Het doel van de schrijver (Nederlands vmbo), les 1: Uitleg

Kinderen lezen in een schoolbibliotheek, oude foto

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Het doel van de schrijver

Examenstof Nederlands vmbo

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over het schrijfdoel: informatie verstrekken, een mening geven, overtuigen, tot handelen aanzetten, amuseren en gevoelens uitdrukken. Met informatieve, instructieve en betogende teksten en 6 checks. Voor leesvaardigheid vmbo (NE/K/6).

Items in this lesson

Kinderen lezen in een schoolbibliotheek, oude foto

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Het doel van de schrijver

Examenstof Nederlands vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: NE/K/6, eindterm 4 (schrijfdoel van de auteur) en tekstsoorten (informatief, instructief, betogend). Image credit: State Government Photographer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Wat ga je kunnen?

Ik kan aangeven wat het schrijfdoel van een tekst of een alinea is en dat uitleggen met woorden uit de tekst.

This item has no instructions

Waarom schrijft iemand een tekst? Noem zoveel redenen als je kunt.

Verwacht: vertellen, uitleggen, laten lachen, iets verkopen, je mening geven, iemand bedanken, waarschuwen. Groepeer de woorden op het bord: dat zijn al de schrijfdoelen van vandaag. Veelgemaakte fout: denken dat het schrijfdoel hetzelfde is als het onderwerp. Het onderwerp is waar de tekst over gaat, het schrijfdoel is wat de schrijver ermee wil bereiken.

Kinderen lezen in een schoolbibliotheek, oude foto

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Waarom schrijft iemand?

  • Elke schrijver wil iets bereiken met een tekst. Dat heet het schrijfdoel.

  • Op het examen vraagt een vraag vaak: wat wil de schrijver?

  • Je kiest uit zes schrijfdoelen. Die leer je nu kennen.

  • Het schrijfdoel is niet het onderwerp van de tekst.

Syllabus NE/K/6, eindterm 4: het schrijfdoel van de auteur aangeven. Dit geldt voor BB, KB en GT. Veelgemaakte fout: 'het schrijfdoel is sport' in plaats van 'informatie verstrekken over sport'. Image credit: State Government Photographer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Doelen 1 tot en met 3

  • Informatie verstrekken: de schrijver vertelt feiten, bijvoorbeeld nieuws of uitleg.

  • Een mening geven: de schrijver zegt wat die vindt, bijvoorbeeld in een recensie.

  • Overtuigen: de schrijver wil dat jij het eens wordt en geeft argumenten.

Het verschil tussen een mening geven en overtuigen: bij een mening geven zegt de schrijver wat hij vindt, bij overtuigen wil hij dat de lezer die mening overneemt en geeft hij daarvoor argumenten. Op het examen zijn deze twee zelden allebei een antwoordoptie bij dezelfde vraag. Veelgemaakte fout: denken dat elke tekst met een mening automatisch overtuigt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Doelen 4 tot en met 6

  • Tot handelen aanzetten: de schrijver wil dat jij iets gaat doen, zoals kopen of meedoen.

  • Amuseren: de schrijver wil je laten lachen of een leuk moment geven.

  • Gevoelens oproepen of uitdrukken: de schrijver laat een gevoel zien of wil dat jij iets voelt.

Een oproep als 'Kom naar de open dag' is tot handelen aanzetten. Bij gevoelens uitdrukken schrijft iemand wat hij zelf voelt (blij, boos, trots, verdrietig). Veelgemaakte fout: amuseren verwarren met gevoelens uitdrukken: een grappige tekst is amuserend, ook als de schrijver zelf vrolijk is.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tekst 1: Warme broodjes

(1) De schoolkantine verkoopt vanaf maandag ook warme broodjes. Je kunt ze kopen tot half één. De broodjes zijn er met kaas, met ham of met kip.

Eigen tekst voor Examenstof

Voorbeeld van informatie verstrekken: alleen feiten (wat, wanneer, welke soorten). Er staat geen mening en geen oproep in.

Wat is het schrijfdoel van tekst 1?

A

Overtuigen

B

Informatie verstrekken

C

Amuseren

D

Gevoelens uitdrukken

De tekst noemt alleen feiten over de kantine. Verwachte fout: overtuigen, omdat het over eten gaat; er staan geen argumenten en geen oproep in.

Vul in

Wie laten zien wil wat hij voelt, schrijft om gevoelens uit te drukken. Wie wil dat de lezer iets gaat doen, wil tot handelen aanzetten.

gevoelens
handelen
informeren
amuseren

Gevoelens uitdrukken en tot handelen aanzetten. Verwachte fout: 'amuseren' bij het eerste gat.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Drie tekstsoorten

  • Informatieve tekst: nieuws, formulieren, schema's, notities en teksten op internet.

  • Instructieve tekst: aanwijzingen, gebruiksaanwijzingen en recepten.

  • Betogende tekst: opiniestukken, reclame, advertenties en folders.

  • De tekstsoort geeft vaak een hint over het schrijfdoel.

Syllabus NE/K/6, tekstsoorten: informatief (artikelen in kranten en tijdschriften, alledaags nieuws, standaardformulieren, schema's, notities, internetteksten met hyperlinks), instructief (korte instructieteksten, aanwijzingen en gebruiksaanwijzingen, recepten) en betogend (artikelen, reclameteksten, advertenties, folders). Een instructieve tekst legt uit hoe je iets moet doen. Veelgemaakte fout: een reclame een informatieve tekst noemen omdat er ook feiten in staan.

Reclamezuil langs een gracht in Amsterdam, 2022

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Signalen in de tekst

  • Titel, tussenkopjes en plaatjes geven een hint over het doel.

  • Opdrachten als 'Kom!' en 'Koop nu' wijzen op tot handelen aanzetten.

  • 'Ik vind' wijst op een mening. Grappen en overdrijving wijzen op amuseren.

Op de foto: een reclamezuil met een korte, stevige zin. Vraag: wat wil de maker dat de voorbijganger doet of denkt? Syllabus eindterm 3 (functie van beeld en opmaak) en eindterm 4. Veelgemaakte fout: alleen naar het onderwerp kijken (eten) en niet naar de woorden die de lezer iets laten doen. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tekst 2: Pannenkoeken

(1) Honger? Kom naar Pannenkoekenhuis De Linde! Onze pannenkoeken zijn de allerlekkerste van de stad. Alleen deze maand krijg je bij elk kinderbord een gratis ijsje. Kom snel, want op is op!

Eigen tekst voor Examenstof

Reclametekst. Signalen: een vraag aan de lezer ('Honger?'), een oproep ('Kom naar'), een aanbieding ('gratis ijsje'), een haast-woord ('Kom snel'). De tekst is betogend; het schrijfdoel is tot handelen aanzetten.

Wat is het schrijfdoel van tekst 2?

A

Informatie verstrekken

B

Amuseren

C

Tot handelen aanzetten

D

Gevoelens uitdrukken

'Kom naar' en 'Kom snel' zijn oproepen. Verwachte fout: informatie verstrekken, omdat de tekst ook een aanbieding noemt.

Welke tekstsoort is tekst 2?

A

Een betogende tekst

B

Een instructieve tekst

C

Een informatieve tekst

D

Een schema

Volgens de syllabus horen reclameteksten bij de betogende teksten. Verwachte fout: informatieve tekst.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Meer dan één doel

  • Een tekst kan meer doelen tegelijk hebben, bijvoorbeeld informeren en overtuigen.

  • Vraagt de vraag naar het schrijfdoel? Kies het belangrijkste doel.

  • Kijk wat de tekst als geheel wil bereiken, niet naar één zin.

Op het examen staat er meestal één beste antwoord. Laat leerlingen de vraag stellen: als ik de hele tekst bekijk, wat wil de schrijver vooral? Veelgemaakte fout: de eerste of de laatste zin als doel van de hele tekst nemen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Let op deze valkuilen

  • Een onderwerp ('sport') is geen schrijfdoel.

  • Eén zin met een mening maakt de hele tekst niet meteen een mening of een betoog.

  • Wie informeert, noemt feiten. Wie overtuigt, geeft ook argumenten.

  • Lees de laatste alinea goed: daar staat vaak een oproep.

Dit zijn de drie fouten die in toetsen het vaakst voorkomen: onderwerp en doel verwarren, een kleine mening overschatten, en de oproep aan het eind missen. Maak er een regel van: eerst het hele doel, dan de details.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tekst 3: Nieuw wifi

(1) Sinds maandag heeft onze school nieuw wifi. De verbinding is sneller en werkt nu ook in de gymzaal en de aula.

(2) Leerlingen loggen in met hun schoolaccount. Het wachtwoord staat in het schoolportaal. Bij problemen kun je terecht bij de helpdesk in de mediatheek.

(3) 'Dat is een mooie vooruitgang', vindt de ICT-coördinator.

Eigen tekst voor Examenstof

Overwegend feiten (wat is er nieuw, hoe log je in, waar kun je terecht). De mening in alinea 3 is één zin en bijzaak. Hoofddoel: informatie verstrekken.

Wat is het belangrijkste schrijfdoel van tekst 3?

A

Een mening geven over het nieuwe wifi

B

Informatie verstrekken over het nieuwe wifi

C

Lezers overtuigen van het nieuwe wifi

D

Lezers laten lachen om het nieuwe wifi

Twee van de drie alinea's zijn feiten. Verwachte fout: een mening geven, door alinea 3.

Waaraan zie je dat tekst 3 vooral informeert?

Modelantwoord: er staan vooral feiten in, zoals sneller, ook in de gymzaal en de aula, inloggen met het schoolaccount en de helpdesk in de mediatheek. De mening in alinea 3 is maar één zin. Goed als de leerling feiten noemt. Verwachte fout: alleen 'het is nieuws' zonder voorbeeld.

Welk schrijfdoel vind jij het lastigst te herkennen?

1

Een mening geven of overtuigen

2

Informatie verstrekken

3

Gevoelens uitdrukken

4

Tot handelen aanzetten

Bespreek de uitkomst en neem in de training de gekozen doelen extra mee.

Schrijf een appje en noem het schrijfdoel.

Verwacht een eigen zin plus het doel, bijvoorbeeld 'Kom je vanavond mee voetballen?' (tot handelen aanzetten). Laat een paar voorbeelden voorlezen en de klas het doel raden.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Begrippen (1/2)

  • schrijfdoel: wat de schrijver met zijn tekst wil bereiken

  • informatie verstrekken: de lezer iets vertellen of uitleggen met feiten

  • een mening geven: zeggen wat je zelf vindt

  • overtuigen: de lezer zover krijgen dat hij het met je eens wordt

  • tot handelen aanzetten: de lezer iets laten doen, zoals kopen of meedoen

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Begrippen (2/2)

  • amuseren: de lezer laten lachen of een leuk moment geven

  • gevoelens oproepen of uitdrukken: een gevoel laten zien of bij de lezer opwekken

  • informatieve tekst: tekst die feiten geeft, zoals nieuws of een schema

  • instructieve tekst: tekst die uitlegt hoe je iets doet, zoals een recept

  • betogende tekst: tekst die de lezer wil overtuigen, zoals een reclame of folder

This item has no instructions