H5 Toenamediagrammen en differentiequotiënten

H5 Toenamediagrammen en differentiequotiënten
1 / 26
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min
Report this lesson

Items in this lesson

H5 Toenamediagrammen en differentiequotiënten

Slide 1 - Slide

Hoe noemen we deze manier van stijgen?
A. Afnemende stijging
B. Constante stijging
C. Toenemende stijging

Invullen bij volgende dia.

Slide 2 - Slide

Hoe noemen we deze manier van stijgen?
A
Afnemende stijging
B
Constante stijging
C
Toenemende stijging

Slide 3 - Quiz

Slide 4 - Slide

Welke manier van stijgen/dalen hoort op interval ⟨10, 15⟩
A. Afnemende daling
B. Afnemende stijging
C. Toenemende daling
D. Toenemende stijging

Slide 5 - Slide

Welke manier van stijgen/dalen hoort op interval ⟨10, 15⟩
A
Afnemende daling
B
Afnemende stijging
C
Toenemende daling
D
Toenemende stijging

Slide 6 - Quiz

Welke manier van stijgen/dalen hoort op interval ⟨10, 15⟩
A. Afnemende daling
B. Afnemende stijging
C. Toenemende daling
D. Toenemende stijging

Slide 7 - Slide

Grafiek
Toenamediagram
Stapgrootte Δx = 1

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Drag question

Slide 10 - Slide

Bij een open interval...
A
...doen de grenzen wel mee en gebruik je <...>
B
...doen de grenzen wel mee en gebruik je [...]
C
...doen de grenzen niet mee en gebruik je <...>
D
...doen de grenzen niet mee en gebruik je […]

Slide 11 - Quiz

Bij een gesloten interval...
A
...doen de grenzen wel mee en gebruik je <...>
B
...doen de grenzen wel mee en gebruik je [...]
C
...doen de grenzen niet mee en gebruik je <...>
D
...doen de grenzen niet mee en gebruik je […]

Slide 12 - Quiz

[5,9] betekent:
A
vanaf 5 tot en met 9
B
5<x<9
C
vanaf 5 tot 9
D
tussen 5 en 9

Slide 13 - Quiz

<5,9> betekent:
A
vanaf 5 tot en met 9
B
groter dan 5 tot en met 9
C
groter dan 5 en kleiner dan 9
D
5<x<9

Slide 14 - Quiz

constante stijging
constante daling
toenemende stijging
toenemende daling
afnemende stijging
afnemende daling

Slide 15 - Drag question

Het differentiequotiënt op het interval [xA , xB] is gelijk aan
A
​Δx​​Δy​​
B
de gemiddelde verandering
C
de rc van de lijn door A en B
D
alle drie de antwoorden zijn waar

Slide 16 - Quiz

Bereken het differentiequotiënt op [-1,5]
A
4
B
1,5
C
​3​​2​​
D
−​3​​2​​

Slide 17 - Quiz

x
-1
5
y
-2
2
​Δx​​Δy​​=​5−−1​​2−−2​​=​6​​4​​=​3​​2​​

Slide 18 - Slide

De gemiddelde verandering van y op het interval [2,5] is
A
3
B
-3
C
​3​​1​​
D
−​3​​1​​

Slide 19 - Quiz

x
2
5
y
5
6
​Δx​​Δy​​=​5−2​​6−5​​=​3​​1​​

Slide 20 - Slide

Het differentiequotiënt
op [1, 6] is
A
0.6
B
5/3
C
0.5
D
geen idee

Slide 21 - Quiz

x
1
6
y
3
6
​Δx​​Δy​​=​6−1​​6−3​​=​5​​3​​=0,6

Slide 22 - Slide


Bereken het differentiequotiënt van y op het interval [4, 7]
y=−x​2​​+12x−20

Slide 23 - Open question

y=−x​2​​+12x−20
Invoeren GR: 
Y1=−x​2​​+12x−20
Table SET  b.v. start 1  , end 8, step 1

Dit geeft alle y-waarden op het interval [1, 8] met stapgrootte 1


x
4
7
y
12
15
​Δx​​Δy​​=​7−4​​15−12​​=​3​​3​​=1

Slide 24 - Slide


Bereken de gemiddelde verandering van W op het interval [15, 40]
W=−0,012q​3​​+1,5q​2​​+40q−500

Slide 25 - Open question

Invoeren GR: 
Table SET  b.v. start 10  , end 40, step 5

Dit geeft alle y-waarden op het interval [10, 40] met stapgrootte 5


q
15
40
W
397
2732
​Δq​​ΔW​​=​40−15​​2732−397​​=​25​​2335​​=93,4
W=−0,012q​3​​+1,5q​2​​+40q−500
Y1=−0,012x​3​​+1,5x​2​​+40x−500
Gemiddelde verandering:

Slide 26 - Slide