Afsluitende themaquiz Geld: Sparen en Lenen

Themaquiz: Geld
Jaar 2
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BurgerschaptestPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Themaquiz: Geld
Jaar 2

Slide 1 - Slide

Themaquiz

Deze themaquiz bestaat uit 2 type vragen:
Meerkeuzevragen
Open vragen (toepassings- en inzichtsvragen)

De themaquiz bestaat uit 18 vragen.

Veel succes!
Waar
ben ik?

Slide 2 - Slide


1. Inkomsten is het geld dat je ontvangt in een bepaalde periode. 

Deze uitspraak is ...
Les: Inkomsten
en uitgaven
A
Juist
B
Onjuist

Slide 3 - Quiz


2. Als je een kledingstuk koopt dan is dit een ...
Les: Inkomsten
en uitgaven
A
Inkomsten
B
Uitgaven

Slide 4 - Quiz


3. Bekijk de tabel. Welk woord moet er komen op het ?
Les: Inkomsten
en uitgaven
Inkomsten
50 euro
Uitgaven
35 euro
?
15 euro
A
Lenen
B
Sparen
C
Uitgaven
D
Abonnement

Slide 5 - Quiz


4. Vul het ontbrekende woord in de zin hieronder in.

Het liefst zou je alles willen kopen, maar daarvoor heb je niet genoeg geld. Daarom moet je .... maken?
Les: Kiezen en 
kopen
A
kopen
B
uitgaven
C
voorrang
D
keuzes

Slide 6 - Quiz


5. Bij het kopen van spullen denk je na over wat het belangrijkste voor jou is. Je koopt dan iets wat je echt nodig hebt en het liefst wilt.

Dit noemen we ...
Les: Kiezen en 
kopen
A
kopen
B
prioriteiten stellen
C
niet belangrijk
D
dringend

Slide 7 - Quiz


6. Kopen betekent dat jij een product of dienst krijgt. In ruil daarvoor geef je geld. 

Deze uitspraak is ...
Les: Kiezen en 
kopen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 8 - Quiz


7. Finn zegt tegen Elmira: "Spullen kun je altijd ruilen."

Deze uitspraak is ...
Les: Kiezen en 
kopen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quiz


8. Je kunt op verschillende manieren betalen. 

Wat is geen betaalmethode?
Les: Betalen
A
Pinnen
B
Stelen
C
Ideal
D
Contant betalen

Slide 10 - Quiz


9. Jessie zegt tegen Ruben: "Fortnite is gratis. In het spel zelf kun je iets kopen zonder dat je daarvoor hoeft te betalen."

Deze uitspraak is ... 
Les: Betalen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quiz


10. Vul het ontbrekende woord in de zin hieronder in.

Als je met een pinpas betaalt dan moet je een ... invullen. 
Les: Betalen
A
pincode
B
postcode
C
wachtwoord
D
gezichtsherkenning

Slide 12 - Quiz


11. Hieronder zie je voorbeelden van abonnementen. Welke is geen abonnement?
Les: 
Abonnementen
A
Netflix
B
De krant
C
Sportschool
D
Pennen

Slide 13 - Quiz


12. Wat is een abonnement?
Les: 
Abonnementen
A
Een verplichting die je aangaat om voor een periode een product of dienst af te nemen
B
Een afbetaling
C
Een huis kopen
D
Een éénmalige betaling

Slide 14 - Quiz


13. Wat is voordeel van een abonnement?
Les: 
Abonnementen
A
Een abonnement is duurder dan een product in één keer kopen.
B
Het product is niet van jou
C
Je hoeft niet in één keer een groot bedrag te betalen.

Slide 15 - Quiz


14. Voor je mobiele telefoon heb je verschillende abonnementen. Wat is een sim-only abonnement?
Les: 
Abonnementen
A
Je betaalt alleen de kosten van het abonnement. Je koopt het toestel zelf.
B
Je betaalt ook een maandelijks bedrag voor het toestel.

Slide 16 - Quiz

Open vragen

Slide 17 - Slide


Les: Kiezen en 
kopen
15. Noem twee voordelen van online winkelen.

Slide 18 - Open question


Les: Kiezen en 
kopen
16. Bij online winkelen is het belangrijk om veilig te shoppen. 

Wat kun je allemaal checken om veilig online te shoppen? Noem twee dingen.

Slide 19 - Open question


Les: Betalen
17. Francis zegt tegen Margot dat het heel belangrijk is om veilig om te gaan met je pincode. Margot vraagt zich af hoe ze dit kan doen?

Kun jij Margot twee tips geven?

Slide 20 - Open question


Les:
Abonnementen
18. Bernd wilt een nieuwe mobiel kopen. Hij ziet twee aanbiedingen. 
1. Sim Only - Iphone 12:  Koop zelf je toestel voor 1000,- euro en betaal 2 jaar lang 10 euro per maand voor onbeperkt internet. 
2.  Abonnement met toestel - Iphone 12: Betaal 60 euro per maand voor onbeperkt internet voor 2 jaar lang.

Welk abonnement is goedkoper? Leg je antwoord uit

Slide 21 - Open question

Einde van de themaquiz:
Geld jaar 1

Slide 22 - Slide