MC 1 - Uitscheidingsstelsel

Human Body
1 / 47
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Human Body

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Human Body
Week 1 - Van cel tot organisme
Week 2 - Spijsvertering
Week 3 - Ademhaling
Week 4 - Uitscheiding
Week 5 -> Bloedsomloop + samenhang stelsels
Week 6 -> Toets + jury

Slide 2 - Slide

Overzicht van de inhouden = verkennen van de leerstof in dit project.
Waarom is uitscheiding belangrijk?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

De celfabriek

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

Waarom energie nodig?
Wat gebeurt er met de ademhaling bij inspanning? Hoe komt dit?
Week 4 - MC 1 - Het uitscheidingsstelsel

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Uitscheiding
Proces waarbij 
- afvalstoffen 
- overmaat aan voedingsstoffen
vervoerd worden via het bloed naar bepaalde plaatsen in ons lichaam en daar verwijderd worden.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Nuttige stof
Afvalstof
water
suiker
urine
zuurstofgas
eiwitten
koolstofdioxide
zweet

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

Welk orgaan is geen uitscheidingsorgaan
A
Longen
B
Nieren
C
Hart
D
Huid

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

De longen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Video

This item has no instructions

De huid

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Je huid...
  • heeft een oppervlakte van ongeveer twee vierkante meter
  • weegt ongeveer vier kilo
  • de dikte van de huid varieert van 0,1 mm tot meer dan vier mm
  • elke minuut verlies je zo'n 30 000 tot 40 000 oude huidcellen 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Zweetklieren

Slide 18 - Slide

In de huid vindt een stofuitwisseling plaats, via de zweetklieren kunnen stoffen ons lichaam verlaten.
Talgklier
opperhuid
lederhuid
vetlaag
zweetklier

Slide 19 - Drag question

This item has no instructions

Zweetklieren maken zweet. Wat is de functie van zweet?
A
nat houden van de huid
B
soepel houden van de huid
C
afkoeling van de huid
D
zweten

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Waaruit bestaat zweet?

Slide 21 - Open question

Zweet bestaat uit water, afvalstoffen en zouten
Nieren
De nieren regelen de hoeveelheid
en samenstelling van lichaamsvloeistoffen.

De nieren filteren bloed en houden het zuiver.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Video

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

1
2
3
4
Blaas
nieren
Urinebuis
Urineleider

Slide 25 - Drag question

This item has no instructions

Nieren
Halfronde organen van ongeveer 12 cm lang en 6 centimeter breed
Hoog achter in de buikholte aan weerzijde van wervelkolom
Beschermd in niervet
Zuiveren bloed en produceren urine
Functies:
Schadelijke stoffen uit bloed filteren
Overtollig water (vochtbalans) zout en schadelijke stoffen afvoeren

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

De juiste volgorde van het urinewegstelsel is...
A
Nieren - Blaas - Urineleider
B
Nieren - Urineleider - Blaas
C
Urineleider - Nieren - Blaas
D
Urineleider - Blaas - Nieren

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Nieren

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Welke bloedvat brengt bloed naar de nier?
A
Nierslagader
B
Nierader
C
Poortader
D
Holle ader

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

welk bloedvat bevat meer afvalstoffen?
A
nierslagader
B
nierader

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

nier
urineleider
blaas
urinebuis
niermerg
nierschors
nierbekken

Slide 33 - Drag question

This item has no instructions

Hieronder zie je een doorsnede van een nier. 
Zet de namen van de onderdelen op de juiste plaats.
nierbekken
nierschors
niermerg
urineleider
nierslagader
nierader

Slide 34 - Drag question

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Urine wordt gevormd en gaat naar?
A
de nierschors
B
het nierbekken
C
het niermerg
D
de urineleider

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

In welk gedeelte van de nier wordt de urine verzameld?
A
niermerg
B
nierschors
C
nierbekken
D
nierader

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Hier wordt urine opgeslagen
A
Lever
B
Nieren
C
Urineblaas
D
Milt

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de maximale inhoud van de blaas?
A
1000 ml
B
750 ml
C
500 ml
D
300 ml

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Welke kleuren kan urine hebben?

Slide 43 - Open question

This item has no instructions

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

De nieren zijn heel belangrijk. Ze maken urine. De kleur van urine van iemand die weinig drinkt en veel zweet is ...
A
wit
B
lichtgeel
C
donker geel
D
rood

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Andere kleuren?

Roze/rood bruin: Bloed in urine. (blaasontsteking, nierbekkenontsteking, nierstenen, tumoren.
Roze rood             : Rode bietjes, bramen of rabarber
Groen                      : Asperges
Blauw                      : Kleurstof in snoep of medicatie

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Tekst
Uitscheidingsorganen
Koolstofdioxide en water
Zouten
water
Water, zouten, overtollige vitaminen, afvalstoffen

Slide 47 - Drag question

This item has no instructions