Opdracht:
Basis-emoties
1. Zit in een kring
2. Iedereen krijgt een nummer, 1 t/m 4
3. Denk aan de basis-emoties (Bang, Blij, Boos, Bedroefd)
4. Nummer 1=bang/ nummer 2=blij/ nummer 3= boos/ nummer 4= bedroefd
5. Spreek om de beurt aan de hand van jouw emotie de volgende zin uit:
"Kun jij voor mij nu die pop terugzetten? "