Pedagogisch klimaat
Pedagogisch klimaat
Open met de herkenbare praktijk van kinderopvang en onderwijsassistenten: sfeer, structuur, omgang en ontwikkeling. Leg de link naar hun eigen werkplek of stage.
Pedagogisch klimaat?
Gebruik de woordwolk als start: laat studenten kort toelichten waarom ze een woord kiezen. Haal daarna de kernwoorden sfeer, structuur, omgang en veiligheid op.
Agogiek = is de sociale wetenschap die de leer en praktijk van veranderingsprocessen bij mensen bestudeert, met als doel hen meer grip op hun leven te geven
- Pedagogiek: gericht op de opvoeding en begeleiding van kinderen
- Andragogiek: gericht op veranderings- en leerprocessen bij volwassenen
- Gerontagogiek: gericht op ouderen
Marianne Riksen-Walraven (2004)
De 4 pedagogische basisdoelen:
Emotionele veiligheid
Persoonlijke competentie
Sociale competentie
Overdracht van normen en waarden
Deze vier doelen helpen om naar de kwaliteit van een pedagogisch klimaat te kijken.
Noem haar naam expliciet, omdat studenten die vaak in theorie of examens terugzien. Houd de uitleg compact; de volgende slides werken elk doel uit.
Emotionele veiligheid
"Durft een kind hier zichzelf te zijn?"
Gezien, gehoord en geaccepteerd
Fouten mogen maken
Hulp durven vragen
Durven ontdekken en proberen
Signalen van emotionele veiligheid
Laat merken dat dit niet alleen over 'lief zijn' gaat, maar over een basisgevoel van vertrouwen in de omgeving en in de volwassenen.
Persoonlijke competentie
"Kan en mag een kind hier groeien?"
Zelfvertrouwen stimuleren
Autonomie stimuleren (zelfsturing/eigenaarschap)
Zelfregulatie oefenen (emoties)
Succeservaringen mogelijk maken
"Een kind leert stap voor stap: ik kan iets zelf, ik mag proberen en ik mag daarin groeien."
Benadruk dat groei niet betekent dat alles meteen lukt. Juist proberen, oefenen en opnieuw doen horen erbij.
Licht zelfregulatie kort toe als gedrag, aandacht of emoties leren sturen, passend bij leeftijd en situatie.
"Groei vraagt ruimte"
Persoonlijke competentie groeit wanneer kinderen ruimte krijgen om te kiezen, oefenen en fouten te maken/herstellen.
Te veel sturing maakt afhankelijk. Passende begeleiding helpt een kind om steeds meer zelf te kunnen (autonomie/zelfsturing/eigenaarschap).
Noem eventueel het verschil tussen loslaten en begeleiden: autonomie betekent niet dat je kinderen aan hun lot overlaat.
Video
This item has no instructions
Waaraan herken emotionele veiligheid (EV) en persoonlijke competentie (PC) in de praktijk?
Bespreek signalen zoals:
- Hulp durven vragen,
- Fouten mogen maken,
- Gezien worden
- Durven ontdekken
Praktische voorbeelden
- Een peuter trekt zelf een jas aan.
- Een leerling krijgt eigenaarschap over een opdracht.
- De professional helpt, maar neemt niet alles over.
Sociale competentie
"Leer je hier samenleven?"
Omgaan met anderen
Contact maken
Hulp vragen/hulp geven
Luisteren
Samenwerken/conflicten oplossen
Rekening houden met elkaar (empathie)
Houd het praktisch en herkenbaar: beurt nemen, wachten, samen bouwen, sorry zeggen, hulp aanbieden, afspraken nakomen.
Wat is hierin jouw rol als professional?
Begeleidt conflicten in plaats van ze alleen te stoppen
Laat kinderen woorden geven aan wat er gebeurt
Help bij samen spelen en samenwerken
Gebruik hier een concreet conflictvoorbeeld: speelgoed afpakken, beurtverdeling of meningsverschil in een groepje.
Sociale competentie in de groep
Een groep wordt pedagogisch sterker wanneer kinderen merken dat samen leven geleerd wordt.
Niet alleen regels tellen, maar ook oefenen met luisteren, overleggen, rekening houden met elkaar en contact maken met leeftijdsgenoten.
Koppel aan coöperatieve werkvormen of gezamenlijke spelmomenten, zonder didactische labels op de slide te zetten.
Voorbeelden van sociale competentie in de praktijk
Goede antwoorden noemen samenwerken, luisteren, hulp vragen of geven, rekening houden met elkaar en conflicten oplossen. Vraag steeds naar zichtbaar gedrag.
Overdracht van normen en waarden
"Wat vinden wij hier belangrijk?"
Waarde (het idee): eerlijkheid
Normen (de regel): je mag niet liegen
Bij dit basisdoel gaat het om het overbrengen van normen, waarden en cultuurkenmerken van de samenleving.
Kinderen leren wat gewenst gedrag is in deze groep. > Hoe denk jij hier over?
Maak onderscheid tussen norm en waarde als dat past:
- Waarde is wat je belangrijk vindt
- Norm is hoe dat zichtbaar wordt in gedrag.
Cultuurkenmerken:
- Taal en communicatie
- Gewoontes en tradities
- Godsdienst en opvatting
- Kunst en ontspanning
Wat zijn voorbeelden van normen én waarden
Respect
Inclusie
Verantwoordelijkheid
Zorg voor elkaar
Samen opruimen en rekening houden met anderen
Zichtbaar in kleine dagelijkse handelingen
Benadruk dat normen en waarden zichtbaar worden in kleine dagelijkse handelingen, niet alleen in officiële regels of posters.
Onzichtbare regels in een werkplek
Veel normen zijn zichtbaar zonder dat ze op papier staan
Je ziet ze in toon, reacties en gewoontes
Ongeschreven norm, kinderen/jongeren leren van elkaar
Dit is een mooi moment om voorbeelden uit kinderopvang en school te noemen: elkaar groeten, wachten op je beurt, iedereen erbij betrekken.
Welke ongeschreven norm zie jij op jouw werkplek?
Laat studenten denken aan ongeschreven regels op stage of werk, zoals elkaar groeten, samen opruimen, wachten op je beurt, iedereen erbij betrekken of rustig aanspreken.
De vier basisdoelen hangen samen
De vier basisdoelen zijn geen vier losse hokjes. Emotionele veiligheid vormt de basis. Als een kind zich veilig voelt, ontstaat ruimte om te ontwikkelen, samen te werken en normen en waarden te leren kennen. Daarom begint pedagogisch handelen altijd bij de relatie.
Gebruik dit als brugslide: de doelen zijn geen losse vakjes, maar werken samen in gewone momenten zoals spelen, eten, samenwerken en conflicten oplossen.
Hoe herken jij een veilig pedagogisch klimaat?
Ga in tweetallen in gesprek over hoe jij een veilig pedagogisch klimaat herkent op jouw werkplek.
Sluit aan bij het verschil tussen observeren en oordelen: eerst beschrijven wat je ziet, daarna pas betekenis geven.
Kijk eerst naar wat je waarneemt in een ruimte of groep.
Let bijvoorbeeld op:
Bereikbare materialen
zichtbare structuur
actieve betrokkenheid van kinderen
drukte of juist overzicht
Vanuit die observatie kun je de vier basisdoelen herkennen.
Wat valt je op?
Noem dat de ruimte nooit alles bepaalt, maar wel veel zegt over kansen voor veiligheid, autonomie en samenspel.
Wat valt je hier op?
This item has no instructions
This item has no instructions
Laatste!
This item has no instructions
Breder kijken naar opvoeden, ondersteunen in de ontwikkeling én onderwijs
Gert Biesta: "Goed onderwijs draait om brede vorming in plaats van alleen het aanleren van kennis en meetbare prestaties" - socialiseren en persoonsvorming
Luc Stevens (CAR-model): Legt de nadruk op competentie, autonomie en relatie. Die ideeën passen goed bij een sterk pedagogisch klimaat.
Reggio Emillia (Loris Malaguzzi): de drie pedagogen, het kind/de kinderen, de volwassene en de ruimte/materialen
Houd dit kort en functioneel: geen theorieles op zich, maar een verbreding die laat zien dat pedagogisch klimaat ook in onderwijs een centrale rol heeft.
Aan de slag! Je pedagogisch kompas (LOB/werkplek)
Kijk naar je eigen handelen vanuit vier invalshoeken:
Hier ben ik sterk in; welk(e) basisdoel(en) - onderbouw dit met praktijkvoorbeelden
Hier krijg ik (zicht-, hoorbaar) complimenten over
Hier loop ik tegenaan
Hier wil ik in groeien en ga ik mee oefenen op mijn werkplek (basisdoel)
Kies één leerdoel waar jij de komende weken bewust mee wilt oefenen. Bespreek dit leerdoel met een collega op jouw werkplek en vraag of hij/zij jou enkele keren (2 á 3 keer) wil observeren. Laat de collega specifiek kijken naar hoe jij bijdraagt aan een veilig pedagogisch klimaat. Bespreek na elke observatie wat jouw sterke punten zijn, welke ontwikkeling zichtbaar is en welke volgende stap je kunt zetten. Verwerk de opbrengsten in je reflectie. - Volgende week starten we opdracht B1.01 op.
Een pedagogisch kompas is een
- richtinggevend document of kader dat professionals in de kinderopvang, het onderwijs en de jeugdzorg helpt bij het maken van bewuste keuzes in de opvoeding en begeleiding van kinderen.
Het:
- Biedt houvast
- Gedeelde visie
- Flexibiliteit