Hoofdgedachte en samenvatten (Nederlands vmbo), les 2: Examentraining

Een klas aan het werk met boeken, Frankrijk, 2024

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Examentraining

Hoofdgedachte en samenvatten: zo pak je examenvragen aan

1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: de hoofdgedachte bepalen, een tekst indelen, een woord uitleggen en een samenvatting schrijven, met stappenplan, vier eigen leesteksten en 8 examenvragen.

Items in this lesson

Een klas aan het werk met boeken, Frankrijk, 2024

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Examentraining

Hoofdgedachte en samenvatten: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: FramaKa / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examenvraag de hoofdgedachte vinden, de tekst indelen, een woord uitleggen en een samenvatting schrijven.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees de vraag: gaat het om de hele tekst of om één alinea?

  • 2. Lees de tekst: eerst titel, eerste en laatste alinea, dan de rest.

  • 3. Zoek: het onderwerp, de deelonderwerpen en de kernzin.

  • 4. Antwoord: kies of schrijf in eigen woorden, zonder details.

  • 5. Controleer: past je antwoord bij de hele tekst en niet bij één alinea?

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Vraagtype 1: de hoofdgedachte

  • Vraag: 'Wat is de hoofdgedachte van de tekst?'

  • Lees de titel, de eerste en de laatste alinea goed.

  • De hoofdgedachte past bij de hele tekst, niet bij één alinea.

  • Een deelonderwerp is een onderdeel en dus meestal fout.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Tekst 1: Genoeg slapen

(1) Veel tieners gaan te laat naar bed. Ze kijken nog even een filmpje, appen met vrienden of spelen een potje. Voor ze het weten, is het midden in de nacht.

(2) De volgende ochtend gaat de wekker vroeg. Een tiener heeft veel slaap nodig, maar komt vaak niet aan genoeg toe. Het gevolg is dat je moe bent in de les, slechter oplet en meer fouten maakt.

(3) Ook je humeur lijdt eronder. Wie moe is, wordt sneller boos of verdrietig. Vrienden en ouders merken dat meteen.

(4) Gelukkig is er iets aan te doen. Leg je telefoon een uur voor het slapen weg en ga elke dag op dezelfde tijd naar bed. Na een paar weken merk je al verschil.

(5) Slaap is dus geen verloren tijd. Het is een belangrijke voorwaarde om goed te leren en je fijn te voelen.

Eigen tekst voor Examenstof

Onderwerp: slaap bij tieners. Deelonderwerpen: te laat naar bed (1), gevolgen voor de les (2), humeur (3), wat je eraan kunt doen (4). De hoofdgedachte staat in het slot (alinea 5).

Wat is de hoofdgedachte van tekst 1?

A

Tieners gaan 's avonds vaak veel te laat naar bed

B

Leg je telefoon een uur voor het slapen weg

C

Wie moe is, wordt sneller boos of verdrietig

D

Genoeg slaap is nodig om goed te leren en fit te zijn

De hoofdgedachte staat in alinea 5 en past bij de hele tekst. Verwachte fout: de optie over de telefoon of over boos worden: dat zijn deelonderwerpen (alinea 4 en 3).

Wat is het deelonderwerp van alinea 3?

Modelantwoord (1 punt): het humeur, of: moe zijn heeft invloed op je humeur. Niet goed: 'slapen', want dat is het onderwerp van de hele tekst. Verwachte fout: het onderwerp van de hele tekst noemen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Vraagtype 2: de tekst indelen

  • Vraag: 'Welk deel van de tekst is alinea 5?'

  • Kies uit inleiding, kern of slot.

  • De kern kan meer alinea's hebben, elk met een eigen deelonderwerp.

  • Zoek signaalwoorden zoals 'eerst', 'ten slotte' en 'dus'.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Tekst 2: Zakgeld sparen

(1) Heb jij zakgeld? Veel jongeren geven het meteen uit aan snoep, kleren of games. Toch is sparen slim, zeker als je iets groots wilt kopen.

(2) Sparen begint met een doel. Bedenk wat je wilt kopen, bijvoorbeeld een fiets of een nieuwe telefoon, en zoek uit wat dat kost. Zo weet je waar je het voor doet.

(3) Daarna is het belangrijk om vast te leggen hoeveel je per week opzij zet. Maak dat bedrag direct over naar een spaarpotje of spaarrekening, dan kom je er niet aan.

(4) Ten slotte mag je jezelf belonen. Heb je de helft bij elkaar? Vier dat met iets kleins, zodat je het blijft volhouden.

(5) Wie spaart, houdt dus meer over voor de dingen die er echt toe doen.

Eigen tekst voor Examenstof

Alinea 1 is de inleiding, 2 tot en met 4 vormen de kern (doel bedenken, vast bedrag opzij zetten, jezelf belonen), alinea 5 is het slot met 'dus'.

Welk deel van de tekst is alinea 5?

A

De inleiding

B

Het slot

C

Het begin van de kern

D

Het midden van de kern

Alinea 5 begint met 'dus' en geeft de conclusie: dat is het slot. Verwachte fout: het begin van de kern.

Wat is het deelonderwerp van alinea 3?

Modelantwoord (1 punt): een vast bedrag per week opzij zetten (en direct overmaken). Niet goed: 'sparen', want dat is het onderwerp van de tekst; of 'jezelf belonen', dat is alinea 4.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Vraagtype 3: een woord of zin uitleggen

  • Vraag: 'Wat betekent het woord ... in alinea 2?'

  • Lees de zin voor en na het woord goed.

  • Kies het antwoord dat in de zin past.

  • Een citeervraag: schrijf de zin letterlijk over.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Tekst 3: Een bus per uur

(1) In het dorp Bergwijk rijdt de bus maar één keer per uur. Voor jongeren is dat lastig. Wie 's avonds sport, kan vaak niet meer naar huis.

(2) De gemeente vindt het openbaar vervoer in het dorp ontoereikend. Er rijden te weinig bussen en de haltes liggen ver uit elkaar. Daarom wil de gemeente volgend jaar extra bussen laten rijden.

(3) Jongeren zijn blij met dat plan. 'Dan hoef ik niet meer te vragen of mijn moeder me komt ophalen', zegt Sanne (15).

(4) Toch zijn er ook zorgen. Extra bussen kosten geld, en de gemeente moet nog beslissen hoe ze dat gaat betalen.

Eigen tekst voor Examenstof, de plaats en de persoon zijn verzonnen

'Ontoereikend' betekent: niet genoeg. De zin erna legt het uit: er rijden te weinig bussen en de haltes liggen ver uit elkaar.

Wat betekent 'ontoereikend' in alinea 2?

A

Veel te duur voor de gemeente

B

Zo goed dat er niets bij hoeft

C

Niet genoeg voor wat nodig is

D

Alleen bedoeld voor jongeren

De zin erna geeft de hint: te weinig bussen. Verwachte fout: te duur, omdat alinea 4 over geld gaat.

Citeer de zin die uitlegt wat 'ontoereikend' betekent.

Modelantwoord (1 punt): Er rijden te weinig bussen en de haltes liggen ver uit elkaar. Citeren is letterlijk overschrijven, met de punt. Verwachte fout: de zin ervoor ('De gemeente vindt het openbaar vervoer in het dorp ontoereikend') of een eigen uitleg.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Vraagtype 4: samenvatten

  • Vraag: 'Vat de tekst samen in één of twee zinnen.'

  • Noem het onderwerp en de hoofdgedachte.

  • Schrijf in eigen woorden en laat voorbeelden weg.

  • Geef geen eigen mening.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Tekst 4: Tweedehands kleding

(1) Tweedehands kleding is helemaal in. Op sociale media laten jongeren trots zien wat ze in de kringloopwinkel of via een app hebben gekocht.

(2) Daar is een goede reden voor. Tweedehands kleding is vaak veel goedkoper dan nieuwe kleding, dus je kunt voor hetzelfde geld meer kopen.

(3) Ook is het beter voor het milieu. Voor nieuwe kleding zijn veel water en energie nodig. Als je kleding een tweede leven geeft, gooi je minder weg.

(4) Sommige jongeren twijfelen nog. Ze denken dat het vies of ouderwets is. Maar kleding uit de kringloop is meestal gewassen en je vindt er ook merkkleding en moderne stijlen.

(5) Kijk dus de volgende keer eens rond in een tweedehandswinkel. Je spaart geld, helpt het milieu en vindt vast iets wat bij je past.

Eigen tekst voor Examenstof

Onderwerp: tweedehands kleding. Hoofdgedachte: tweedehands kleding kopen is slim, want het is goedkoper en beter voor het milieu. De details (sociale media, merkkleding) horen niet in de samenvatting.

Welke samenvatting past het best bij tekst 4?

A

Tweedehands kopen scheelt geld en spaart het milieu

B

Jongeren laten op sociale media hun kleding zien

C

Nieuwe kleding kost veel water en energie

D

Kringloopwinkels verkopen ook merkkleding

Een goede samenvatting past bij de hele tekst. De andere opties zijn details uit één alinea (1, 3 en 4). Verwachte fout: de optie met het milieu-detail, omdat die bijna goed lijkt.

Vat tekst 4 samen in één of twee zinnen.

Modelantwoord (2 punten): De tekst gaat over tweedehands kleding (1 punt). De schrijver vindt het slim om dat te kopen, want het is goedkoper en beter voor het milieu (1 punt). Verwachte fout: voorbeelden noemen (merkkleding, sociale media) of de eerste zin overschrijven.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De hoofdgedachte vinden

2

De tekst indelen

3

Een woord of zin uitleggen

4

Een tekst samenvatten

Bespreek de uitkomst. Laat de groep die het meest koos een eigen voorbeeld bij dat vraagtype bedenken.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SAMENVATTEN

Tips voor op het examen

  • Lees altijd eerst de titel en de eerste en laatste alinea.

  • De hoofdgedachte is een hele zin, het onderwerp een paar woorden.

  • Een woord niet gevonden? Lees de zinnen eromheen.

  • Samenvatten: eigen woorden, geen voorbeelden en geen eigen mening.

This item has no instructions