6.4 ongelijknamige breuken optellen en aftrekken

0ngelijknamige breuken optellen 
en aftrekken!
REKENEN Breuken H6 - 6.4
1 / 32
next
Slide 1: Slide
RekenenISK

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

0ngelijknamige breuken optellen 
en aftrekken!
REKENEN Breuken H6 - 6.4

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Weten we het nog??
Hoe zat het ook alweer....

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Welke breuk is gelijkwaardig aan 2/8?
3/15
1/4
2/6

Slide 3 - Poll

Laat de leerlingen stemmen op het antwoord waarvan ze denken dat het klopt.

Bespreek meteen het antwoord.
Vereenvoudig de breuk
2/4 =

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Reken uit:

103+104=
A
7/20
B
7/10
C
1
D
Kan niet

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Reken uit:

108+102=
A
7/20
B
4/10
C
1

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Vereenvoudig de breuk
4/8 =

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

DOEL VAN DE LES
Je leert breuken gelijknamig maken.

Je leert ongelijknamige breuken optellen en aftrekken.


Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Niet gelijknamige breuken optellen.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

UITLEG
ONGELIJKNAMIGE BREUKEN 
Breuken gelijknamig maken betekent dat je de noemer van de breuken gelijk maakt. Soms kan dat door één van de breuken te vereenvoudigen.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Vereenvoudigen

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

UITLEG
ONGELIJKNAMIGE BREUKEN
Je kunt breuken meestal niet gelijknamig maken door te vereenvoudigen. Je kunt de breuken dan wel gelijknamig maken door één van de noemers te vermenigvuldigen. Je moet de teller van die breuk dan óók vermenigvuldigen!


Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Video

This item has no instructions

UITLEG
ONGELIJKNAMIGE BREUKEN -aftrekken-
Als je breuken met een ongelijke noemer wilt optellen of aftrekken, moet je ze eerst gelijknamig maken.



Stap 1: maak de breuken gelijknamig. De noemers moeten gelijk zijn.
Stap 2: tel de breuken bij elkaar op.
Stap 3: kijk of je het antwoord kunt vereenvoudigen. 
31+61=

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Belangrijk.....
Maak de breuk altijd zo klein mogelijk!!!

4/8 -> 2/4 -> 1/2
3/9 -> 1/3
5/10 -> 1/2

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Even checken
Hebben jullie goed opgelet.....

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Reken uit:

4181=

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Reken uit:

105+52=

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Reken uit:

84+41=

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Vereenvoudig de breuk zo veel mogelijk.
84

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Vereenvoudig de breuk zo veel mogelijk.
93

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Vereenvoudig de breuk zo veel mogelijk.
205

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

vermenigvuldigen van breuken
Bij optellen en aftrekken moeten de breuken gelijknamig zijn,(de noemer moet gelijk zijn)

Bij vermenigvuldigen en delen hoeft dat NIET!
Bij het vermenigvuldigen van een breuk met een breuk geldt:




Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Breuken vermenigvuldigen met breuken
Vermenigvuldig de tellers met elkaar en de noemers met elkaar

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Breuken vermenigvuldigen

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Breuken vermenigvuldigen

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Delen
Ook bij het delen van breuken hoeven de noemers niet hetzelfde te zijn. 
Regel = delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde (van die breuk).

Vervang gedeeld-door-teken voor een vermenigvuldigingsteken

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Breuken Delen
Delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde.

Slide 30 - Slide

Leg uit hoe je breuken kunt delen en geef een voorbeeld.
Breuken delen
41
2=
:
74
3=
:
52
41=
:

Slide 31 - Slide

2/4 : 2 = 2/4 x1/2 = 2/8
En nu jullie.....
* Maak in je blauwe boek 
H6 6.3 bladzijde 114
H 6 6.4 bladzijde 115

* Opdrachten 20,21 22, 23, 24, 25
Eindopdracht -> goed lezen!!!
* Klaar -> sommenoefenen.nl

Slide 32 - Slide

This item has no instructions