1.2 - Gemiddelde snelheid en versnelling

Starttaak
1. Vul je Cornell schema van de vorige les (paragraaf 1) aan:
  • Minimaal 4 overhoringsvragen 
(bijv.: wat is de resulterende kracht wanneer een voorwerp stil staat?)
  • Samenvatting maken (zie tips hiernaast)

2. Kijk je vorig huiswerk (paragraaf 0 en 1) na.
(uitwerkingen staan in Teams)

3. Maak Cornell schema paragraaf 2
Klaar? -> Lees paragraaf 2

timer
7:00
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Starttaak
1. Vul je Cornell schema van de vorige les (paragraaf 1) aan:
  • Minimaal 4 overhoringsvragen 
(bijv.: wat is de resulterende kracht wanneer een voorwerp stil staat?)
  • Samenvatting maken (zie tips hiernaast)

2. Kijk je vorig huiswerk (paragraaf 0 en 1) na.
(uitwerkingen staan in Teams)

3. Maak Cornell schema paragraaf 2
Klaar? -> Lees paragraaf 2

timer
7:00

Slide 1 - Slide

Gemiddelde snelheid en versnelling
Hoofdstuk 1 
Paragraaf 2

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Eenparige versnelling

Slide 5 - Slide

Eenparige beweging

Slide 6 - Slide

Eenparige vertraging

Slide 7 - Slide


Welke beweging is er bij punt A?
A
Eenparige beweging
B
Eenparige versnelling
C
Eenparige vertraging
D
Niet eenparige beweging

Slide 8 - Quiz


Welke beweging is er bij punt B?
A
Eenparige beweging
B
Eenparige versnelling
C
Eenparige vertraging
D
Niet eenparige beweging

Slide 9 - Quiz


Waar of niet waar:
Bij punt D beweegt de auto constant.
A
Waar
B
Niet waar, het staat stil
C
Niet waar, het versnelt
D
Niet waar, het vertraagt

Slide 10 - Quiz


Welke beweging is er bij punt D?
A
Stilstaan
B
Eenparige beweging
C
Eenparige vertraging
D
Eenpari

Slide 11 - Quiz

Gemiddelde snelheid
Een auto rijdt 90 meter in 3 seconden.

a. Hoe bereken je de gemiddelde snelheid in m/s?

b. Wat is dan de gemiddelde snelheid in m/s?

c. Welke formule gebruik je dus om gemiddelde snelheid te berekenen?

Slide 12 - Slide

Gemiddelde snelheid
Een auto rijdt 90 meter in 3 seconden.

a. Hoe bereken je de gemiddelde snelheid in m/s?
Door te berekenen hoeveel meter de auto in 1 seconde aflegt.
b. Wat is dan de gemiddelde snelheid in m/s?
Gemiddelde snelheid = 90 / 3 = 30 m/s
c. Welke formule gebruik je dus om gemiddelde snelheid te berekenen?
Gemiddelde snelheid = afstand / tijd

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Versnelling
= Verandering in snelheid per seconde
snelheid/s
m/s/s



Slide 16 - Slide

Versnelling
Wat is de snelheid van de auto in de afbeelding (in           )

Slide 17 - Slide

Versnelling
Wat is de snelheid van de auto in de afbeelding (in           )?



De auto versnelt per seconde 3 m/s.
Dus 3 

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

voorbeeld berekening
Wat is de versnelling in de diagram?
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord

Slide 21 - Slide

voorbeeld berekening
          Wat is de versnelling in de diagram?
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • Δv = 40 m/s     t = 8 s
  • Versnelling (a) 
  • a = Δv / t
  • a = 40 / 8
  • De versnelling is 5 m/s^2. 

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

voorbeeld berekening
Wat is de versnelling in de diagram?
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord

Slide 24 - Slide

voorbeeld berekening
          Wat is de versnelling in de diagram?
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • Δv = -30 m/s     t = 3 s
  • Versnelling (a) 
  • a = Δv / t
  • a = -30 / 3
  • De versnelling is -10 m/s^2 
  • Negatief (-) dus vertraging

Slide 25 - Slide

Wat is de versnelling
in de grafiek?
A
12 m/s^2
B
6 m/s^2
C
24 m/s^2
D
2 m/s^2

Slide 26 - Quiz

Wat is de versnelling
in de grafiek?
A
-4 m/s^2
B
-0,7 m/s^2
C
4 m/s^2
D
0,7 m/s^2

Slide 27 - Quiz

Wat is de versnelling
in de grafiek?
A
0 m/s^2
B
1 m/s^2
C
6 m/s^2
D
4 m/s^2

Slide 28 - Quiz

Aan de slag!

1. Maak minimaal 4 overhoringsvragen bij de aantekeningen van vandaag.

2. Start met de weektaak (blauwe vak bovenaan).

3. Kijk je weektaak na (erg belangrijk en onderdeel van het huiswerk!).

Klaar? -> Ook extra opdrachten paragraaf 1 en 2 maken (extra uitdaging dus voor het verbeteren van je inzicht)
Maandag 14 september:

Maken en nakijken:
  • Paragraaf 2:    17 t/m 29
timer
15:00

Slide 29 - Slide

Aan de slag!

1. Maak minimaal 4 overhoringsvragen bij de aantekeningen van vandaag.

2. Start met de weektaak (blauwe vak bovenaan).

3. Kijk je weektaak na (erg belangrijk en onderdeel van het huiswerk!).

Klaar? -> Ook extra opdrachten paragraaf 1 en 2 maken (extra uitdaging dus voor het verbeteren van je inzicht)
Woensdag 16 september:

Maken en nakijken:
  • Paragraaf 2:    17 t/m 29
timer
13:00

Slide 30 - Slide

Aan de slag!

1. Maak minimaal 4 overhoringsvragen bij de aantekeningen van vandaag.

2. Start met de weektaak (blauwe vak bovenaan).

3. Kijk je weektaak na (erg belangrijk en onderdeel van het huiswerk!).

Klaar? -> Ook extra opdrachten paragraaf 1 en 2 maken (extra uitdaging dus voor het verbeteren van je inzicht)
Woensdag 16 september:

Opdrachten paragraaf 1.2
maken en nakijken:
• Havo: 18, 19, 20, 22, 24, 26, 27, 29
• Vwo: 17 t/m 27, 29

timer
20:00

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide