Les 1 Jantien - Werken met verschillende werkvelden

Thema: Werkvelden (WVV)
Semester: 1

1 / 30
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 30 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Thema: Werkvelden (WVV)
Semester: 1

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma 
  • AWR - registratie
  • Verwachtingen
  • Lesdoelen
  • Inhoud les
  • Theorie
  • Opdrachten
  • Nabespreken
  • Afsluiten

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

AWR
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan.


Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Verwachtingen
  • Niet eten en drinken (uitzondering flessen) in de klas
  • Toilet? Eerst vragen
  • Telefoon weg stoppen
  • Leermiddelen in orde
  • Beroepshouding correct

  • --> Zonder waarschuwing wordt je eruit gestuurd! Geen gemaar, geen excuus en geen discussie.





Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
  • Je kan de geschiedenis van de maatschappelijke zorg herkennen.

  • Je bent in staat om een kritische beroepssituatie uit te werken. 

 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Inhoud lessen
  • Geschiedenis Maatschappelijke Zorg
  • Ouderenzorg
  • Gehandicaptenzorg
  • Geestelijk gezondheidszorg (psychiatrie, verslaving, dak-& thuislozen)
  • Jeugdzorg
  • Justitiële inrichtingen
  • Vluchtelingen 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Voorkennis - activeren (10 min)

Slide 7 - Slide

Afbeelding 1: Ouderenzorg

Afbeelding 2: Gehandicaptenzorg

Afbeelding 3: Asielzoekers

Afbeelding 4: Verslaafden

Afbeelding 5: Dak- en thuislozen

Afbeelding 6: Jeugdzorg

Afbeelding 7: Justitiële inrichting
Theoretische gedeelte (30 min)

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Inleiding
Het sociale werk kent een lange geschiedenis met vele grote veranderingen. Maatschappelijke zorg blijft zich ontwikkelen en zal er over 100 jaar weer anders uitzien dan nu. Tegelijkertijd zijn er golfbewegingen. 

Golfbewegingen zijn bepaalde manieren van denken en werken die door de jaren heen steeds weer terugkomen. Door kennis te hebben van de geschiedenis kun je de huidige situatie beter begrijpen en plaatsen. 

Door de huidige situatie te begrijpen en te plaatsen kun je een visie ontwikkelen op het heden en de toekomst van maatschappelijke zorg.

Slide 9 - Slide

1. Vergrijzing
Betekenis: Er komen steeds meer oudere mensen in Nederland, omdat mensen langer leven en er minder kinderen geboren worden.
Gevolg: Er is meer zorg nodig voor ouderen, zoals in de ouderenzorg en thuiszorg.

2. Mantelzorg
Betekenis: Zorg die gegeven wordt door iemand uit de familie, vrienden of buren – dus niet door een professional.
Voorbeeld: Een dochter die boodschappen doet voor haar zieke moeder.
Belangrijk: Mantelzorgers hebben vaak steun nodig van professionals omdat de zorg zwaar kan zijn.

3. Eenzaamheid
Betekenis: Het gevoel dat iemand te weinig contact heeft met anderen of zich niet verbonden voelt.
Vooral ouderen ervaren dit, bijvoorbeeld na het overlijden van hun partner of als ze minder mobiel zijn.
Rol zorgprofessional: Signaleren, luisteren, activiteiten stimuleren die sociaal contact mogelijk maken.

Opdracht
In een klein groepje ga je aan de slag met de geschiedenis van de Maatschappelijke Zorg.

- Je krijgt een bepaalde periode

- Je maakt een tijdlijn

- Benoemd de belangrijkste ontwikkeling in deze periode (in elk geval de dikgedrukte woorden uit het boek moet je noteren en kunnen uitleggen!)

- Je kunt je tijdslijn kort toelichten aan je klasgenoten
timer
20:00

Slide 10 - Slide

1. Vergrijzing
Betekenis: Er komen steeds meer oudere mensen in Nederland, omdat mensen langer leven en er minder kinderen geboren worden.
Gevolg: Er is meer zorg nodig voor ouderen, zoals in de ouderenzorg en thuiszorg.

2. Mantelzorg
Betekenis: Zorg die gegeven wordt door iemand uit de familie, vrienden of buren – dus niet door een professional.
Voorbeeld: Een dochter die boodschappen doet voor haar zieke moeder.
Belangrijk: Mantelzorgers hebben vaak steun nodig van professionals omdat de zorg zwaar kan zijn.

3. Eenzaamheid
Betekenis: Het gevoel dat iemand te weinig contact heeft met anderen of zich niet verbonden voelt.
Vooral ouderen ervaren dit, bijvoorbeeld na het overlijden van hun partner of als ze minder mobiel zijn.
Rol zorgprofessional: Signaleren, luisteren, activiteiten stimuleren die sociaal contact mogelijk maken.

01 Geschiedenis maatschappelijke zorg
De onderstaande periode gaan we verdelen:

  • Middeleeuwen: jaar 500 - 1500
  • Verlichting: jaar 1500 - 1800
  • Industrialisatie: jaar 1800 - 1900
  • Wereldoorlogen: jaar 1900 - 1950
  • Groei verzorgingsstaat: jaar 1950 - 2005
  • Eigen kracht en zelfregie: jaar 2005 tot nu

Slide 11 - Slide

1. Vergrijzing
Betekenis: Er komen steeds meer oudere mensen in Nederland, omdat mensen langer leven en er minder kinderen geboren worden.
Gevolg: Er is meer zorg nodig voor ouderen, zoals in de ouderenzorg en thuiszorg.

2. Mantelzorg
Betekenis: Zorg die gegeven wordt door iemand uit de familie, vrienden of buren – dus niet door een professional.
Voorbeeld: Een dochter die boodschappen doet voor haar zieke moeder.
Belangrijk: Mantelzorgers hebben vaak steun nodig van professionals omdat de zorg zwaar kan zijn.

3. Eenzaamheid
Betekenis: Het gevoel dat iemand te weinig contact heeft met anderen of zich niet verbonden voelt.
Vooral ouderen ervaren dit, bijvoorbeeld na het overlijden van hun partner of als ze minder mobiel zijn.
Rol zorgprofessional: Signaleren, luisteren, activiteiten stimuleren die sociaal contact mogelijk maken.

Armenzorg in de Middeleeuwen (500 – 1500)
Armenzorg: Ouderen, gehandicapten, wezen, weduwen, bedelaars en mensen met psychische problemen kregen hulp van familie, buren, kerk en burgers. Vergelijkbaar met huidige kwetsbare groepen.

Kerk: Belangrijkste speler in de armenzorg.
  • Broodbanken (eten/kleding inzamelen).
  • Hulp geven was christelijke plicht, voorkwam onrust en gaf hoop op hemelbeloning.
  • Passantenhuizen voor rondtrekkenden (max. 3 nachten).
Andere opvangvormen:
  • Gasthuizen: gesticht door rijke burgers, later gespecialiseerd (bijv. alleen voor ouderen of zieken).
  • Dolhuizen: voor mensen met psychische stoornissen; geen zorg of behandeling, meer opsluiting.
  • Hofjes: kleine woningen rondom binnenplaats voor ouderen, meer privacy, regels vastgelegd.
  • Weeshuizen: vanaf 16e eeuw; opvang en opvoeding van kinderen zonder ouders. Strikte regels en controle.
  • Gilden: beroepsgroepen die ook zorgden voor zieken of oude leden.

Slide 12 - Slide

1. Vergrijzing
Betekenis: Er komen steeds meer oudere mensen in Nederland, omdat mensen langer leven en er minder kinderen geboren worden.
Gevolg: Er is meer zorg nodig voor ouderen, zoals in de ouderenzorg en thuiszorg.

2. Mantelzorg
Betekenis: Zorg die gegeven wordt door iemand uit de familie, vrienden of buren – dus niet door een professional.
Voorbeeld: Een dochter die boodschappen doet voor haar zieke moeder.
Belangrijk: Mantelzorgers hebben vaak steun nodig van professionals omdat de zorg zwaar kan zijn.

3. Eenzaamheid
Betekenis: Het gevoel dat iemand te weinig contact heeft met anderen of zich niet verbonden voelt.
Vooral ouderen ervaren dit, bijvoorbeeld na het overlijden van hun partner of als ze minder mobiel zijn.
Rol zorgprofessional: Signaleren, luisteren, activiteiten stimuleren die sociaal contact mogelijk maken.

Verlichting: jaar 1500 - 1800
Nieuwe manier van denken: nadruk op verstand en logica, minder op geloof. Mensen geloofden dat je de wereld kon verbeteren door kennis en uitvindingen.

Groei van steden:
  • Armoedeprobleem nam toe.
  • Bedelen werd verboden.
  • Alleen “echte armen” kregen steun, vaak gekoppeld aan werkplicht.
  • Administratie zorgde dat alleen inwoners recht hadden op hulp.

Heropvoeding:
  • Armen werden gezien als deels zelf schuldig.
  • Idee: niet alleen helpen, maar leren werken, huishouden en netjes gedragen.
  • Begin van maatschappelijk werk.

Belangrijke organisaties:
Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen: onderwijs en heropvoeding voor arme gezinnen; kinderen leren lezen en gedragsnormen. Doel = evenwichtige samenleving.



Moral treatment (psychische zorg):

Nieuwe kijk op psychische stoornissen: niet opsluiten, maar genezen via opvoeding, voeding, onderwijs, rust en natuur.

Gestichten buiten de stad gebouwd om prikkels te vermijden.

Slide 13 - Slide

1. Vergrijzing
Betekenis: Er komen steeds meer oudere mensen in Nederland, omdat mensen langer leven en er minder kinderen geboren worden.
Gevolg: Er is meer zorg nodig voor ouderen, zoals in de ouderenzorg en thuiszorg.

2. Mantelzorg
Betekenis: Zorg die gegeven wordt door iemand uit de familie, vrienden of buren – dus niet door een professional.
Voorbeeld: Een dochter die boodschappen doet voor haar zieke moeder.
Belangrijk: Mantelzorgers hebben vaak steun nodig van professionals omdat de zorg zwaar kan zijn.

3. Eenzaamheid
Betekenis: Het gevoel dat iemand te weinig contact heeft met anderen of zich niet verbonden voelt.
Vooral ouderen ervaren dit, bijvoorbeeld na het overlijden van hun partner of als ze minder mobiel zijn.
Rol zorgprofessional: Signaleren, luisteren, activiteiten stimuleren die sociaal contact mogelijk maken.

Verlichting: jaar 1500 - 1800


Maatschappij van Weldadigheid: kolonies op het platteland; gezinnen leren werken, hygiëne, schoolplicht kinderen; strenge regels, bij misdragingen overplaatsing naar onvrije kolonie.

Moral treatment (psychische zorg):
Nieuwe kijk op psychische stoornissen: 
  • niet opsluiten, maar genezen via opvoeding, voeding, onderwijs, rust en natuur.

Gestichten buiten de stad gebouwd om prikkels te vermijden.

Slide 14 - Slide

1. Vergrijzing
Betekenis: Er komen steeds meer oudere mensen in Nederland, omdat mensen langer leven en er minder kinderen geboren worden.
Gevolg: Er is meer zorg nodig voor ouderen, zoals in de ouderenzorg en thuiszorg.

2. Mantelzorg
Betekenis: Zorg die gegeven wordt door iemand uit de familie, vrienden of buren – dus niet door een professional.
Voorbeeld: Een dochter die boodschappen doet voor haar zieke moeder.
Belangrijk: Mantelzorgers hebben vaak steun nodig van professionals omdat de zorg zwaar kan zijn.

3. Eenzaamheid
Betekenis: Het gevoel dat iemand te weinig contact heeft met anderen of zich niet verbonden voelt.
Vooral ouderen ervaren dit, bijvoorbeeld na het overlijden van hun partner of als ze minder mobiel zijn.
Rol zorgprofessional: Signaleren, luisteren, activiteiten stimuleren die sociaal contact mogelijk maken.

Industrialisatie (1800–1900)
Nieuwe samenleving: door machines ontstonden fabrieken en arbeiderswijken.

Slechte leefomstandigheden: geen stromend water, slechte hygiëne, lage lonen, lange werkdagen.

Onveilige fabrieken → veel ongelukken.

Vrouwen en kinderen werkten mee om rond te komen.

Sociale quaestie: grote kloof tussen rijk en arm.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Industrialisatie (1800–1900)
Problemen: woningtekort, armoede, kinderarbeid, alcoholmisbruik.
  • Rond 60% van de bevolking leefde in armoede.

Kinderwetje van Van Houten (1874):
  • Eerste sociale wet in Nederland.
  • Kinderen <12 jaar verboden in fabrieken te werken (wel nog thuis en op platteland).

Armenwet (1854):
  • Armenzorg vooral bij kerken, overheid alleen aanvullend.
  • In praktijk konden kerken het niet betalen → overheid kreeg steeds grotere rol.


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Industrialisatie (1800–1900)
Opvoeden van ‘idioten’:
  • Casus Victor (gevonden jongen, onderzoeker Itard).
  • Leren dat beperkingen niet altijd volledig met opvoeding op te lossen zijn.
  • Begin van ander denken over verstandelijke beperkingen.

Krankzinnigenwet (1841):
  • Eerst vooral opsluiting om samenleving veilig te maken.
  • Later verschuiving naar behandeling en zorg.
  • Intrede van het medisch model: stoornis als ziekte → patiënt verplegen en behandelen.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Wereldoorlogen: jaar 1900 - 1950
Opleiding maatschappelijk werk (1903):
  • Oprichting School voor maatschappelijk werk.
  • Gericht op vrouwen, vaak actief als woningopzichteres.
Belangrijk vak: woningtoezicht → armoede bestrijden via betere woonomstandigheden.

Woningwerk:
  • Woningopzichteressen in de huur en controleerden hygiëne, schoolgang kinderen en opvoeding.
  • Advies aan moeders over huishouden en opvoeding.
  • Gezinnen met slecht gedrag of problemen (verslaving, schulden, overlast) werden geweigerd of uitgezet.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Wereldoorlogen: jaar 1900 - 1950
Beschavingsoffensief: vooral gericht op vrouwen; opvoeden “van vrouw tot vrouw.”
  • Asocialen” → aparte woonwijken, heropvoeding met harde hand.

Woonscholen:
  • Voor gezinnen die niet aan de eisen voldeden.
  • Gezin startte in een derdeklaswoning en kon bij goed gedrag doorstromen naar betere woningen.

Kinderwetten (1901): overheid nam meer verantwoordelijkheid voor kinderen.

Burgerlijke kinderwet: ouders konden uit ouderlijke macht worden gezet.

Strafrechtelijke kinderwet: aparte regels en straffen voor kinderen.

Kinderbeginselenwet: uitvoering en subsidies geregeld.

Ondertoezichtstelling: kinderen konden onder toezicht van een gezinsvoogd worden geplaatst.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Wereldoorlogen: jaar 1900 - 1950
Strafrechtelijke kinderwet: aparte regels en straffen voor kinderen.

Kinderbeginselenwet: uitvoering en subsidies geregeld.

Ondertoezichtstelling: kinderen konden onder toezicht van een gezinsvoogd worden geplaatst.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

1950–2005: Groei verzorgingsstaat
Na WOII:
  • Zorg en opvang voor mensen met een beperking professionaliseert.
  • Grote instellingen buiten de stad, vooral gericht op verpleging en behandeling.
  • Overheid neemt de leiding in financiering en uitvoering.

Ontstaan verzorgingsstaat:
  • Overheid verantwoordelijk voor welzijn burgers.
  • Start al bij eerdere sociale wetten (kinderarbeid verboden, Ongevallenwet).
  • Sociale zekerheid → iedereen betaalt mee via belasting en premie.
Voorbeelden: AOW (pensioenuitkering) en WAO (uitkering bij arbeidsongeschiktheid).

Crisis jaren ’70 (oliecrisis):

Werkloosheid neemt toe, meer beroep op uitkeringen.

Overheid kan dit niet betalen → bezuinigingen.

Taken verschuiven naar gemeenten, burgers krijgen meer eigen verantwoordelijkheid.

Drie partijen binnen verzorgingsstaat:

Burgers: zelf werk en woning zoeken, overheid regelt betaalbare mogelijkheden.

Overheid: onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg, inkomensvoorziening, welzijn.

Werkgevers & werknemers: veilige arbeidsomstandigheden en bijdragen via belastingen.

Eerste beroepscode maatschappelijk werk (1962):

Normen voor hulpverlening, geheimhouding, en respect voor keuzes van cliënten.

Doel: professionalisering van beroep en opleiding.

Affaire Dennendal (1969):

Directeur Carel Muller → pleitte voor afschaffing van het medisch model in gehandicaptenzorg.

Focus op ontwikkelingsmodel: cliënten zichzelf laten zijn, stimuleren van mogelijkheden.

Experimentele aanpak (geen gescheiden afdelingen, minder medicijnen, open leefstijl).

Leidde tot conflict en ontruiming, maar ook tot blijvende verandering:

Meer aandacht voor leefwereld van cliënten.

Positie van groepsleiders sterker ten opzichte van artsen.

Term “zwakzinnig” vervangen door “verstandelijke handicap.”

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

1950–2005: Groei verzorgingsstaat
Crisis jaren ’70 (oliecrisis):
  • Werkloosheid neemt toe, meer beroep op uitkeringen.
  • Overheid kan dit niet betalen → bezuinigingen.
  • Taken verschuiven naar gemeenten, burgers krijgen meer eigen verantwoordelijkheid.

Drie partijen binnen verzorgingsstaat:
  • Burgers: zelf werk en woning zoeken, overheid regelt betaalbare mogelijkheden.
  • Overheid: onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg, inkomensvoorziening, welzijn.
  • Werkgevers & werknemers: veilige arbeidsomstandigheden en bijdragen via belastingen.

Eerste beroepscode maatschappelijk werk (1962):

Normen voor hulpverlening, geheimhouding, en respect voor keuzes van cliënten.

Doel: professionalisering van beroep en opleiding.

Affaire Dennendal (1969):

Directeur Carel Muller → pleitte voor afschaffing van het medisch model in gehandicaptenzorg.

Focus op ontwikkelingsmodel: cliënten zichzelf laten zijn, stimuleren van mogelijkheden.

Experimentele aanpak (geen gescheiden afdelingen, minder medicijnen, open leefstijl).

Leidde tot conflict en ontruiming, maar ook tot blijvende verandering:

Meer aandacht voor leefwereld van cliënten.

Positie van groepsleiders sterker ten opzichte van artsen.

Term “zwakzinnig” vervangen door “verstandelijke handicap.”

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

1950–2005: Groei verzorgingsstaat
Eerste beroepscode maatschappelijk werk (1962):
  • Normen voor hulpverlening, geheimhouding, en respect voor keuzes van cliënten.
  • Doel: professionalisering van beroep en opleiding.
  • Affaire Dennendal (1969):
  • Directeur Carel Muller → pleitte voor afschaffing van het medisch model in gehandicaptenzorg.
  • Focus op ontwikkelingsmodel: cliënten zichzelf laten zijn, stimuleren van mogelijkheden.
  • Experimentele aanpak (geen gescheiden afdelingen, minder medicijnen, open leefstijl).
  • Leidde tot conflict en ontruiming, maar ook tot blijvende verandering:
  • Meer aandacht voor leefwereld van cliënten.
  • Positie van groepsleiders sterker ten opzichte van artsen.
  • Term “zwakzinnig” vervangen door “verstandelijke handicap.”

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Eigen kracht en zelfregie (2005 – nu)
Achtergrond
  •  Door vergrijzing (meer ouderen, minder jongeren die werken) en dubbele vergrijzing (mensen leven langer) werd de verzorgingsstaat te duur.
  •  Burgers moeten eerst kijken of ze problemen zelf of via hun netwerk kunnen oplossen, pas daarna kan de overheid worden ingeschakeld.

Wmo (2007, vernieuwd in 2015)
  •  Doel: mensen zo lang mogelijk zelfstandig laten wonen en meedoen in de samenleving.
  •  Gemeenten verantwoordelijk voor uitvoering → zorg dichtbij, afgestemd op persoonlijke situatie.
  •  Zorg pas beschikbaar als eigen netwerk geen oplossing biedt.
  •  Grote verschillen per gemeente door eigen invulling en minder budget.

Welzijn Nieuwe Stijl (2010)
 • Acht uitgangspunten, o.a.:
 • kijken naar de vraag achter de vraag,
 • inzetten op eigen kracht en netwerk,
 • sneller signaleren en ingrijpen,
 • balans formeel/informeel en collectief/individueel,
 • integraal samenwerken,
 • resultaatgericht en met ruimte voor professionals.

Eigen kracht-conferenties
 • Gezinnen maken samen met hun netwerk een plan voor oplossingen.
 • Regie ligt bij het gezin zelf → meer kans op succes, minder kosten.

Decentralisaties (2015)
 • Drie domeinen naar de gemeente:
 1. Jeugdzorg (Jeugdwet) – nadruk op preventie, 1 gezin-1 plan-1 regisseur, meer ruimte voor professionals.
 2. Participatiewet – meer mensen met arbeidsbeperking naar werk, beschut werk, minder afhankelijk van uitkeringen.
 3. Wmo 2015 – gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning, dagbesteding, beschermd wonen, vervoer.

Participatiesamenleving
 • Term uit troonrede Willem-Alexander (2013).
 • Burgers hebben niet alleen recht, maar ook plicht om voor zichzelf en hun omgeving te zorgen.

Wijkteams (vanaf 2015)
 • Multidisciplinaire teams in de wijk, dichtbij inwoners.
 • Doel: laagdrempelige hulp, één aanspreekpunt.
 • Problemen: te weinig tijd voor preventie en vroegsignalering, samenwerking en collectieve aanpak komen moeizaam op gang.
 • Conclusie: participatiemaatschappij blijkt lastig, want sommige mensen blijven altijd afhankelijk van blijvende ondersteuning.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Eigen kracht en zelfregie (2005 – nu)
Welzijn Nieuwe Stijl (2010)
  •  Acht uitgangspunten, o.a.:
  •  kijken naar de vraag achter de vraag,
  •  inzetten op eigen kracht en netwerk,
  •  sneller signaleren en ingrijpen,
  •  balans formeel/informeel en collectief/individueel,
  •  integraal samenwerken,
  •  resultaatgericht en met ruimte voor professionals.

Eigen kracht-conferenties
  • Gezinnen maken samen met hun netwerk een plan voor oplossingen.
  • Regie ligt bij het gezin zelf → meer kans op succes, minder kosten.

Decentralisaties (2015)
 • Drie domeinen naar de gemeente:
 1. Jeugdzorg (Jeugdwet) – nadruk op preventie, 1 gezin-1 plan-1 regisseur, meer ruimte voor professionals.
 2. Participatiewet – meer mensen met arbeidsbeperking naar werk, beschut werk, minder afhankelijk van uitkeringen.
 3. Wmo 2015 – gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning, dagbesteding, beschermd wonen, vervoer.

Participatiesamenleving
 • Term uit troonrede Willem-Alexander (2013).
 • Burgers hebben niet alleen recht, maar ook plicht om voor zichzelf en hun omgeving te zorgen.

Wijkteams (vanaf 2015)
 • Multidisciplinaire teams in de wijk, dichtbij inwoners.
 • Doel: laagdrempelige hulp, één aanspreekpunt.
 • Problemen: te weinig tijd voor preventie en vroegsignalering, samenwerking en collectieve aanpak komen moeizaam op gang.
 • Conclusie: participatiemaatschappij blijkt lastig, want sommige mensen blijven altijd afhankelijk van blijvende ondersteuning.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Eigen kracht en zelfregie (2005 – nu)
Decentralisaties (2015)
 Drie domeinen naar de gemeente:
 1. Jeugdzorg (Jeugdwet) – nadruk op preventie, 1 gezin-1 plan-1 regisseur, meer ruimte voor professionals.
 2. Participatiewet – meer mensen met arbeidsbeperking naar werk, beschut werk, minder afhankelijk van uitkeringen.
 3. Wmo 2015 – gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning, dagbesteding, beschermd wonen, vervoer.

Participatiesamenleving
  •  Term uit troonrede Willem-Alexander (2013).
  •  Burgers hebben niet alleen recht, maar ook plicht om voor zichzelf en hun omgeving te zorgen.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Eigen kracht en zelfregie (2005 – nu)
Wijkteams (vanaf 2015)
  • Multidisciplinaire teams in de wijk, dichtbij inwoners.
  • Doel: laagdrempelige hulp, één aanspreekpunt.
  • Problemen: te weinig tijd voor preventie en vroegsignalering, samenwerking en collectieve aanpak komen moeizaam op gang.
  • Conclusie: participatiemaatschappij blijkt lastig, want sommige mensen blijven altijd afhankelijk van blijvende ondersteuning.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Individueel opdracht
Instructie:
  • Je gaat nu alleen aan de klas met een casusopdracht.
  • Tijdens het uitwerken van de casusopdracht mag je oortjes.
  • Je werkt zelfstandig en je bent stil.
  • Heb je vragen? Steek je hand op. 

  • Casusopdracht staat in it's learning - beroepsoriëntatie - werkvelden - opdrachten

Slide 28 - Slide

1. Vergrijzing
Betekenis: Er komen steeds meer oudere mensen in Nederland, omdat mensen langer leven en er minder kinderen geboren worden.
Gevolg: Er is meer zorg nodig voor ouderen, zoals in de ouderenzorg en thuiszorg.

2. Mantelzorg
Betekenis: Zorg die gegeven wordt door iemand uit de familie, vrienden of buren – dus niet door een professional.
Voorbeeld: Een dochter die boodschappen doet voor haar zieke moeder.
Belangrijk: Mantelzorgers hebben vaak steun nodig van professionals omdat de zorg zwaar kan zijn.

3. Eenzaamheid
Betekenis: Het gevoel dat iemand te weinig contact heeft met anderen of zich niet verbonden voelt.
Vooral ouderen ervaren dit, bijvoorbeeld na het overlijden van hun partner of als ze minder mobiel zijn.
Rol zorgprofessional: Signaleren, luisteren, activiteiten stimuleren die sociaal contact mogelijk maken.

Lesdoelen checken (5 min)



  • Je kan de geschiedenis van de maatschappelijke zorg herkennen.


  • Je bent in staat om een kritische beroepssituatie uit te werken. 

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions