might need some extra practise but I'll be fine 50%-70%
I feel like I understand everything 80%-100%
I still find it difficult and need some more help 0%- 50%

Slide 16 - Poll

Toodaloo 

Slide 17 - Slide