Balans begrijpen en toepassen

Balans begrijpen en toepassen

1 / 43
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 75 min
Report this lesson

Items in this lesson

Balans begrijpen en toepassen

Open met het idee dat een balans een momentopname is van wat een bedrijf bezit en hoe dat is gefinancierd. Koppel dit aan herkenbare situaties zoals een kapsalon, fietsenwinkel of lunchzaak.

Leerdoel

Ik kan de samenstelling van de balans uitleggen, balansposten op de juiste plek indelen en eenvoudige veranderingen en mutaties in een balans herkennen en toepassen.

This item has no instructions

Lesagenda

  1. Stoeltjesdans

  2. Huiswerk bespreken

  3. Excursie plannen

  4. Wat weet je nog?

  5. Actieve instructie

  6. Boek-opdrachten

  7. Bespreken of huiswerk

  8. Afsluiting

This item has no instructions

Excursie / Bedrijfsbezoek

  1. Donderdagmiddag 12:15

  2. Sport op maat

  3. Bedrijf dat logistiek interresant is

This item has no instructions

Welke woorden koppel jij aan een balans?

Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Let op woorden als activa, passiva, bezit, schuld, bank, voorraad en eigen vermogen.

De balans als overzicht

Een balans laat op één moment zien:

  • wat een bedrijf bezit

  • wat een bedrijf te vorderen heeft

  • hoe dat is gefinancierd


De balans heeft daarom twee kanten:

  • activa

  • passiva

Benadruk dat activa de bezittingen en vorderingen tonen, terwijl passiva laten zien waar het geld vandaan komt: eigen vermogen of schulden.

Activa en passiva

Activa staan aan de linkerkant van de balans.

Hierop staan bezittingen en vorderingen van het bedrijf.


Passiva staan aan de rechterkant van de balans.

Hierop staan het eigen vermogen en de schulden van het bedrijf.


De totalen van beide kanten zijn altijd aan elkaar gelijk.

Veel studenten denken dat passiva 'negatief' betekent. Leg uit dat passiva ook het eigen vermogen bevatten en dus de financieringskant van het bedrijf vormen.

Vaste en vlottende activa

Bezittingen die langer dan één jaar in het bedrijf blijven.


Voorbeelden:

  • bedrijfsauto

  • inventaris

  • gebouw

Vaste activa

Vlottende activa

Bezittingen die korter dan één jaar in het bedrijf aanwezig zijn of snel in geld veranderen.


Voorbeelden:

  • voorraad

  • kas

  • bank

  • debiteuren

Gebruik een eenvoudig ezelsbruggetje: vast = blijft langer, vlottend = beweegt sneller mee in het bedrijf.

Eigen vermogen en vreemd vermogen

Aan de passivakant staan twee hoofdgroepen:

  • eigen vermogen: geld van de eigenaar zelf

  • vreemd vermogen: schulden van het bedrijf

Voorbeelden vreemd vermogen:

  • lening

  • crediteuren

  • hypotheek

Maak duidelijk dat eigen vermogen geen schuld aan een externe partij is. Vreemd vermogen moet wel aan anderen worden terugbetaald.

Balansposten juist indelen

Voorbeelden van de juiste plaats op de balans:

  • inventaris → vaste activa

  • voorraad → vlottende activa

  • bank → vlottende activa

  • eigen vermogen → passiva

  • crediteuren → vreemd vermogen

  • hypotheek → vreemd vermogen

Laat bij elk voorbeeld hardop de redenering horen: bezit of financiering, en bij activa: lang of kort in het bedrijf.

Waar staat eigen vermogen op de balans?

A

vaste activa

B

passiva

C

vlottende activa

D

activa

Toetst het onderscheid tussen bezit/vorderingen en financiering. Veelgemaakte fout: eigen vermogen bij activa zetten omdat het 'van jezelf' is.

Wie doet de balans debet?

This item has no instructions

Wie doet de balans credit?

This item has no instructions

This item has no instructions

Balansposten indelen

Op de balans staan bezittingen en vorderingen bij de activa. Inventaris hoort bij de vaste activa en bank hoort bij de vlottende activa. Eigen vermogen en schulden staan bij de passiva.

activa
vaste activa
vlottende activa
passiva
vreemd vermogen
debiteuren
voorraad
hypotheek

De lege delen testen de kernwoorden uit de eerste uitleg over balans en indeling van posten.

Wat verandert het eigen vermogen?

Het eigen vermogen verandert door gebeurtenissen in het bedrijf en door handelingen van de eigenaar.

Belangrijke oorzaken:

  • winst

  • verlies

  • privé-opnames

  • stortingen

Introduceer dit als nieuwe stof: het eigen vermogen is geen vast getal, maar beweegt mee met resultaten en privéhandelingen.

Winst en verlies

Winst verhoogt het eigen vermogen.

Het bedrijf houdt dan meer over dan het heeft uitgegeven.


Verlies verlaagt het eigen vermogen.

Het bedrijf geeft dan meer uit dan het oplevert.


Kort:

winst → eigen vermogen omhoog

verlies → eigen vermogen omlaag

Koppel dit aan een herkenbaar voorbeeld, zoals een lunchzaak die in een maand meer verkoopt dan de kosten bedragen.

Privé-opnames en stortingen

De eigenaar kan ook zelf invloed hebben op het eigen vermogen.


  • privé-opname: geld of goederen uit het bedrijf voor privégebruik → eigen vermogen daalt

  • storting: de eigenaar brengt extra geld in het bedrijf → eigen vermogen stijgt


Deze veranderingen komen dus niet door winst of verlies.

Veel studenten halen storting en opbrengst door elkaar. Benadruk dat een storting van de eigenaar geen omzet is.

Voorbeeld eigen vermogen

Beginstand eigen vermogen: €12.000

Veranderingen:

  • winst €2.000

  • privé-opname €500

  • storting €1.000

Eindstand:

€12.000 + €2.000 - €500 + €1.000 = €14.500

Werk dit stap voor stap door. Laat zien dat niet alle veranderingen dezelfde richting hebben.

Omvang van het eigen vermogen

De omvang van het eigen vermogen is het bedrag dat overblijft van de bezittingen nadat de schulden ervan af zijn gehaald.


Formule:

eigen vermogen = activa - vreemd vermogen


Je kijkt dus naar wat echt van de eigenaar zelf is.

Leg uit dat 'omvang' hier gewoon 'hoe groot het bedrag is' betekent. Dit helpt bij het lezen van balansen en bij eenvoudige berekeningen.

Welke gebeurtenis verlaagt het eigen vermogen?

A

storting

B

winst

C

privé-opname

D

meer omzet

'Meer omzet' is bewust als afleider opgenomen: omzet is niet automatisch winst. In deze reeks is privé-opname de enige zekere verlaging.

Veranderingen in eigen vermogen

Het eigen vermogen verandert door winst, verlies, privé-opnames en stortingen. De omvang van het eigen vermogen bereken je met: eigen vermogen = activa - vreemd vermogen.

winst
verlies
activa
passiva
omzet
kosten
lening

Laat studenten de formule hardop koppelen aan de betekenis: wat blijft van de bezittingen over na aftrek van schulden?

Hoe kom je van €12.000 naar €14.500 eigen vermogen?

Bespreek dat een juist antwoord noemt: beginstand 12.000, winst erbij, privé-opname eraf, storting erbij, eindstand 14.500. Let op het verschil tussen bedrijfsresultaat en privéhandelingen.

Hypotheekgever en hypotheeknemer

Hypotheeknemer

De partij die het geld leent.


Dat is bijvoorbeeld:

  • een ondernemer

  • een huiseigenaar

Hypotheekgever

De partij die het geld uitleent.


Vaak is dit:

  • een bank

  • een andere geldverstrekker

Benadruk het verschil tussen geven en nemen vanuit het perspectief van de lening. De hypotheekgever geeft het geld, de hypotheeknemer neemt het geld op.

This item has no instructions

Hypotheek op de balans

Voor een ondernemer is een hypotheek meestal:

  • een schuld

  • dus een post aan de passivakant

  • onderdeel van het vreemd vermogen


De bank ziet dezelfde lening juist als een vordering.

Dit is een goed moment om perspectief te benadrukken: dezelfde lening ziet er anders uit voor lener en uitlener.

Wat is een goederenstaat?

Een goederenstaat is een overzicht van aanwezige goederen.


Daarin staat bijvoorbeeld:

  • welke goederen er zijn

  • hoeveel er zijn

  • wat de waarde is


Een goederenstaat helpt om voorraad en andere goederen goed vast te leggen.

Houd het praktisch: denk aan een winkel die wil weten hoeveel producten nog op voorraad zijn.

Goederenstaat in een bedrijf

Bij een kleine winkel kan een goederenstaat laten zien:

  • 20 tassen

  • 15 waterflessen

  • 10 notitieboeken


Zo'n overzicht helpt bij:

  • voorraad controleren

  • waarde bepalen

  • balansgegevens verzamelen

Noem dat een goederenstaat vooral een hulpmiddel is om gegevens voor de administratie en de balans te verzamelen.

Wie is de hypotheeknemer?

A

de bank

B

de verzekeraar

C

de geldlener

D

de borgsteller

Toetst het verschil tussen hypotheekgever en hypotheeknemer vanuit het perspectief van de lening.

Hypotheek en goederenstaat

Een goederenstaat is een overzicht van aanwezige goederen. Een hypotheek staat voor een ondernemer meestal aan de passivakant en hoort bij het vreemd vermogen.

goederenstaat
passivakant
vreemd vermogen
activa
eigen vermogen
bankrekening
voorraad

Hier komen twee begrippen samen: goederenstaat als overzicht en hypotheek als schuld op de balans.

Balans samenstellen

Bij het samenstellen van een balans werk je in stappen:

  1. zet alle bezittingen en vorderingen bij activa

  2. verdeel activa in vaste en vlottende activa

  3. zet eigen vermogen en schulden bij passiva

  4. controleer of beide totalen gelijk zijn

Laat studenten zien dat een balans opbouwen vooral ordenen en controleren is.

Voorbeeld van een balans

  • inventaris €8.000

  • voorraad €3.000

  • bank €4.000


Totaal activa: €15.000

  • eigen vermogen €9.000

  • lening €6.000


Totaal passiva: €15.000

Activa

Passiva

Gebruik dit voorbeeld om de basisstructuur nog eens compact te herhalen. Vraag mondeling waarom bank onder vlottende activa valt.

Wat is een mutatie?

Een mutatie is een verandering in een balanspost of vermogenspost.


Voorbeelden:

  • geld op de bank neemt toe

  • voorraad neemt af

  • schuld wordt kleiner

  • eigen vermogen verandert

Benadruk dat mutatie simpelweg 'verandering' betekent. Studenten hoeven hier nog geen complexe journaalposten te maken.

Mutatie verwerken in de balans

Voorbeeld:

Een ondernemer stort €2.000 extra op de zakelijke bankrekening.


Gevolg:

  • bank stijgt met €2.000

  • eigen vermogen stijgt met €2.000


De balans blijft in evenwicht.

Laat zien dat een mutatie vaak twee kanten raakt. Dit helpt later bij dubbel boekhouden, zonder dat je die term nu centraal hoeft te zetten.

Nog een eenvoudige mutatie

Voorbeeld:

Een bedrijf betaalt €500 af op een lening via de bank.


Gevolg:

  • bank daalt met €500

  • lening daalt met €500


Ook nu blijven activa en passiva gelijk.

Wijs erop dat hier zowel een bezit als een schuld afneemt. Dat is voor veel studenten een belangrijk inzicht.

Welke stap hoort bij het samenstellen van een balans?

A

schulden bij activa

B

totalen vergelijken

C

omzet bij passiva

D

voorraad bij leningen

Controleert of studenten de vaste werkwijze herkennen: indelen en daarna nagaan of beide kanten gelijk zijn.

Balans en mutatie

Bij een storting van €2.000 stijgt de bank met €2.000 en stijgt ook het eigen vermogen. Bij een aflossing van €500 daalt de lening en daalt ook de bank met €500.

bank
eigen vermogen
lening
voorraad
crediteuren
winst
inventaris

Benadruk dat een mutatie vaak twee posten raakt, terwijl de balans in evenwicht blijft.

Leg in je eigen woorden uit wat een mutatie is.

Bespreek dat een goed antwoord het begrip 'verandering' noemt en een eenvoudig voorbeeld geeft, zoals bank omhoog door storting of lening omlaag door aflossing.

Aan de slag!

2.1, 2.2 en 2.3

Werk zelfstandig

15 min

Daarna bespreken en anders huiswerk

This item has no instructions

Wat heb jij vandaag het duidelijkst geleerd?

Laat studenten kort terugblikken op de inhoud. Mogelijke thema's: indelen van posten, eigen vermogen, hypotheek, goederenstaat of mutaties.

Welk onderdeel vond jij nog het lastigst?

Gebruik de antwoorden om te zien waar extra oefening nodig is, bijvoorbeeld bij activa/passiva of mutaties.

Begrippenlijst

balans - overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen op één moment

activa - bezittingen en vorderingen van het bedrijf

passiva - eigen vermogen en schulden van het bedrijf

vaste activa - bezittingen die langer dan één jaar in het bedrijf blijven

vlottende activa - bezittingen die kort in het bedrijf aanwezig zijn of snel in geld veranderen

eigen vermogen - vermogen van de eigenaar in het bedrijf

vreemd vermogen - schulden van het bedrijf

This item has no instructions

Begrippenlijst

hypotheekgever - partij die het geld uitleent bij een hypotheek

hypotheeknemer - partij die het geld leent bij een hypotheek

goederenstaat - overzicht van aanwezige goederen en hun waarde

mutatie - verandering in een balanspost of vermogenspost

privé-opname - geld of goederen die de eigenaar uit het bedrijf haalt voor privégebruik

storting - geld dat de eigenaar extra in het bedrijf brengt

omvang van het eigen vermogen - het bedrag van het eigen vermogen

This item has no instructions