Het bijv. nw - chapitre 5

1 / 21
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesdoelen:
- Ik weet wat een bijvoeglijk naamwoord is en wat het doet in het Nederlands maar ook in het Frans
- Ik kan het bijvoeglijk naamwoord aanpassen aan het onderwerp waar het bij staat
- Ik kan de onregelmatige vormen van het bijvoeglijk naamwoord goed toepassen

Slide 2 - Slide

Pourquoi??
  • Het bijvoeglijk naamwoord is enorm belangrijk als je iets of iemand wilt beschrijven!

Slide 3 - Slide

Het bijvoeglijk naamwoord
Mon frère est grand - Mijn broer is groot
Mon grand frère - Mijn grote broer.

Slide 4 - Slide

Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over...
A
een lidwoord
B
een bijwoord
C
een zelfstandig naamwoord
D
een werkwoord

Slide 5 - Quiz

Even oefenen..
We maken samen opdracht 30a en 30b op bladzijde 36

Daarna bespreken we de regels

Slide 6 - Slide

De vorm van het bijvoeglijk naamwoord
Kijk naar de volgende voorbeelden:
Arthur est petit
Arthur et Martin sont petits
Sophie est petite
Sophie et Emma sont petites
Vraag 1
Welk woord is het bijvoeglijk naamwoord in deze zinnen?
Vraag 2
Waarover zegt dit bijvoeglijk naamwoord iets in elke zin?
Vraag 3
Maak nu 4 verschillende regels voor de vorm. Kijk naar het voorbeeld.

Slide 7 - Slide

De vorm van het bijvoeglijk naamwoord (blz. 36)
Zelfstandig naamwoord is: v >
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
-
+e
meervoud
+s
+es
voorbeeld
voorbeeld
enkelvoud
Il est petit
Elle est petite
meervoud
Ils sont petits
Elles sont petites

Slide 8 - Slide

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -e of -s (blz. 37)
Eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een -e? Dan krijgt het geen extra e bij de vrouwelijke vorm.
un garçon timide - une fille timide

Eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een -s? Dan krijgt het geen extra s bij de mannelijke vorm in het meervoud.
un éléphant gris - des éléphants gris

Slide 9 - Slide

geef de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord:
Jacqueline est une fille ......
A
français
B
française
C
françaises

Slide 10 - Quiz

geef de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord:
Paul a les cheveux (m mv)
A
grise
B
grises
C
gris

Slide 11 - Quiz

Marianne porte une jupe
A
rouge
B
rouges

Slide 12 - Quiz

geef de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord:
Les filles sont .....
A
petit
B
petite
C
petits
D
petites

Slide 13 - Quiz

geef de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord:
Marco habite dans une .... maison
A
grand
B
grande
C
grands
D
grandes

Slide 14 - Quiz

Ma mère est ....
A
beau
B
belle
C
beaux
D
belles

Slide 15 - Quiz

Onregelmatige vormen (blz. 38)
Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben een onregelmatige vorm.
Beau = mooi / nouveau = nieuw / vieux = oud
Deze leer je uit je hoofd!

il est beau
elle est belle
ils sont beaux
elles sont belles
il est nouveau
elle est nouvelle
ils sont nouveaux
elles sont nouvelles
il est vieux
elle est vieille
ils sont vieux
elles sont vieilles

Slide 16 - Slide

Elle a acheté un jean(m) ...
A
nouveau
B
nouvelle
C
nouveaux
D
nouvelles

Slide 17 - Quiz

Mes grands-mères sont très .....
A
vieux
B
vieille
C
vieilles

Slide 18 - Quiz

Even checken:
- Ik weet wat een bijvoeglijk naamwoord is en wat het doet in het Nederlands maar ook in het Frans
- Ik kan het bijvoeglijk naamwoord aanpassen aan het onderwerp waar het bij staat
- Ik kan de onregelmatige vormen van het bijvoeglijk naamwoord goed toepassen

Slide 19 - Slide

Ik heb de uitleg begrepen en kan aan de slag
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Les devoirs
Faire (maken):
H5 ex. 30d,e, 31b,c,d, 32b (blz. 36 t/m 38)
Apprendre (leren): 
Lesstof H5 A, B, C, D (blz. 40 t/m 43)




Slide 21 - Slide