Groep 7 & 8 Themales W.O.II

De Tweede Wereld Oorlog
Wat gebeurde er tussen 1940 en 1945?

“Vandaag leren we hoe het was om kind te zijn tijdens de oorlog in Nederland.”
1 / 55
next
Slide 1: Slide
Nederlands6th Grade

This lesson contains 55 slides, with text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

De Tweede Wereld Oorlog
Wat gebeurde er tussen 1940 en 1945?

“Vandaag leren we hoe het was om kind te zijn tijdens de oorlog in Nederland.”

Slide 1 - Slide

De Tweede Wereld Oorlog
Thema’s: 
-Anne Frank;
- Verzet;
Kinderen in de oorlog; 
Holocaust; 
Bevrijding, 4 & 5 mei.

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
Dit leer je vandaag:
- Waarom de oorlog begon;
- Hoe kinderen leefden tijdens de oorlog;
- Wie Anne Frank was;
- Wat verzet betekende;
- Wat de Holocaust was;
- Waarom we op 4 en 5 mei herdenken en vieren.

Slide 3 - Slide

Wat weet je al?


“Schrijf één woord dat jij aan de Tweede Wereldoorlog denkt.”


Slide 4 - Slide

Wat weet je al?

- Anne Frank; 
- Hitler; 
- Honger; 
- Bevrijding; 
- Soldaten.

Slide 5 - Slide

Begin van de oorlog
Duitsland valt Nederland binnen
10 mei 1940

Duitse soldaten vallen Nederland binnen.
Nederland moet zich na vijf dagen overgeven.
Vertel erbij:

Nederland wilde neutraal blijven.
Veel mensen waren bang en onzeker.

Slide 6 - Slide

Begin van de oorlog

- Nederland wilde neutraal blijven;
- Veel mensen waren bang en onzeker.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Tijdlijn: Belangrijke momenten

1940 → Duitsland valt Nederland binnen
1942 → Steeds meer Joden worden opgepakt
1944 → Hongerwinter
1945 → Bevrijding van Nederland

Slide 9 - Slide

Kinderen in de oorlog
Hoe was het om kind te zijn?
Kinderen:
 - gingen soms niet meer naar school;
- hadden weinig eten;
- zagen bombardementen;
- moesten soms onderduiken.

Slide 10 - Slide

Kinderen in de oorlog: onderduiken

Wat is onderduiken?


Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Kinderen in de oorlog: onderduiken

Wat is onderduiken?


Slide 13 - Slide

Onderduiken
Stel: je moet plotseling onderduiken. 

Je mag maar 3 dingen meenemen. 

Welke kies je?”


Slide 14 - Slide

Anne Frank


Wie was Anne Frank?



Slide 15 - Slide

Anne Frank
Anne was:
 
- een Joods meisje.
- Ze dook met haar familie onder in Amsterdam.
- Tijdens het onderduiken schreef ze in haar dagboek.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Dagboek


“Ik wil blijven voortleven, ook na mijn dood.”


“Waarom schrijven mensen een dagboek?”

Slide 18 - Slide

Oorlog in inkt;
"Door Oorlog in inkt" 
van Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda

In dit boek lees je veertien waargebeurde verhalen die geschreven zijn naar aanleiding van dagboeken van kinderen in de oorlog.

Slide 19 - Slide

Oorlog in inkt
De verhalen vertellen 

- over kinderen van verschillende leeftijden 
-in diverse plaatsen in Nederland, Duitsland en op Java 
- ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. 

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Oorlog in inkt
Je leest onder andere over:
- het bombardement op Rotterdam;
- jappenkampen; 
- de hongerwinter';
- de jeugdafdeling van de NSB. 

Heel diverse verhalen en niet allemaal even erg of heftig. De verhalen geven een beeld van de oorlog vanuit diverse perspectieven. 


Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

The Holocaust
Wat was de Holocaust?

- De nazi’s vervolgden Joodse mensen.
- Miljoenen Joden werden vermoord.
- Ook kinderen waren slachtoffer.


Slide 25 - Slide

The Holocaust


Waarom is het belangrijk dat we hierover blijven leren?

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Link

Het verzet
In het verzet zaten mensen die hielpen

Verzet betekende:
- mensen helpen onderduiken;
- stiekem informatie verspreiden;
- protesteren tegen de Duitsers.
Voorbeeld:
Sommige mensen vervalsten persoonsbewijzen.

Slide 28 - Slide

Het verzet of niet?
Wat zou jij doen?

Je ziet dat iemand hulp nodig heeft, maar het is gevaarlijk.
Wat doe je?

A. Helpen
B. Niets doen
C. Eerst anderen waarschuwen.

Slide 29 - Slide

De Hongerwinter: Winter 1944-1945
- Er was bijna geen eten.
- Mensen aten tulpenbollen.
- Veel kinderen hadden honger.

Vraag:
“Kun jij je voorstellen hoe dat voelt?”

Slide 30 - Slide

De bevrijding
Nederland wordt bevrijd: 1945

Canadese, Britse en Amerikaanse soldaten bevrijden Nederland.

Mensen:
- hingen vlaggen uit;
- dansten op straat;
- vierden feest.

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

4 mei: Dodenherdenking
Elk jaar op 4 mei:
herdenken we oorlogsslachtoffers;
zijn we 2 minuten stil.


“Waarom is stilte soms belangrijk?”

Slide 34 - Slide

Bevrijdingsdag: 5 mei
Op 5 mei vieren we:
vrijheid;
democratie;
dat we mogen zeggen wat we denken.

“Wat betekent vrijheid voor jou?”

Slide 35 - Slide

De Tweede Wereld Oorlog
Terug naar dagboeken

Slide 36 - Slide

Dagboeken en huiswerk:
Schrijf een kort dagboekfragment alsof jij een kind bent in de oorlog.

Slide 37 - Slide

Deze les:
Wat neem jij mee uit deze les?

Open vraag:
Noem één ding dat jou vandaag heeft geraakt of verrast.

Slide 38 - Slide

Werkwoord spelling


Pak je schema erbij!

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Verleden tijd
We gaan het nog een keer hebben over de verleden tijd

Hoe was het ook alweer?

Slide 41 - Slide

Zwak of sterk?
Stap 1: Gaat het om een zwak of sterk werkwoord


Sterke werkwoorden: leer de lijst uit je hoofd
Zwakke werkwoorden: Zie volgende slide
Zwak werkwoord of sterk werkwoord?

Wat is het verschil?"

Slide 42 - Slide

Zwak of sterk?

Zwakke werkwoorden: Zie volgende slide
Zwak werkwoord of sterk werkwoord?

Wat is het verschil?"

Slide 43 - Slide

Zwak of sterk?

Zwak werkwoord: klank verandert niet in de v.t. 

Sterk werkwoord: klank verandert wel in de v.t.



Slide 44 - Slide

Zwak / sterk
Zwak werkwoord: klank verandert niet in de v.t.:
bakken -> bakten 

Sterk werkwoord: moet je gewoon leren
zwemmen -> zwommen



Slide 45 - Slide

Verleden tijd:
Gaat het om een zwak werkwoord, ga dan aan de slag met"
Stap 2: schrijf het werkwoord op
Stap 3: haal 'en' eraf
Stap 4: bepaal de 'werkletter'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?
Stap 6: Bepaal de ik-vorm van het werkwoord
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n)
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n)

Slide 46 - Slide

Verleden tijd:
Bijvoorbeeld: het werkwoord bakken
Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: bakken
Stap 3: bak
Stap 4: 'k'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?: ja
Stap 6: ik bak
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> ja-> ik bak + te = ik bakte/ wij bakten
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n)

Slide 47 - Slide

Verleden tijd:
Bijvoorbeeld: het werkwoord beloven
Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: beloven
Stap 3: belov
Stap 4: 'v'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?: nee
Stap 6: ik beloof
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> nee
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n) --> ja-> ik beloof + de = ik beloofde/ wij beloofden

Slide 48 - Slide

Verleden tijd:
Bijvoorbeeld: het werkwoord wachten
Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: wachten
Stap 3: wacht
Stap 4: 't'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?: ja
Stap 6: ik wacht
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> ja-> ik wacht + te = ik wachtte /wij wachtten
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n)

Slide 49 - Slide

Verleden tijd:
Bijvoorbeeld: het werkwoord verhuizen
Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: verhuizen
Stap 3: verhuiz
Stap 4: 'z'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?:
Stap 6: ik verhuis
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> nee
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n) --> ja-> ik verhuis + de = ik verhuisde/ wij verhuisden

Slide 50 - Slide

Verleden tijd:
Bijvoorbeeld: het werkwoord kleden
Stap 1: een zwak werkwoord
Stap 2: kleden
Stap 3: kleed
Stap 4: 'd'
Stap 5: Is dit een 't ex kofschip letter?: nee
Stap 6: ik kleed
Stap 7: 't ex kofschip letter -> ja -> + te (n) --> nee
Stap 8: 't ex kofschip letter -> nee -> + de (n) --> ja-> ik kleed + de = ik kleedde/ wij kleedden

Slide 51 - Slide

Slide 52 - Video

Verleden tijd:

Slide 53 - Slide

Verleden tijd:

Slide 54 - Slide

Verleden tijd:

Slide 55 - Slide