1.3 Je inkomsten en uitgaven

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 1.3 blz. 18

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 23 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek ligt open op paragraaf: 1.3 blz. 18

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, schrift, etui en rekenmachine.

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen herhalen

  • Je kunt uitleggen hoe bedrijven proberen je meer te laten kopen.

  • Je kunt verschillende soorten reclame onderscheiden.

  • Je kunt uitleggen dat bedrijven zich op bepaalde groepen klanten richten.

  • Je kunt verschillende soorten merken onderscheiden.

  • Je kunt een percentage berekenen.

H1 Hoe welvarend ben jij?

Paragraaf 1.3 Je inkomsten en uitgaven

Voorkennis

Waar denk je aan bij het begrip budgetteren?

Leerdoelen vandaag

  • Je kunt conclusies trekken uit een begroting.

  • Je weet welke drie soorten inkomens er zijn.

  • Je weet hoe gezinsuitgaven in drie groepen worden ingedeeld.

  • Je kunt bedragen omrekenen van maand naar week en andersom.

  • Je kunt een reservering berekenen.

Budgetteren

  • Het Nibud geeft advies over omgaan met geld.

  • Het op elkaar afstemmen van inkomsten en uitgaven noem je budgetteren.

  • Een hulpmiddel daarbij is een begroting.

  • In een begroting zet je verwachte inkomsten en uitgaven op een rij.

  • Zo kun je zien of je geld overhoudt, kunt sparen of moet bezuinigen.

Voordoen

Zelf oefenen

Verschillende soorten inkomens

  • Inkomen uit arbeid krijg je doordat je werkt, zoals loon.

  • Inkomen uit bezit krijg je uit wat je bezit, zoals huur of rente.

  • Overdrachtsinkomen krijg je zonder ervoor te werken, bijvoorbeeld een uitkering.

  • Soms krijg je geen geld, maar goederen of diensten als beloning. Dat noem je inkomen in natura.

Voordoen + zelf oefenen

Slide tekst

Verschillende uitgaven

  • Er zijn 3 soorten uitgaven:

  • Dagelijkse uitgaven zijn uitgaven die je vaak doet, zoals boodschappen en persoonlijke verzorging.

  • Vaste lasten zijn uitgaven die regelmatig terugkomen, zoals huur, energie, verzekeringen en abonnementen.

  • Incidentele uitgaven zijn grotere uitgaven die niet vaak voorkomen, zoals een vakantie, kleding of een nieuwe wasmachine.

Voordoen

Slide tekst

Zelf oefenen

Slide tekst

Van week naar maand

  • Uitgaven kunnen per week, maand, kwartaal of jaar betaald worden.

  • Om uitgaven goed te vergelijken, moet je ze omrekenen naar dezelfde periode.

  • Daarbij reken je vaak eerst alles om naar een bedrag per jaar.

  • Vanaf een jaar kan je weer rekenen naar de juiste periode

  • Een verhoudingstabel kan helpen bij het omrekenen.

Voordoen

Slide tekst

Zelf oefenen

Slide tekst

Reserveren

  • Als je later grote uitgaven verwacht, is het verstandig om te reserveren.

  • Reserveren betekent dat je nu al geld opzij zet voor een toekomstige uitgave.

  • Zo voorkom je dat je onverwacht geld tekortkomt.

  • Je kunt berekenen hoeveel je per maand moet sparen om het benodigde bedrag op tijd te hebben.

Zelf oefenen

Slide tekst

Aan het werk!

Maken opdrachten 1.3: 1 en 9 


Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.

Veel fout? -> Maken herhalingsopdrachten 1.3

Veel goed? -> Maken plusopdrachten 1.3


 


5

minute

00

second

Leerdoelen checken

  • Je kunt conclusies trekken uit een begroting.

  • Je weet welke drie soorten inkomens er zijn.

  • Je weet hoe gezinsuitgaven in drie groepen worden ingedeeld.

  • Je kunt bedragen omrekenen van maand naar week en andersom.

  • Je kunt een reservering berekenen.