10.4 De hersenen

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 10.4 blz. 128 

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek en etui

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 29 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 10.4 blz. 128 

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek en etui

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen herhalen

  • Je kunt de delen van het ruggenmerg noemen.

  • Je kunt de functies van het ruggenmerg noemen

10.4 De hersenen

Thema 10 Regeling

Voorkennis

Waar denk je aan bij het begrip hersenen?

Leerdoelen vandaag

  • Je kunt de onderdelen van de hersenen benoemen en hun functies uitleggen.

  • Je weet welke invloed verdovende, stimulerende en bewustzijnsveranderende middelen hebben op het zenuwstelsel.

  • Je weet welke risico’s er zijn bij het gebruik van verslavende middelen.

De hersenen

De hersenen bestaan uit:

  • hersenstam

  • grote hersenen

  • kleine hersenen

De hersenstam

  • In de hersenen liggen meer dan 100 miljard zenuwcellen.

  • De hersenstam is het verlengde van het ruggenmerg.

  • De hersenstam geleidt impulsen:

    • van het ruggenmerg naar de grote en kleine hersenen;

    • van zintuigen in hoofd en hals naar de hersenen;

    • van de hersenen naar spieren en klieren in hoofd en hals.

  • De hersenstam regelt ook belangrijke levensfuncties:

    • hartslag

    • ademhaling

    • bloeddruk

    • lichaamstemperatuur

Voordoen

Noem twee levensfuncties die door de hersenstam worden geregeld.

ademhaling, hartslag, bloeddruk en temperatuur.

Zelf oefenen

Iemand krijgt een harde klap tegen de hersenstam. Waarom kan dit levensgevaarlijk zijn?

Omdat de hersenstam functies zoals ademhaling, hartslag en bloeddruk regelt.

Grote en kleine hersenen

  • De grote hersenen en kleine hersenen bestaan uit een linker- en rechterhersenhelft.

  • De grote hersenen zijn sterk geplooid.

  • Aan de buitenkant ligt de grijze stof met de cellichamen van schakelcellen.

  • Aan de binnenkant ligt de witte stof met de uitlopers van schakelcellen.

  • In de grote hersenen komen impulsen van zintuigen binnen.

  • Hier word je je bewust van prikkels en wordt informatie verwerkt.

  • In de grote hersenen liggen:

    • gevoelscentra: ontvangen informatie van zintuigen;

    • bewegingscentra: sturen spieren en klieren aan.

  • Zowel de linker- als de rechterhersenhelft bevat gevoels- en bewegingscentra.

Voordoen

Wat is de functie van gevoelscentra?

Het ontvangen en verwerken van informatie van zintuigen.

Zelf oefenen

Waarom word je pas bewust van een prikkel als de impuls de grote hersenen bereikt?

Omdat in de grote hersenen prikkels worden verwerkt en bewust waargenomen.

Binnenkomende impulsen

  • Impulsen van zintuigen komen binnen in gevoelscentra van de grote hersenen.

  • In de gevoelscentra worden prikkels verwerkt en word je je bewust van wat je waarneemt.

  • Voorbeelden:

    • Gezichtscentrum → zien

    • Gehoorcentrum → horen

  • In de bewegingscentra ontstaan impulsen die spieren en klieren aansturen.

  • Via bewegingszenuwen gaan deze impulsen naar spieren en klieren.

  • De kleine hersenen zorgen voor de coördinatie van bewegingen.

  • Dankzij de kleine hersenen kun je bewegingen goed op elkaar afstemmen en je evenwicht bewaren.

Voordoen

Wat is de functie van de kleine hersenen?

Het coördineren van bewegingen en het bewaren van het evenwicht.

Zelf oefenen

Waarom zie je niets als er een storing is in het gezichtscentrum, terwijl je ogen wel werken?

Omdat de impulsen dan niet goed verwerkt worden in de grote hersenen.

Beïnvloeding van het zenuwstelsel

  • Stoffen zoals medicijnen, tabak, drugs en alcohol kunnen de werking van het zenuwstelsel beïnvloeden.

  • Deze stoffen kunnen de doorgifte van impulsen remmen of stimuleren.

  • Daardoor verwerken de hersenen informatie anders.

  • Sommige medicijnen verminderen pijn doordat pijnprikkels de hersenen minder goed bereiken.

  • Andere medicijnen maken je slaperig of minder alert.

  • Alcohol, drugs en sommige medicijnen kunnen het:

    • waarnemingsvermogen verminderen;

    • reactievermogen vertragen.

  • Hierdoor kan deelname aan het verkeer gevaarlijk worden.

Voordoen

Noem vier stoffen die de werking van het zenuwstelsel kunnen beïnvloeden.

Medicijnen, tabak, drugs en alcohol.

Zelf oefenen

Waarom kunnen sommige medicijnen ervoor zorgen dat je minder pijn voelt?

Omdat pijnprikkels de hersenen minder goed bereiken.

Drugs

  • Drugs zijn stoffen die de werking van het centrale zenuwstelsel beïnvloeden.

  • Ze hebben invloed op:

    • gevoelens

    • bewustzijn

    • zintuigen

  • Er zijn drie groepen drugs:

    • Verdovende middelen (downers): remmen de werking van het zenuwstelsel.

    • Stimulerende middelen (uppers): versnellen of stimuleren de werking van het zenuwstelsel.

    • Bewustzijnsveranderende middelen (trippers): veranderen de waarneming van de werkelijkheid.

Voordoen

Wat zijn drugs?

Stoffen die de werking van het centrale zenuwstelsel beïnvloeden.

Zelf oefenen

Welke drie groepen drugs zijn er?

Verdovende middelen, stimulerende middelen en bewustzijnsveranderende middelen.

Verslaving

  • Alcohol, tabak en drugs kunnen gezondheidsrisico's veroorzaken, vooral bij jongeren omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn.

  • Door regelmatig gebruik kan verslaving ontstaan.

  • Nicotine stimuleert de aanmaak van dopamine, waardoor je een prettig gevoel krijgt.

  • Na verloop van tijd ontstaat tolerantie: je hebt steeds meer van het middel nodig voor hetzelfde effect.

  • Er zijn twee vormen van afhankelijkheid:

    • Lichamelijke afhankelijkheid: je krijgt ontwenningsverschijnselen als je stopt.

    • Geestelijke afhankelijkheid: je hebt het gevoel niet zonder het middel te kunnen.

  • Alcohol en tabak zijn in Nederland legaal vanaf 18 jaar.

  • Sommige drugs zijn illegaal, terwijl cannabis onder bepaalde voorwaarden wordt gedoogd.

  • Illegale drugs kunnen extra risico's geven, omdat je niet zeker weet wat erin zit.

Voordoen

Wat is tolerantie?

Dat je steeds meer van een middel nodig hebt om hetzelfde effect te krijgen.

Zelf oefenen

Waarom lopen jongeren extra risico bij het gebruik van alcohol, tabak en drugs?

Omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn.

Aan het werk!

Maken opdrachten 10.4: 1, 2, 3, 5, 6 en 7

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.

Veel fout? -> Maken test jezelf 10.4

Veel goed? -> Maken 8+ online extra 


 


5

minute

00

second

Leerdoelen checken

  • Je kunt de onderdelen van de hersenen benoemen en hun functies uitleggen.

  • Je weet welke invloed verdovende, stimulerende en bewustzijnsveranderende middelen hebben op het zenuwstelsel.

  • Je weet welke risico’s er zijn bij het gebruik van verslavende middelen.