Beweging in diagrammen (Natuurkunde havo), les 3: Terugblik quiz

Een skydiver valt, met luchtweerstand (foto: Rstpch, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Quiz

Terugblik: Beweging in diagrammen

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblikquiz met twaalf vragen over beweging in diagrammen: omrekenen, helling en oppervlakte, vrije val, valbeweging met wrijving en een volgordevraag.

Items in this lesson

Een skydiver valt, met luchtweerstand (foto: Rstpch, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Quiz

Terugblik: Beweging in diagrammen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rstpch / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een auto rijdt 108 km/h. Reken om naar m/s.

A

389 m/s

B

0,0300 m/s

C

1,80 m/s

D

30,0 m/s

Syllabus C1.1 en A15: omrekenen naar SI. 108/3,6 = 30,0 m/s. Fouten: vermenigvuldigen met 3,6 (388,8, dus 389), delen door 3600 (0,0300), delen door 60 (1,80).

Vul in

Bij een vrije val is de versnelling constant en gelijk aan de valversnelling van 9,81 m/s².

vrije val
valversnelling
eindsnelheid
gemiddelde snelheid

Syllabus C1.2: vrije val en g. Fout: de eindsnelheid noemen; die hoort bij een val met wrijving.

Een (x,t)-diagram is een horizontale lijn. Wat doet het voorwerp?

A

Het voorwerp rijdt eenparig

B

Het voorwerp staat stil

C

Het voorwerp versnelt steeds

D

Het voorwerp remt steeds af

Syllabus C1.2: de plaats verandert niet, dus de snelheid is nul. Fout: een horizontale lijn lezen als constante snelheid.

Bepaal met de raaklijn de versnelling van de parachutist op t = 4,0 s.

A

5,0 m/s²

B

10 m/s²

C

2,5 m/s²

D

9,81 m/s²

Syllabus C1.2: versnelling uit een (v,t)-diagram met een raaklijn. De raaklijn gaat door (0 s; 10 m/s) en (8,0 s; 30 m/s): Δv = 20 m/s, Δt = 8,0 s, a = 20/8,0 = 2,5 m/s². Fouten: v/t op het raakpunt (20/4,0 = 5,0), de helling aan het begin (10), g gebruiken terwijl er wrijving is (9,81). Image credit: Eigen figuur

Je wilt uit een (v,t)-diagram de gemiddelde snelheid over 20 s bepalen. Wat doe je?

A

De oppervlakte delen door de tijdsduur

B

De helling van de grafiek bepalen

C

De hoogste snelheid door de tijd delen

D

De snelheid aan het eind aflezen

Syllabus C1.2: de oppervlakte onder de kromme is de verplaatsing; vgem = Δx/Δt. Fout: de helling nemen; dat geeft de versnelling.

Een steen valt vrij vanuit rust. Na hoeveel s is zijn snelheid 14,7 m/s?

A

0,667 s

B

1,50 s

C

144 s

D

0,150 s

Syllabus C1.2: a = Δv/Δt, dus Δt = Δv/a = 14,7/9,81 = 1,498 s, in drie significante cijfers 1,50 s. Fouten: omgekeerd delen (9,81/14,7 = 0,667), vermenigvuldigen (14,7·9,81 = 144), komma verschoven (0,150).

Bepaal de gemiddelde snelheid tussen t = 4,0 s en t = 10 s.

A

2,5 m/s

B

5,0 m/s

C

0,29 m/s

D

3,5 m/s

Syllabus C1.2: gemiddelde snelheid uit een (x,t)-diagram. Bij t = 4,0 s is x = 4,0 m, bij t = 10 s is x = 25 m: Δx = 21 m, Δt = 6,0 s, vgem = 3,5 m/s. Fouten: x/t op het eindpunt (25/10 = 2,5), de snelheid op t = 10 s met een raaklijn (5,0), Δt/Δx (0,29). Image credit: Eigen figuur

Zet op volgorde: de snelheid op één moment bepalen

1

Teken de raaklijn door dat punt

2

Kies twee punten ver uit elkaar op de raaklijn

3

Deel Δx door Δt tussen die twee punten

4

Zoek het punt op de kromme bij dat tijdstip

Syllabus C1.2: uit een (x,t)-diagram de snelheid op een bepaald moment bepalen met een raaklijn; de werkwijze van de dia 'Raaklijn in een (x,t)-diagram'. Veelgemaakte fout: de twee punten op de kromme kiezen in plaats van op de raaklijn.

Een auto remt vanaf 72 km/h eenparig tot stilstand in 6,0 s. Hoe ver rijdt hij?

A

6,0·10¹ m

B

1,2·10² m

C

4,3·10² m

D

12 m

Syllabus C1.1 en C1.2. v = 72/3,6 = 20 m/s. Het (v,t)-diagram is een driehoek: ½ · 6,0 · 20 = 60 m. Fouten: de ½ vergeten (20 · 6,0 = 1,2·10²), km/h niet omgerekend (72 · 6,0 = 4,3·10²), 72/6,0 = 12.

Hoe loopt het (v,t)-diagram bij de eindsnelheid?

Goed antwoord: de grafiek wordt een horizontale lijn: de helling is nul, dus de versnelling is nul en de snelheid is constant. Verwachte fout: 'de snelheid is nul'.

Waarom vallen hamer en veer op de maan tegelijk neer?

A

De hamer en de veer hebben dezelfde massa

B

Op de maan werkt geen zwaartekracht

C

Zonder lucht is er geen luchtweerstand

D

De maan trekt lichte voorwerpen sterker aan

Syllabus C1.2: vrije val. Zonder lucht is er alleen de zwaartekracht en vallen alle voorwerpen met dezelfde versnelling. Fout: denken dat er op de maan geen zwaartekracht is.

Tussen welke twee tijdstippen is de snelheid het grootst?

A

0 s en 10 s

B

10 s en 20 s

C

20 s en 30 s

D

30 s en 40 s

Syllabus C1.2: de helling van een (x,t)-diagram is de snelheid. Tussen 20 en 30 s is Δx = 60 m in 10 s: 6,0 m/s. De andere stukken: 2,0 m/s, 0 m/s en 2,0 m/s. Image credit: Eigen figuur

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Goed gedaan!

Je kunt nu beweging beschrijven met (x,t)- en (v,t)-diagrammen.

This item has no instructions