Les 4 terugblik 1e 6 weken

Beroepsgericht

Instructeurs 262A

1 / 31
next
Slide 1: Slide
New lesson editorPedagogiekInstructeursMBOStudiejaar 1,4

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Beroepsgericht

Instructeurs 262A

Vandaag…

  • Incheck Sandra

  • Mededelingen

  • Terugblik

  • "Leerkuil"

  • Korte SLB-gesprekken

  • Leerteams

Incheck Sandra


Mededelingen

  • Volgende week incheck Gerald

  • Lesbezoek onderwijsleider

  • Examenmappen

  • Praktijkdag* 26 juni: oriëntatie

    • Kijkje bij elkaar

    • Kennisdelen

    • Verbinden

  • Reminder: houdt vakinhoudelijke ontwikkelingen bij (WKD examen)

  • BPV gegevens – e-mail naar praktijk

Praktijdag voorbeeld programma

Onderwijs in de jeugdgevangenis

Agrarisch onderwijs

Reanimeren in de zorgtoren

Praktijkonderwijs – praktische opdracht

Planning semester 1

Terugblik

6 weken opleiding instructeur

Quizzzzzz

1 of 2-tal

inloggen met je telefoon!

Let op: juiste antwoord en snelheid!

Oefenvraag: hoe heet de onderwijsleider van deze opleiding?

Bij welke groepsrol (Belbin) hoort deze omschrijving:
de creatieve, innovatieve denker, die complexe problemen opoplost met onconventionele ideeën

A

Bedrijfsman

B

Brononderzoeker

C

Plant

D

Specialist

Waarom is het in het onderwijs belangrijk om inzicht te hebben in de Belbin-teamrollen binnen een team?

A

Omdat het helpt om conflicten te voorkomen door rollen strikt te scheiden

B

Omdat het inzicht geeft in hoe teamleden elkaar kunnen aanvullen bij complexe onderwijstaken

C

Omdat het voorspelt welke collega het meest geschikt is voor leidinggevende functies

D

Omdat het zorgt dat iedereen dezelfde manier van werken gaat gebruiken

Welke Belbin‑teamrol staat bekend om het kritisch analyseren van ideeën en het opsporen van fouten voordat een besluit wordt genomen?

A

Monitor

B

Groepswerker

C

Voorzitter

D

Vormer

Wat is het belangrijkste verschil tussen een missie en een visie?

A

Een missie is altijd langer dan een visie

B

Een missie is voor managers, een visie voor medewerkers

C

Een visie gaat over regels, een missie over doelen

D

Een missie gaat over wat je nú doet, een visie over waar je naartoe wilt

Wat is het doel van een visie in onderwijs?

A

Beoordeling van studenten

B

Regels voor leraren

C

Richting geven aan onderwijsbeleid

D

Financiële steun voor scholen

Hoe heet het als je aan het begin van een les/bijeenkomst kort deelt hoe je erbij zit, zodat iedereen kan landen en verbinding kan maken?

A

energizer

B

brainstorm

C

evaluatie

D

incheck

Waarom draagt een check-in bij aan een betere samenwerking?

A

Omdat iedereen dan verplicht is iets te zeggen

B

Omdat het helpt om verwachtingen en energie te delen

C

Omdat de les daarmee gevuld wordt

D

Omdat het een formele verplichting is

Welke functie

vervult een check-in aan het begin van een les?

A

Het activeren van voorkennis zodat studenten cognitief voorbereid zijn op de leerstof

B

Het creëren van groepscohesie door studenten direct inhoudelijk met elkaar te laten samenwerken

C

Het verkrijgen van inzicht in hoe deelnemers binnenkomen, zodat de instructeur het lesverloop hierop kan afstemmen

D

Het bevorderen van zelfregulatie door studenten hun persoonlijke leerdoelen voor de les te laten formuleren

Waarom is het vaststellen van de beginsituatie (lesformulier) belangrijk voor een instructeur/docent?

A

Het helpt om de lesinhoud af te stemmen op de behoeften van de groep

B

Het voorkomt dat studenten vragen stellen

C

Het zorgt ervoor dat de instructeur/docent minder hoeft voor te bereiden

D

Het maakt de les automatisch korter

Welke onderdelen zijn belangrijk bij het bepalen van de beginsituatie van een groep studenten?

A

De technische vaardigheden van de docent en welke digitale tools de school aanbiedt

B

Wat studenten al weten, hoe verschillend de groep is, welke omstandigheden invloed hebben op het leren en welke middelen beschikbaar zijn

C

De hobby’s van studenten buiten school en de planning van het hele schooljaar

D

Welke werkvormen studenten het leukst vinden en welke lesstijl de docent zelf prettig vindt

Hou oud is de oudste instructeur in deze klas?

A

48

B

51

C

54

D

59

Hoe heet de communicatiebloem waar je les over hebt gehad?

Wat wordt er bedoeld met betrekkingsniveau?

A

Hoe wordt de boodschap overgebracht

B

Het niveau waarop de inhoud van de boodschap wordt geanalyseerd en geïnterpreteerd

C

Het niveau waarop non-verbale signalen worden omgezet in concrete instructies voor gedrag

D

Het niveau waarop de ontvanger de boodschap koppelt aan eerdere ervaringen

Wat roept samen gedrag op?

Wat wordt bedoeld met de relatiewens in communicatie tussen docent en student?

A

De verwachting die de docent heeft over het eindniveau dat studenten moeten behalen

B

Hoe de docent wil overkomen op studenten in de interactie, bijvoorbeeld vriendelijk, duidelijk of deskundig.

C

De manier waarop studenten onderling hun samenwerking vormgeven tijdens een opdracht

D

De mate waarin de docent de inhoud van de les afstemt op het niveau van de groep

Waarom is samenwerkend leren zo belangrijk?

Welke van de onderstaande opties bevat alle vijf sleutelbegrippen van samenwerkend leren?

A

Individuele aanspreekbaarheid – Competitieve doelen – Directe interactie – Groepsreflectie – Zelfstandige verwerking

B

Positieve wederzijdse afhankelijkheid – Individuele aanspreekbaarheid – Directe interactie – Samenwerkingsvaardigheden – Groepsreflectie

C

Positieve wederzijdse afhankelijkheid – Directe instructie – Groepsdruk – Samenwerkingsvaardigheden – Evaluatie door de docent

D

Positieve wederzijdse afhankelijkheid – Individuele aanspreekbaarheid – Groepsgrootte – Samenwerkingsvaardigheden – Reflectie door de docent

In een projectgroep krijgt elke student een deelopdracht die alleen samen een volledig eindproduct vormen. Van welk van de vijf sleutelbegrippen van samenwerkend leren is hier sprake?


A

Directe interactie

B

Wederzijdse afhankelijkheid

C

Ontwikkeling sociale vaardigheden

D

Individuele aansprakelijkheid

Wat is metacognitie?

A

Het onbewust verwerven van vaardigheden

B

Het toepassen van cognitieve strategieën ter ondersteuning van het geheugen.

C

Het bewust monitoren en reguleren van de eigen cognitieve processen.

D

Het uitbreiden van kennis door nieuwe informatie te verbinden met bestaande schema’s.

Gesprekken