H1.2 Niet ieder inkomen is hetzelfde

H1.2 Niet ieder inkomen is hetzelfde

4GT

1 / 19
next
Slide 1: Word cloud
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

H1.2 Niet ieder inkomen is hetzelfde

4GT

Planning:

  • Huiswerkcontrole

  • Leerdoelen

  • Uitleg H1.2

  • Aan de slag H1.2

  • Lesafsluiting


Leerdoelen

•Wat het verschil is tussen bruto, netto en besteedbaar inkomen.

•Wat het verschil is tussen primaire en secundaire inkomens.

•Wat oorzaken zijn van inkomensverschillen.


Ecologische voetafdruk = Hoeveel van de aarde jij gebruikt door de manier waarop je leeft.

Hoe groter je ecologische voetafdruk, hoe meer je van de aarde gebruikt.


Hoe kleiner je voetafdruk, hoe beter voor de natuur en de aarde.

Je leert in deze paragraaf:

  • Wat het verschil is tussen bruto, netto en besteedbaar inkomen

  • Wat het verschil is tussen primaire en secundaire inkomens

  • Wat oorzaken kunnen zijn van inkomensverschillen

  • hoe je uit een grafiek inkomensverschillen kunt aflezen


Maar is dit dan je besteedbaar inkomen?

Inkomensverschillen

Oorzaken van verschillen tussen inkomens:

  • opleiding en ervaring

  • verantwoordelijkheden

  • meer of minder aantrekkelijk werk (zwaarte, risico’s)

  • vraag en aanbod

Inkomens vergelijken

  • Vaak wordt vergeleken met het modaal inkomen

  = het inkomen dat het meest voorkomt (2026: ± € 4.000 bruto per maand)

  • Minimuminkomen = inkomen rond het sociaal minimum

  = wat je volgens de overheid minstens nodig hebt om van te leven. (alleenstaande ± €17.000 bruto per jaar)


Aan de slag

H1.2 Niet ieder inkomen is hetzelfde

Opdrachten 1 t/m 8

Blz. 14 t/m 16

20

minute

00

second

Nationaal inkomen

= wat alle inwoners van een land samen aan 

    inkomen uit arbeid en bezit hebben

    (huur, loon, rente en winst).


Personele inkomensverdeling

de verdeling van het nationaal inkomen 

over de bevolking.

Slide titel

Slide tekst

Kleine en grote inkomensverschillen

Nationaal inkomen =  wat alle inwoners samen aan inkomen hebben uit arbeid en bezit.

De Lorenzcurve laat zien hoe de inkomens verdeeld zijn.



  • 1 = Geen inkomensverschillen: iedereen heeft hetzelfde inkomen.

Nadeel: geen verschil = geen prikkel om te presteren.


  • 2 = Inkomensverschillen zijn klein.


  • 3 = Inkomensverschillen zijn groot.

Examenvraag - blz. 34 opdracht 1



  1. Lees de vraag goed

    • Onderstreep wat precies gevraagd wordt.

    • Let op begrippen zoals verklaar, bereken, beschrijf of beargumenteer.

  2. Zoek de economische begrippen

    • Noteer de belangrijkste begrippen uit de vraag en de bron.

    • Denk na welke theorie of formule hierbij hoort.

  3. Werk het antwoord uit

    • Gebruik een duidelijke redenering:

      • Oorzaak → gevolg.

      • Of: gegevens → berekening → uitkomst.

    • Schrijf in volledige zinnen als om een uitleg wordt gevraagd.

  4. Controleer

    • Heb je alle delen van de vraag beantwoord?

    • Kloppen eenheden, berekeningen en economische begrippen?


5

minute

00

second

Examenvraag

  • 4e inkomensgroep: € 39.000 ÷ € 170.000 × 100% = 23%

  • 45% + 23% = 68%

of

  • totaal inkomen tot en met de 4de inkomensgroep:

€ 19.000 + € 25.000 + € 32.000 + € 39.000 = € 115.000

  • inkomensaandeel tot en met de 4de inkomensgroep:

€ 115.000 ÷ € 170.000 × 100% = 68%

Lesafsluiting

Ga naar Blz. 38

Schrijf 3 woorden op die laat zien wat je vandaag hebt geleerd.