Nederlands les 2

Welkom bij Nederlands
1 / 39
next
Slide 1: Slide
NederlandsHBOStudiejaar 1

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Welkom bij Nederlands

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Ik vind, dat hij de zaak goed ........
A
beoordeelt
B
beoordeeld

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

................. je broer later jurist?
A
Wordt
B
Word

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

lesonderdelen 
1. Wat is een hoofdzin / bijzin? 
2. Wanneer gebruik je die, dat en wat?
3. Hoe gebruik je echter? 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Hoe voel je je bij deze onderwerpen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 5 - Poll

This item has no instructions

1. Hoofdzin  en bijzin 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Wat is de hoofdzin en wat is de bijzin?
1. Omdat ik me niet lekker voel, ga ik naar huis.
2. Ik weet dat hij de boel oplicht.
3. Terwijl hij naar de serie kijkt, leert hij voor strafrecht.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn de kenmerken
van een hoofdzin?

Slide 8 - Mind map

1 belangrijkste mededeling (daar waar het om gaat) 
2 pv en ow staan naast elkaat 

Als u meer wilt weten over beleid en uitvoering, kunt u een verzoek doen tot openbaarmaking van bepaalde overheidsinformatie.

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Wat zijn de kenmerken
van een bijzin?

Slide 10 - Mind map

1 geeft een toelichting op de hoofdzin
2 pv en ow staan meestal uit elkaar.
3 de bijzin kan niet opzichzelf een zin vormen 
4 Meestal te vervangen door 1 woord. (daarom) 
5 heeft een eigen pv en onderwerp .
Omdat de gekapte bomen recht voor zijn huis stonden, had meneer Kharman een rechtstreeks belang bij het al dan niet kappen van de bomen.

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Bij zijn sollicitatiegesprek gaf mijn cliënt destijds al te kennen dat hij dyslectisch is.

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Omdat u nu een vast contract moet geven, raad ik u aan de contracten van de werknemers na afloop van hun jaarcontract niet te verlengen.

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Ik beheers: hoofdzin en bijzin
0100

Slide 14 - Poll

This item has no instructions

2. Die, dat, wat

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Wanneer gebruiken we
die of dat ?

Slide 16 - Mind map

This item has no instructions

Wanneer gebruik je wat?
noem 3 categorieën

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Ze schreef een evaluatierapport,........ veel stof deed opwaaien.
A
die
B
dat

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Waar zit de fout in deze zin?

Bij de behandeling van een casus moeten de feiten wat voor het oplossen van de casus van belang zijn, worden geselecteerd.

Slide 19 - Open question

Goede antwoord:
de feiten die
Ik zal je het arrest geven, ........... over die zaak gaat.
A
die
B
dat
C
wat

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Wij zijn benieuwd naar het oordeel van het Hof, wat binnenkort wordt gepubliceerd.

Deze zin is?
A
Goed
B
Fout

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

De student wil na zijn P naar de uni, ........ ik een uitstekend idee vind.
A
die
B
dat
C
wat

Slide 22 - Quiz

Wat is goed, het slaat op de hele vorige zin. 
Het ingezetenschap wordt aangetoond middels een uittreksel van de gemeentelijke basisadministratie, ........... bij het aangaan van het lidmaatschap niet ouder is dan vier weken.
A
die
B
dat
C
wat

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

De rechter had een feit, ..... door de getuige was genoemd, niet in overweging genomen.
A
die
B
dat
C
wat

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

De burgemeester verleent een exploitatievergunning voor een coffeeshop, ....... is gebaseerd op een plaatselijke verordening.
A
die
B
dat
C
wat

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Beheers je die/dat/wat?
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

This item has no instructions

3. echter en maar
  1.  Hij is ziek, maar hij gaat toch naar school.
  2.  Hij is ziek. Echter, hij gaat toch naar school. Hij is ziek. 
  3. Hij  gaat echter toch naar school.

FOUT      Hij is ziek echter hij gaat naar school.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Echter 
Begin je een zin met "echter" , dan altijd:
- een komma na echter. (Echter,..........)
-de volgorde is: onderwerp + persoonsvorm.

........Echter, hij is......
of
.........Hij is echter.......

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

De student is best slim, echter maakt hij soms domme opmerkingen.
Deze zin is fout. Verbeter de zin.

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

De advocaat wil je graag zo snel mogelijk spreken. Zij kan echter niet op maandag.
A
goed
B
fout

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

De wet zou aangenomen moeten worden.

A. Echter komen er nog enkele wijzigingen.
B. Echter, er komen nog enkele wijzigingen.
A
is goed
B
is goed

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

De cliënt heeft zijn verhaal verteld aan zijn klantmanager echter hij is niet ingegaan op zijn schuldenproblematiek.

Deze zin is fout. Verbeter de zin.

Slide 32 - Open question

De student is best slim,maar hij maakt soms domme opmerkingen.

Of:De student is best slim. Echter,hij maakt soms domme opmerkingen.

Of:De student is best slim. Hij maakt echtersoms dommeopmerkingen.
Echter een nadeel dat ondervonden kan worden is dat men te veel bezwaarschriften zal ontvangen.

Deze zin is?
A
goed
B
fout

Slide 33 - Quiz

juiste antwoord: 

Echter, een nadeel dat ondervonden kan worden,is dat men te veel bezwaarschriften zal ontvangen.
Beheers je het gebuik van -Echter-?
😒🙁😐🙂😃

Slide 34 - Poll

This item has no instructions

Wat hebben we deze les behandeld?


1. hoofdzin en bijzin
2. die, dat, wat
3. echter

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Stel een vraag over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 36 - Open question

This item has no instructions

Reflectie
Wat ga ik nog oefenen voor de toets?

Slide 37 - Open question

This item has no instructions

Bedankt!!
Bereid de volgende les goed voor!
Tot volgende week

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Hoofdzin 
Bijzin 
Ieder tekortkoming in de nakoming van een verbintenis is verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden,
tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend. 

Slide 39 - Drag question

This item has no instructions