Er is geen standaard verklaring voor moeilijk verstaanbaar gedrag, geen standaard aanpak en er is ook geen standaard oplossing voor.
Moeilijk verstaanbaar gedrag is altijd een teken dat er iets aan de hand is. Je mag het dus nooit als 'gewoon' gaan zien.
Slide 9 - Slide
Automutilatie (zelfbeschadiging)
De zorgvrager verwondt zichzelf of doet zichzelf pijn, soms met hulpmiddelen.
Komt regelmatig voor in de gehandicaptenzorg.
Automutilatie kan ernstige vormen aannemen en ernstige gevolgen hebben. Wonden raken geïnfecteerd en er kunnen blijvende beschadigingen of littekens ontstaan.
Dwangmatig automutileren of de automutilatie gericht inzetten.
Het kan een reactie zijn op onvervulde behoeften. Of de zorgvrager kan geleerd hebben dat automutilatie hem iets oplevert, zoals aandacht.
Slide 10 - Slide
Op welke twee manieren kan automutilatie voorkomen?
Slide 11 - Open question
Agressie
Gedrag wat iemand inzet om - bewust of onbewust - iets kapot maken, een ander schade toe te brengen, en/of duidelijk te maken wat hij wel of niet wil.
Komt ook regelmatig voor in de gehandicaptenzorg.
Het gedrag gaat over de grenzen van anderen heen en roept gevoelens van angst, pijn, verdriet en/of boosheid bij de ander op.
Slide 12 - Slide
Agressie komt regelmatig voor in de gehandicaptenzorg.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 13 - Quiz
Omgaan met agressie
Soms helpt het om de aandacht van de cliënt van de situatie af te leiden.
Geef de cliënt ruimte wanneer hij lichamelijk geweld gebruikt en probeer hem niet tegen te houden (mits anders is afgesproken).
Ook dan is het soms het beste de kamer even te verlaten of om hulp in te roepen.
Geef altijd duidelijk aan wat je gaat doen/ welke handelingen/actie je gaat verrichten/ondernemen.
Gewenst gedrag positief bekrachtigen.
Consequent en constant handelen.
Slide 14 - Slide
Hoe kan je het beste handelen als een cliënt agressief is? Meerdere antwoorden kunnen goed zijn.
A
Om de aandacht van de cliënt van de situatie af te leiden.
B
Door gewenst gedrag positief te bekrachtigen.
C
Door consequent en constant te handelen.
D
Door duidelijk aan te geven wat je gaat doen (acties/handelingen).
Slide 15 - Quiz
Moeilijk verstaanbaar gedrag is niet het probleem
Moeilijk verstaanbaar gedrag kan een machteloos gevoel geven bij de zorgverlener.
Vaak zie je dat er interventies worden ingezet die dichtbij de cliënt liggen als medicatie of afzonderen.
Moeilijk verstaanbaar gedrag is te vergelijken met koorts. Het is een manier om aan te geven dat er sprake is van een ander probleem. Je kunt koorts behandelen met bijvoorbeeld een paracetamol, maar daarnaast moet je ook onderzoeken waar de koorts vandaan komt.
Slide 16 - Slide
Moeilijk verstaanbaar gedrag voorkomen
Persoonsgericht werken staat centraal, dit is ook de sleutel bij moeilijk verstaanbaar gedrag.
Leer de zorgvrager kennen, zorg dat de zorgvrager zich veilig voelt.
Blijf geïnteresseerd en nieuwsgierig, houd er rekening mee dat de zorgvrager kan veranderen.
Slide 17 - Slide
Bronnen van informatie over de zorgvrager:
De zorgvrager zelf is de belangrijkste bron.
De naasten van de zorgvragers: zijn ouders, familieleden, mantelzorgers. Neem hun kennis serieus. Iedere zorgvrager heeft zijn eigen 'gebruiksaanwijzing'.
Het ondersteuningsplan: zorg dat je op de hoogte bent van de geschiedenis van de zorgvrager en van zijn begeleidingsafspraken.
Slide 18 - Slide
Wie is de belangrijkste bron van informatie over de zorgvrager?