hst 3 paragraaf 3 "veranderen van fase"

hst 3.3  "veranderen van fase"
1 / 43
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

hst 3.3  "veranderen van fase"

Slide 1 - Slide

Terugblik
H3.2 Temperatuur

Meetbereik voor

buiten temperatuur.
      
     

       
         
         
         
         
         
       

        8
       

       

       
         
           
              Dit wordt getoondin de klassikale leswanneer je op'geef les' klikt.
           
         
       

       
       
         
           
              Dit wordt getoondin de gedeelde les dieleerlingen zelfstandigkunnen doen.
           
         
       

       
         
           
              Differentiëer
           
         
         

           
             
                Differentiëer
             
             
             

             
                Instellingen
             
           
         
       


       
   
     
 
   
   
   
   
   
   
   
     
       
         
       
     
   
 

   
   

   
   
     
       
          uitvinder
       
     
   

   
   
     
        temperatuurschaal: vernoemd naar de Zweedse astronoom Anders Celsius.
     
   

   
  
 

 
 
 
   
   
   
     
       
       
       
 
   
   
    Slide
 
 
       
       
     
   
 
       

       

       
   
   
     
     
   
 
     

     

     
     

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Digitale thermometers
Infraroodthermometer (sensor)

Meet de temperatuur zonder contact.
Contactthermometer
Meet de temperatuur door contact met het voorwerp of lichaam.
Voorbeeld: koortsthermometer.

Slide 6 - Slide

Infraroodthermometer (sensor)

Meet de temperatuur zonder contact.

Slide 7 - Slide

Van welk principe maakt een thermometer gebruik ?
A
van smeltend ijs in water
B
van het principe: meten is weten
C
uitzetting
D
warmte geleiding

Slide 8 - Quiz

Waar is de stijging van een thermometer van afhankelijk ?
A
van de temperatuur natuurlijk
B
van de luchtdruk
C
of je koorts hebt
D
van de breedte van de buis en de temperatuur

Slide 9 - Quiz

Hoe noem je de 'streepjes' en getallen op een thermometer ?
A
de meetwaardes
B
de temperatuur in graden Celsius
C
ijkwaarden
D
schaalverdeling

Slide 10 - Quiz

Leerdoelen
  • Je kunt de zes fase-overgangen van stoffen benoemen en beschrijven.
  • Je kunt beschrijven hoe de fase-overgangen van water een belangrijke rol spelen bij allerlei weersverschijnselen.
  • Je kunt uitleggen waarom je haren sneller drogen als je een föhn gebruikt.

Slide 11 - Slide

Vandaag
Herhaling vorige paragrafen
filmpje
uitleg Fase-overgangen
deeltjes model
fase-overgang uitleg dmv deeltjes model

Slide 12 - Slide

Wie was de uitvinder van de thermometer
A
Newton
B
Einstein
C
Celcius
D
Frankenstein

Slide 13 - Quiz

hoeveel graden is het op de thermometer?
A
0 graden
B
2 graden
C
-2 graden
D
-7 graden

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Video

Onderdelen van een thermometer

Slide 16 - Slide

In welk onderdeel van de Thermometer zit de vloeistof?
A
Reservoir
B
Schaalverdeling
C
Display
D
Stijgbuis

Slide 17 - Quiz

Fase-overgangen

Slide 18 - Slide

3.3 Veranderen van fasen

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Het molecuulmodel
  • Elke stof bestaat uit moleculen
  • Elke stof zijn eigen soort moleculen
  • Moleculen bewegen altijd
  • Hoe hoger de temperatuur hoe snelle moleculen bewegen
  • Moleculen trekken elkaar aan 
  • Er zit niets tussen de moleculen

Slide 21 - Slide

Vaste stoffen
  • de moleculen van een vaste stof bewegen wel maar blijven op dezelfde plaats, vaste stoffen hebben een eigen vorm
  • Hebben een eigen volume
  • kunnen moeilijk samengedrukt of vervormd worden
  • onderlinge aantrekkingskracht tussen moleculen is groot

Slide 22 - Slide

Vloeistoffen
  • Moleculen trekken elkaar nog wel aan maar door de hogere snelheid ontsnappen ze wel aan de aantrekkingskracht van een bepaald deeltje maar worden dan weer gevangen/vastgehouden door een ander deeltje.
  • Ze kunnen op een andere plek in de stof terecht komen
  • Heeft een eigen volume
  • Heeft geen eigen vorm

Slide 23 - Slide

Gassen
  • Moleculen bewegen zo snel dat ze niet meer aan elkaar vast blijven zitten
  • Ze mengen zich met andere (gas)moleculen
  • Hebben geen eigen vorm
  • Hebben geen eigen volume


Slide 24 - Slide

Faseovergang
Bij een faseovergang veranderen de moleculen niet. 
Alleen de aantrekkingskrachten tussen de moleculen veranderen.

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Slide 27 - Slide


Welke faseovergang zie je in het plaatje?
A
Verdampen
B
Condenseren
C
Sublimeren
D
Koken

Slide 28 - Quiz

hoe heet deze faseovergang?
vast --> vloeibaar
A
rijpen
B
smelten
C
stollen
D
verdampen

Slide 29 - Quiz

De was droogt ook als het vriest.
Welke faseovergang heeft er plaatsgevonden?
A
stollen
B
verdampen
C
smelten
D
vervluchtigen

Slide 30 - Quiz

Door welke faseovergang is dit ijs ontstaan?
A
rijpen
B
bevriezen
C
smelten
D
condenseren

Slide 31 - Quiz

van vloeibaar naar gasvormig heet?
A
condenseren
B
smelten
C
stollen
D
verdampen

Slide 32 - Quiz

Hoe noem je de 'streepjes' en getallen op een thermometer ?
A
de meetwaardes
B
de temperatuur in graden Celsius
C
ijkwaarden
D
schaalverdeling

Slide 33 - Quiz

In welke fase zit water als het mist?
A
vast
B
gas
C
vloeibaar

Slide 34 - Quiz

In welke fase overgang zie je hier?
A
vervl
B
gas
C
vloeibaar

Slide 35 - Quiz

In welke fase zit water als het mist?
A
vast
B
gas
C
vloeibaar

Slide 36 - Quiz

In welke fase zit water als het mist?
A
vast
B
gas
C
vloeibaar

Slide 37 - Quiz

Hoe komt het dat een stof verschillende fasen heeft ?
A
doordat moleculen veranderen
B
door de temperatuur
C
doordat moleculen met verschillende snelheden bewegen
D
door de luchtdruk

Slide 38 - Quiz

In een vloeistof hebben de moleculen:
A
geen vaste plek
B
elk hun eigen plek
C
het gezellig en nooit dorst

Slide 39 - Quiz

In een vaste stof zitten de moleculen:
A
op hun eigen plek en bewegen niet
B
niet op een eigen plek omdat ze bewegen
C
op hun eigen plek maar bewegen
D
vast

Slide 40 - Quiz

ALLE watermoleculen zijn hetzelfde

A
ja
B
nee

Slide 41 - Quiz

Slide 42 - Video

Opdrachten maken
Wat: lees paragraaf 3.3 en maak de (online) opdrachten   
Hoe: helemaal stil! muziek mag in!   
Hulp: Geen   
Tijd:  ???? minuten lang   
Huiswerk: opdrachten paragraaf 3.3 & blauwe woorden 
Klaar?: Bezig met test jezelf paragraaf 1 en 2
Hiermee klaar? met een ander vak bezig

Slide 43 - Slide