This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 90 min
Items in this lesson
We gaan scheiden!
We gaan scheiden!
Slide 1 - Slide
Waar gaan we het over hebben?
Wij kleden ons aan
Ik ruim het huis op
Hij stelt zich voor
Zij zetten de tafels en stoelen neer
Let goed op!
Schenk jij even in?
Slide 2 - Slide
Waar gaan we het over hebben?
Wij kleden ons aan aankleden
Ik was de borden af afwassen
Ik ruim het huis op opruimen
Hij stelt zich voor voorstellen
Zij zetten de tafels en stoelen neer neerzetten
Let goed op! opletten
Schenk jij even in? inschenken
Slide 3 - Slide
Scheidbare werkwoorden
Scheiden = uit elkaar halen
Soms moet je deze werkwoorden uit elkaar halen, en soms niet
Slide 4 - Slide
Wat gaan we vandaag doen?
Herhalen van de theorie van scheidbare werkwoorden
Zinnen maken met scheidbare werkwoorden
Slide 5 - Slide
Lesdoel
Na deze les kunnen jullie scheidbare werkwoorden herkennen.
En goede zinnen maken met scheidbare werkwoorden.
Slide 6 - Slide
Wat is een scheidbaar werkwoord?
Een scheidbaar werkwoord heeft 2 woorden: een werkwoord en een ander woord. Dat komt voor het werkwoord.
Samen hebben ze een andere betekenis!
aan rijden
op halen
voor zeggen
tegen houden
in nemen
uit maken
Slide 7 - Slide
Woordaccent
Bij een scheidbaar werkwoord ligt het woordaccent op de eerste lettergreep. Luister maar:
uitdelen
klaarzetten
vastmaken
doorrijden
Slide 8 - Slide
www.tiktok.com
Slide 9 - Link
Woordaccent
Er zijn woorden die lijken op scheidbare werkwoorden. Maar ze zijn het niet. Dat kun je horen aan het woordaccent.
vertellen
bestellen
ontdekken
bespreken
Deze woorden blijven dus altijd zo staan!
Bij deze woorden ligt het accent niet op het eerste stukje, maar op het tweede.
vergelijk:
bespreken afspreken
Slide 10 - Slide
Hoe gebruik je een scheidbaar werkwoord?
Je schrijft eerst het onderwerp: wie of wat
Dan het werkwoord, in de vorm die past bij het onderwerp.
Het andere woord staat altijdop de laatste plaats in de zin.
bijvoorbeeld: uitstappen
Hijstapt bij de vijfde halteuit.
bijvoorbeeld: schoonmaken
Ik maakde keukenschoon.
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Video
Scheidbaar werkwoord?
Afbreken
A
Ja
B
Nee
Slide 13 - Quiz
Scheidbaar werkwoord?
Vergeten
A
Ja
B
Nee
Slide 14 - Quiz
Scheidbaar werkwoord?
Bespreken
A
Ja
B
Nee
Slide 15 - Quiz
Scheidbaar werkwoord?
Weggooien
A
Ja
B
Nee
Slide 16 - Quiz
Zoek het scheidbare werkwoord in de zin:
Wij nodigen de buren uit voor een feestje.
A
Nodigen
B
De buren
C
Het feestje
D
Nodigen uit
Slide 17 - Quiz
Zoek het scheidbare werkwoord in de zin:
Zij doet de lamp uit.
A
Zij
B
Doen
C
Doet uit
D
De lamp
Slide 18 - Quiz
Zoek het scheidbare werkwoord in de zij:
Ik ruim de kleding op.
A
Ruim
B
Op
C
De kleding
D
Ruim op
Slide 19 - Quiz
Wat is het scheidbare werkwoord? (hele werkwoord)
Ik haal mijn kinderen op.
Slide 20 - Open question
Wat is het scheidbare werkwoord? (hele werkwoord) Zij steekt de straat over.
Slide 21 - Open question
Wat is het scheidbare werkwoord?(hele werkwoord)
We denken er nog even over na.
Slide 22 - Open question
Wat is het scheidbare werkwoord? (hele werkwoord)
De ober schenkt mijn glas vol.
Slide 23 - Open question
Welke scheidbare werkwoorden kunnen we zelf bedenken?
Slide 24 - Mind map
Maak een zin met
Ik + de opdracht + goedkeuren
Slide 25 - Open question
Maak een zin met:
Een tas + meenemen + jij.
Slide 26 - Open question
Maak een zin met:
Uitschelden + de leraar + de leerlingen
Slide 27 - Open question
Maak een zin met:
Uitspreken + de woorden + goed + hij
Slide 28 - Open question
Soms hoef je het niet te scheiden
Staan er twee werkwoorden in de zin? Dan blijft het scheidbare werkwoord bij elkaar. Het eerste werkwoord moet je vervoegen. Het scheidbare werkwoord staat achteraan.
Slide 29 - Slide
Deze hond vindt het niet leuk dat we hem uitlachen!
uitlachen = lachen + uit
Door het extra werkwoord in de zin (vindt), blijft het scheidbaar werkwoord bij elkaar
scheidbaar werkwoord + voorzetsel werkwoord
Slide 30 - Slide
Lijst met de meest voorkomende scheidbare werkwoorden
Jullie ontvangen een lijst met de meest voorkomende scheidbare werkwoorden.
Slide 31 - Slide
Ik kan scheidbare werkwoorden herkennen.
😒🙁😐🙂😃
Slide 32 - Poll
Ik kan een goede zin maken met scheidbare werkwoorden.