Beweging in diagrammen (Natuurkunde havo), les 1: Uitleg

Een skydiver valt, met luchtweerstand (foto: Rstpch, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Beweging in diagrammen

Examenstof natuurkunde havo

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitlegles over beweging in diagrammen (havo, C1): eenparige beweging, (x,t)- en (v,t)-diagrammen, raaklijn, helling en oppervlakte, vrije val en valbeweging met wrijving, met foto's, twee animaties en checkvragen.

Items in this lesson

Een skydiver valt, met luchtweerstand (foto: Rstpch, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Beweging in diagrammen

Examenstof natuurkunde havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: C1.1, C1.2. Image credit: Rstpch / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Wat ga je kunnen?

Ik kan rekenen aan eenparige beweging en uit (x,t)- en (v,t)-diagrammen snelheid, versnelling en verplaatsing bepalen.

This item has no instructions

Wat komt bij jou op bij het woord snelheid?

Verwacht: km/h, auto, flitspaal, snel, meters per seconde, versnellen, remmen. Gebruik de woorden om te laten zien dat je in deze les beweging beschrijft met grafieken: de (x,t)- en (v,t)-diagrammen. Syllabus C1.1 en C1.2.

Hogesnelheidstrein over de Moerdijkbrug, 2016 (foto: Smiley.toerist, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Eenparige beweging

  • Bij een eenparige rechtlijnige beweging gaat een voorwerp rechtuit met constante snelheid.

  • s = v·t: afstand s in m, snelheid v in m/s, tijd t in s (alleen bij constante v).

  • De formule staat in je informatieboek; je herleidt hem zelf: v = s/t en t = s/v.

  • Reken km/h om naar m/s: deel door 3,6. Dus 72 km/h is 20 m/s.

Syllabus C1.1: berekeningen aan eenparige rechtlijnige bewegingen, formule s = v·t met v constant. Omrekenen: 72/3,6 = 20 m/s. Veelgemaakte fout: km/h en m/s door elkaar halen, of s = v·t gebruiken terwijl de snelheid verandert. Kijkvraag bij de foto: kun je aan de foto zien of de trein eenparig rijdt? Image credit: Smiley.toerist / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een (x,t)-diagram: de helling is de snelheid

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Het (x,t)-diagram

  • Een (x,t)-diagram laat de plaats x zien op elk moment t.

  • Eenparige beweging geeft een rechte lijn: hoe steiler de lijn, hoe groter de snelheid.

  • vgem = Δx/Δt: de helling tussen twee punten (Δ is verschil), hier 12 m in 3,0 s: 4,0 m/s.

  • Een horizontale lijn is stilstaan: de plaats verandert niet.

Syllabus C1.2: uit een (x,t)-diagram de gemiddelde snelheid bepalen; formule vgem = Δx/Δt. In de figuur: van t = 1,0 s (x = 4 m) naar t = 4,0 s (x = 16 m): Δx = 12 m, Δt = 3,0 s, v = 4,0 m/s. Veelgemaakte fout: de plaats x delen door de tijd in plaats van het verschil Δx door Δt. Image credit: Eigen figuur

Snelheidsdisplay in Oude Pekela, 2020 (foto: Donald Trung, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Gemiddeld of op één moment

  • De momentane snelheid is de snelheid op één moment, zoals dit bord of een snelheidsmeter toont.

  • De gemiddelde snelheid hoort bij een tijdvak: vgem = Δx/Δt.

  • Een auto kan op één moment 80 km/h rijden en over de hele rit gemiddeld 50 km/h.

  • Bij een constante snelheid zijn de momentane en de gemiddelde snelheid gelijk.

Syllabus C1.2: gemiddelde snelheid en snelheid op een bepaald moment. Veelgemaakte fout: denken dat de gemiddelde snelheid het gemiddelde van de aflezingen op de snelheidsmeter is, ook bij een rit met stilstaan. Kijkvraag: wat zegt het bord, de gemiddelde of de momentane snelheid? Image credit: Donald Trung Quoc Don / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een raaklijn aan een (x,t)-kromme bij t = 3,0 s

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Raaklijn in een (x,t)-diagram

  • Bij een kromme verschilt de snelheid per moment: de helling van de grafiek verandert.

  • Teken een raaklijn: een rechte lijn die de kromme op dat moment net raakt.

  • v = (Δx/Δt) raaklijn: hier 18 m in 3,0 s, dus 6,0 m/s op t = 3,0 s.

  • Neem een groot driehoekje op de raaklijn: dan lees je nauwkeuriger af.

Syllabus C1.2: uit een (x,t)-diagram de snelheid op een bepaald moment bepalen met een raaklijn. In de figuur: x = t² met raaklijn bij t = 3,0 s; de raaklijn gaat door (1,5 s; 0 m) en (4,5 s; 18 m): Δx = 18 m, Δt = 3,0 s, v = 6,0 m/s. Veelgemaakte fout: het driehoekje op de kromme zelf nemen in plaats van op de raaklijn. Image credit: Eigen figuur

Wat lees je af uit de helling van een (x,t)-diagram?

A

De versnelling

B

De verplaatsing

C

De snelheid

D

De tijdsduur

Syllabus C1.2: de helling van een (x,t)-diagram is de snelheid. De versnelling lees je af uit de helling van een (v,t)-diagram.

Een (v,t)-diagram: de helling is de versnelling

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Het (v,t)-diagram

  • Een (v,t)-diagram laat de snelheid v zien op elk moment t.

  • agem = Δv/Δt: de versnelling is de helling, in m/s². Hier 8,0 m/s in 4,0 s: 2,0 m/s².

  • Schuin omhoog: eenparig versneld; schuin omlaag: eenparig vertraagd; vlak: eenparig.

  • Bij een kromme gebruik je een raaklijn: a = (Δv/Δt) raaklijn, de versnelling op dat moment.

Syllabus C1.2: eenparig versnelde of vertraagde beweging herkennen; uit een (v,t)-diagram de versnelling bepalen, zo nodig met een raaklijn. In de figuur: van t = 1,0 s (2,0 m/s) naar t = 5,0 s (10 m/s): Δv = 8,0 m/s, Δt = 4,0 s, a = 2,0 m/s². Veelgemaakte fout: eenheid m/s in plaats van m/s², of de snelheid aflezen in plaats van de helling. Image credit: Eigen figuur

Voorbeeldmodel: auto trekt op met a = 2,0 m/s², diagrammen bouwen mee op

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Een auto trekt op

  • De auto trekt op met a = 2,0 m/s²: elke seconde komt er 2,0 m/s bij.

  • Het (x,t)-diagram wordt steeds steiler: de snelheid neemt toe.

  • Het (v,t)-diagram is een rechte lijn: de versnelling is constant.

  • De gekleurde oppervlakte onder de lijn groeit mee: dat is de afgelegde afstand.

Syllabus C1.2: eenparig versnelde beweging in (x,t)- en (v,t)-diagram. De animatie hoort bij x = t² en v = 2,0·t. Controle: na 6,0 s is v = 12 m/s en x = 36 m, en de oppervlakte onder de lijn is ½·6,0·12 = 36 m. Kijkvraag: wat gebeurt er met de helling van het (x,t)-diagram als de tijd verstrijkt, en wat betekent dat? Hij wordt steeds groter: de snelheid neemt toe. Image credit: Eigen animatie

De oppervlakte onder een (v,t)-diagram is de verplaatsing

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Oppervlakte is verplaatsing

  • De oppervlakte onder de grafiek van een (v,t)-diagram is de verplaatsing Δx.

  • Stappen: splits de vorm in rechthoeken en driehoeken, bereken elke oppervlakte, tel ze op.

  • Hier: 25 m + 100 m + 25 m = 150 m.

  • vgem = Δx/Δt: hier 150 m in 20 s is 7,5 m/s.

Syllabus C1.2: uit een (v,t)-diagram de verplaatsing en de gemiddelde snelheid bepalen met de oppervlakte onder de kromme. Uitwerking: optrekken ½·5,0·10 = 25 m; constante snelheid 10·10 = 100 m; remmen ½·5,0·10 = 25 m; totaal 150 m. vgem = 150/20 = 7,5 m/s. Bij een kromme tel je hokjes. Veelgemaakte fout: de hoogste snelheid vermenigvuldigen met de totale tijd, of helling en oppervlakte verwisselen. Image credit: Eigen figuur

Vul in

In een (v,t)-diagram is de helling de versnelling en de oppervlakte onder de grafiek de verplaatsing.

helling
oppervlakte
snelheid
hoogte

Syllabus C1.2. Fout: helling en oppervlakte verwisselen.

Vallende bal, 20 flitsen per s, 2007 (foto: M. Maggs, CC BY-SA 3.0)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Vrije val

  • Bij een vrije val werkt alleen de zwaartekracht, geen luchtweerstand.

  • De snelheid groeit elke seconde evenveel: in het (v,t)-diagram een rechte lijn door de oorsprong.

  • De helling is de valversnelling g = 9,81 m/s²; die waarde staat in je informatieboek.

  • De foto: 20 flitsen per seconde; de afstanden tussen de ballen worden steeds groter.

Syllabus C1.2: vrije val herkennen; g = 9,81 m/s² uit het informatieboek (Binas of ScienceData). Rekenvoorbeeld: na 2,0 s is v = 9,81·2,0 = 20 m/s. Kijkvraag bij de foto: hoe zou de foto eruitzien bij een eenparige beweging? Dan zijn de afstanden tussen de beelden gelijk. Veelgemaakte fout: denken dat een zwaar voorwerp sneller valt. Image credit: Michael Maggs / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Hamer en veer op de maan, Apollo 15, 1971 (foto: NASA, publiek domein)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Vrije val zonder lucht

  • Op de maan is geen lucht, dus een val zonder luchtweerstand.

  • In 1971 lieten astronauten van Apollo 15 een hamer en een veer tegelijk los.

  • Ze kwamen tegelijk aan: zonder luchtweerstand vallen alle voorwerpen met dezelfde versnelling.

  • Op aarde bepaalt de luchtweerstand of een voorwerp echt vrij valt: een veer valt daar langzamer.

Syllabus C1.2: vrije val. De proef met hamer en veer is bekend als het Apollo 15-experiment van 1971 (NASA). Veelgemaakte fout: denken dat zwaardere voorwerpen altijd sneller vallen; bij een vrije val doet de massa er niet toe. Op de maan is de valversnelling kleiner dan 9,81 m/s²; reken daar niet met 9,81. Image credit: NASA / Wikimedia Commons, publiek domein

Een skydiver valt, met luchtweerstand (foto: Rstpch, CC BY-SA 4.0)

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Valbeweging met wrijving

  • Bij een valbeweging met wrijving speelt de luchtweerstand mee, zoals bij een skydiver.

  • In het (v,t)-diagram buigt de lijn af: de helling, dus de versnelling, wordt steeds kleiner.

  • Aan het eind is de lijn horizontaal: de versnelling is nul en de snelheid is constant.

  • Die constante snelheid heet de eindsnelheid; aan het begin is de versnelling ongeveer g.

Syllabus C1.2: valbeweging met wrijving herkennen. Hier alleen het herkennen aan de grafiek; het verband met de resulterende kracht komt in Kracht en versnelling. Veelgemaakte fout: een horizontale lijn lezen als stilstaan; de snelheid is dan constant, niet nul. Image credit: Rstpch / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Voorbeeldmodel: de raaklijn aan het (v,t)-diagram wordt steeds vlakker

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Op weg naar de eindsnelheid

  • De raaklijn aan de kromme wordt steeds vlakker: a = (Δv/Δt) raaklijn wordt kleiner.

  • Aan het begin is a ongeveer 9,8 m/s², zoals bij een vrije val.

  • Daarna nadert v de eindsnelheid (in dit model 50 m/s) en wordt a bijna nul.

  • Kijk naar het getal bij a: hoe verandert het terwijl de raaklijn draait?

Syllabus C1.2: uit een (v,t)-diagram de versnelling op een bepaald moment bepalen met een raaklijn; valbeweging met wrijving. De animatie gebruikt een voorbeeldmodel met v = 50(1 − e^(−t/5,1)) en toont de helling a van de raaklijn: 9,8 m/s² bij t = 0, 4,5 m/s² bij t = 4,0 s en 0,5 m/s² bij t = 15 s. Het model is alleen bedoeld om de vorm te laten zien. Antwoord op de kijkvraag: het getal wordt steeds kleiner, naar nul. Image credit: Eigen animatie

Een bal valt vanuit rust vrij. Welke snelheid heeft hij na 2,0 s? (g = 9,81 m/s²)

A

2,0·10¹ m/s

B

4,9 m/s

C

39 m/s

D

9,8 m/s

v = g·Δt = 9,81 · 2,0 = 19,62 m/s, in twee significante cijfers 2,0·10¹ m/s. Fouten: delen (9,81/2,0 = 4,9), kwadrateren van de tijd (9,81·2,0² = 39), alleen g (9,8).

Wat gebeurt er met de versnelling bij een valbeweging met wrijving?

A

Ze blijft gelijk aan g

B

Ze neemt af tot nul

C

Ze neemt toe tot een maximum

D

Ze is vanaf het begin nul

De helling van het (v,t)-diagram wordt steeds kleiner en is aan het eind nul: constante eindsnelheid. Fout: de vrije val en de val met wrijving door elkaar halen.

Vier bewegingen in een (x,t)- en een (v,t)-diagram

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Bewegingen herkennen

  • Eenparig: (x,t) rechte lijn, (v,t) horizontale lijn.

  • Eenparig versneld (ook vrije val): (x,t) steeds steiler, (v,t) schuin omhoog.

  • Eenparig vertraagd: (x,t) steeds vlakker, (v,t) schuin omlaag.

  • Valbeweging met wrijving: (v,t) buigt af naar een horizontale lijn, de eindsnelheid.

Syllabus C1.2: de bewegingen herkennen. Samenvatting van de blokken. Tip voor leerlingen: kijk eerst welke grootheid op de verticale as staat; dezelfde beweging heeft in het (x,t)-diagram en het (v,t)-diagram een andere vorm. Veelgemaakte fout: een schuine rechte lijn in een (x,t)-diagram aanzien voor een versnelling; dat is een constante snelheid. Image credit: Eigen figuur

Welk (x,t)-diagram hoort bij een eenparig vertraagde beweging?

A

Een kromme die steeds steiler wordt

B

Een rechte lijn schuin omhoog

C

Een horizontale lijn

D

Een kromme die steeds vlakker wordt

Bij vertragen wordt de snelheid, dus de helling van het (x,t)-diagram, steeds kleiner: de kromme vlakt af. Steeds steiler is versnellen; een rechte schuine lijn is eenparig.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Een raaklijn gebruiken

2

Helling of oppervlakte kiezen

3

Vrije val en wrijving

4

Omrekenen van eenheden

Gebruik de uitslag om te bepalen welk vraagtype in de examentraining extra aandacht krijgt.

Wat is de helling in een (x,t)- en in een (v,t)-diagram?

Goed antwoord: in een (x,t)-diagram is de helling de snelheid, in een (v,t)-diagram de versnelling. Verwachte fout: beide helling-betekenissen verwisselen, of de oppervlakte noemen.

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Begrippen (1/2)

  • eenparige beweging: Beweging langs een rechte lijn met constante snelheid: s = v·t.

  • gemiddelde snelheid: Verplaatsing gedeeld door tijd: vgem = Δx/Δt, de helling tussen twee punten van een (x,t)-diagram.

  • momentane snelheid: De snelheid op één moment: de helling van de raaklijn aan het (x,t)-diagram.

  • raaklijn: Rechte lijn die een kromme op één punt net raakt; de helling is de waarde op dat moment.

  • versnelling: Verandering van de snelheid per seconde: a = Δv/Δt, in m/s²; de helling van het (v,t)-diagram.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · C1 · KRACHT EN BEWEGING

Begrippen (2/2)

  • eenparig versnelde beweging: Beweging met constante versnelling: in het (v,t)-diagram een schuine rechte lijn.

  • vertraagde beweging: Beweging waarbij de snelheid afneemt; in het (v,t)-diagram loopt de lijn omlaag.

  • vrije val: Val zonder luchtweerstand, alleen met zwaartekracht; de versnelling is g.

  • valversnelling: g = 9,81 m/s² aan het aardoppervlak, te vinden in je informatieboek.

  • oppervlakte onder de grafiek: In een (v,t)-diagram de verplaatsing Δx.

This item has no instructions