Het doel van de schrijver (Nederlands vmbo), les 2: Examentraining

Kinderen lezen in een schoolbibliotheek, oude foto

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Examentraining

Het doel van de schrijver: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: het schrijfdoel van een tekst of alinea bepalen, citeren en de tekstsoort herkennen, met een stappenplan, drie eigen leesteksten en 6 examenvragen.

Items in this lesson

Kinderen lezen in een schoolbibliotheek, oude foto

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Examentraining

Het doel van de schrijver: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: State Government Photographer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examenvraag het schrijfdoel van een tekst of alinea kiezen en de tekstsoort bepalen.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees de vraag: gaat het om de hele tekst of om één alinea?

  • 2. Kijk naar de tekst: titel, opmaak en tekstsoort geven een hint.

  • 3. Zoek signalen: een oproep, 'ik vind', grappen, gevoelens of alleen feiten?

  • 4. Kies: welk doel past bij de hele tekst of alinea? Streep af wat niet kan.

  • 5. Controleer: staat er in de tekst echt wat je keuze zegt?

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Vraagtype 1: doel van de hele tekst

  • Vraag: 'Wat is het schrijfdoel van de tekst?'

  • Lees de titel, de eerste en de laatste alinea.

  • Kies het doel dat bij de hele tekst past.

  • Een doel dat maar bij één zin past, is meestal fout.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tekst 1: Een bijbaan, maar met mate

(1) Steeds meer leerlingen van onze school hebben een bijbaan. Ze vullen schappen, bezorgen pizza's of staan achter de kassa van een snackbar.

(2) Ik vind een bijbaan een goed idee. Je leert omgaan met geld en met verantwoordelijkheid. Ook zie je hoe het is om te werken.

(3) Toch is meer dan tien uur per week te veel. Wie meer werkt, is moe in de les en haalt lagere cijfers. Dat is zonde, want je wilt vooral je diploma halen.

(4) Daarom mijn advies aan alle leerlingen: kies een baan van maximaal tien uur per week. Dan houd je tijd over voor huiswerk, sport en vrienden.

Eigen tekst voor Examenstof

Betogende tekst (opiniestuk van een leerling). De schrijver geeft een standpunt (maximaal tien uur) en onderbouwt dat met argumenten in alinea 2 en 3. Alinea 4 bevat het advies.

Wat is het belangrijkste schrijfdoel van tekst 1?

A

Vertellen welke bijbanen er in de stad zijn

B

Lezers laten lachen om werkende leerlingen

C

Lezers overtuigen om maximaal tien uur te werken

D

Een gevoel van trots uitdrukken

De schrijver geeft een standpunt, argumenten en een advies. Verwachte fout: informatie verstrekken over bijbanen, door alinea 1.

Welk argument geeft alinea 3 voor maximaal tien uur?

Modelantwoord (1 punt): wie meer werkt, is moe in de les en haalt lagere cijfers. Ook goed: je moet vooral je diploma halen. Verwachte fout: alleen 'ze vindt het te veel' zonder reden.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Vraagtype 2: doel van een alinea

  • Vraag: 'Wat is het schrijfdoel van alinea 3?'

  • Lees alleen die alinea, daarna pas de rest.

  • Een citeervraag: schrijf de zin letterlijk over, met punt.

  • Let op de spelling: een fout in het citaat kost een punt.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tekst 2: Nieuwe sporthal

(1) Sportclub De Linde heeft een nieuwe sporthal. Het gebouw heeft twee zalen, een klimwand en een kleine kantine.

(2) De hal is elke dag open van 9.00 tot 22.00 uur. Leden kunnen vooraf een zaal reserveren via de website.

(3) Wat een prachtig gebouw! Wij zijn zo trots op wat onze vrijwilligers hebben neergezet. Dit is echt een droom die uitkomt.

(4) Kom aanstaande zaterdag naar de open dag. Je kunt alle sporten gratis proberen.

Eigen tekst voor Examenstof

Een tekst met verschillende doelen per alinea: 1 en 2 informeren, 3 drukt gevoelens uit (trots, blij), 4 zet aan tot handelen.

Welk schrijfdoel heeft alinea 3?

A

Gevoelens uitdrukken

B

Informatie verstrekken

C

Tot handelen aanzetten

D

Amuseren

'Wat een prachtig gebouw!', 'zo trots' en 'een droom die uitkomt' tonen wat de schrijver voelt. Verwachte fout: tot handelen aanzetten, omdat het over de sporthal als geheel gaat.

Citeer de zin in alinea 4 die iets vraagt.

Modelantwoord (1 punt): Kom aanstaande zaterdag naar de open dag. Niet goed: de tweede zin ('Je kunt alle sporten gratis proberen'), want dat is informatie. Verwachte fout: beide zinnen overschrijven.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Vraagtype 3: tekstsoort en signalen

  • Vraag: 'Welke tekstsoort is dit?' of 'Waaraan zie je het doel?'

  • Informatief, instructief of betogend?

  • Een instructie bestaat vaak uit opdrachten en stappen.

  • Kies een signaal uit de tekst, niet je eigen mening.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tekst 3: Wraps met kip

(1) Wraps met kip, voor 4 personen. Je hebt nodig: 4 wraps, 300 gram kipfilet, een komkommer, sla en yoghurtsaus.

(2) Snijd de kip in reepjes en bak ze acht minuten in de pan. Snijd intussen de komkommer en was de sla.

(3) Verwarm de wraps kort in de magnetron. Smeer yoghurtsaus op elke wrap en leg er sla, komkommer en kip op.

(4) Rol de wraps op en eet smakelijk!

Eigen tekst voor Examenstof

Recept: instructieve tekst. Signalen: lijstje met wat je nodig hebt, stappen in volgorde, opdrachtzinnen (snijd, bak, verwarm, smeer, rol).

Welke tekstsoort is tekst 3?

A

Een informatieve tekst

B

Een instructieve tekst

C

Een betogende tekst

D

Een verhaal

Een recept hoort volgens de syllabus bij de instructieve teksten. Verwachte fout: informatieve tekst, omdat er hoeveelheden in staan.

Waaraan zie je het soort tekst?

Snijd de kip in reepjes en bak ze acht minuten in de pan.

A

De schrijver vindt kip heerlijk

B

De tekst bevat veel grappen

C

De tekst meldt nieuws over kip

D

De zinnen zeggen wat je moet doen

Opdrachtzinnen (snijd, bak) horen bij een instructie. Verwachte fout: de schrijver vindt kip heerlijk; er staat nergens een mening.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Het doel van de hele tekst

2

Het doel van een alinea

3

Een zin citeren

4

De tekstsoort bepalen

Bespreek de uitkomst en oefen het gekozen vraagtype nog een keer met een korte tekst.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag, dan pas de tekst: dan weet je waarop je moet letten.

  • Kijk naar de titel en de laatste alinea: daar staat vaak een oproep.

  • Kies het belangrijkste doel van de hele tekst, niet van één zin.

  • Citeren? Schrijf de zin precies zo op als in de tekst.

This item has no instructions