Engels

Engels

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEngelsSpeciaal OnderwijsLeerroute 1Leerroute 2Leerroute 3Leerroute 4Leerroute 5Leerroute 6

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Engels

Panning

wat heb je nodig?

wat gaan we doen?

  • een schriftje

  • een pen/potlood

  • een gum

  • lidwoorden

  • woordjes + lidwoorden

  • filmpje + woordjes

  • voorstellen

  • quiz

  • filmpje

Lidwoorden

er zijn 3 verschillende lidwoorden in het Nederlands. in het Engels werkt dat anders. je hebt er in het Engels 2: the en a. the = de, het. a = een. maar sommige woorden in het Engels beginnen al met een klinker. dan gebruik je an.




hierboven staat een goed voorbeeld van wanneer je a gebruikt en wanneer an.

oefen nu maar eens met deze woordjes! (bedenk zelf welk lidwoord ervoor moet)

  1. Ant 🐜

  2. House 🏠

  3. Fish 🐟

  4. Ice ❄️

  5. Ball

  1. Apple 🍎

  2. Tree 🌳

  3. Car 🚗

  4. Elephant 🐘

  5. Book 📖

  1. Moon 🌙

  2. Sun ☀️

  3. Orange 🍊

  4. Dog 🐶

  5. Cat 🐱

kort filmpje over Engelse woordjes.


Hoeveel ken jij er?

je gaat jezelf nu voorstellen!

hello, i am .........


i am ..... year old


i love to play .........


my favorite food is .........


i live in ...........


bye bye!!!

oefen dit gesprek goed!


je schrijft al je antwoorden in je schrift. als je iets niet weet vraag je het aan mij.

vraag 1

hoe zeg je een appel in het Engels?



A. the appel

B. an appel

C. a apple

D. an apple

vraag 2

welk woord staat goed opgeschreven?



A. fisch

B. oragne

C. cat

D. bal

vraag 3

hoe zeg je: ik heet Berta

BONUS: ik heet Berta en ben 67 jaar.




Filmpjeeee

EINDE