V3 - les 3 - chap 1 Bron D

1 / 47
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon op STIL in het Zakkie en / of in je tas
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00
Graag inloggen in LessonUp

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
V3 periode 1
3ème leçon: Chap. 1 Bron D

• Bron D: ex. 15abcde

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

"Je pense, donc je suis"

René Descartes (1596 - 1650)
Philosophe et mathématicien

"Cogito, ergo sum

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

.De Franse filosoof René Descartes woonde en werkte ruim twintig jaar (1629-1649) in Nederland, een periode die cruciaal was voor zijn denken en publicaties, mede dankzij de relatieve vrijheid en het intellectuele klimaat van de Republiek. Hij verhuisde vaak, van Breda (1618) via Amsterdam, Leiden en Utrecht, naar plaatsen als Alkmaar, Deventer en Egmond, waar hij werkte aan zijn filosofische en wiskundige werken. De rust van de Nederlanden bood hem de ideale omgeving voor afzondering en studie, terwijl hij ook genoot van contacten met andere geleerden. 

Slide 5 - Slide

Kies een van de twee filmpjes. Ze duren beide nog geen 3 minuten.
Lesplanning
  • Vorige les!
  • Leerdoelen van de les 
  • Voorkennis activeren 
  • Opdracht chapitre 1 ex. 9ab, 15abcde
  • Les mots de la semaine 3
  • # Exit ticket 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Noem 3 leesstrategieën als je een tekst moet lezen met een opdracht erbij.

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

Les devoirs

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. R Je connais quelques adjectifs fréquents.
  2. T1 Je sais employer des adjectifs irréguliers (de forme).
  3. T2 Je sais employer des adjectifs réguliers (formes et place)


Slide 9 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

un adjectif????

Slide 11 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

De basis: 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

+ e
  /
+ s
En bref

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Regelmatig = 
1. vorm: / , e, s
2. plaats: achter het znw

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Onregelmatig = 
1. vorm: afwijkend
2. plaats: vóór het znw

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
VORM
PLAATS
Uitleg
regelmatig
onregelmatig
regelmatig
onregelmatig

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Klas 2

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

À vous
1. C'est un problème (m) facile________ (makkelijk).
2. Nous avons regardé une série (v) marrant__________ (grappig).
3. Jimmy a trois restaurants (m) américain_____ (Amerikaans).
4. J'aime les chansons (v) anglais_______ (Engelse).
5. Les chiens (m) sont noir____ et gris_____ (zwart en grijs).
6. Mon frère a deux voitures (v) rouge_______ (rood).

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

klas 3

Onregelmatige bijvoeglijke naamwoorden.
onregelmatig qua 

- vorm
- plaats

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

blz. 30

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

blz. 31

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket 
1. Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een _______________________
2. Een bijvoeglijk naamwoord staat in het Frans in de regel ________ het zelfstandig naamwoord.
3. Het bijvoeglijk naamwoord moet zich altijd aanpassen aan het _______________.
4. Door het toevoegen van een ________ maak ik een bijvoeglijk naamwoord vrouwelijk.
5. Door een s achter het bijvoeglijk naamwoord te plakken maak ik er een ___________ van.
6. Een bijvoeglijk naamwoord dat onregelmatig is qua plaats staat in het Frans  _________ het zelfstandig naamwoord.

Slide 26 - Slide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf
           Afsluiting
Vocabulaire uit deze les.
Bijvoeglijke naamwoorden




Slide 27 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
Vocabulaire

Slide 28 - Mind map

This item has no instructions

Comment employer les
adjectifs?

Slide 29 - Mind map

This item has no instructions

Eindslide

Les devoirs
Apprendre: les mots de la semaine (f-n/n-f)
Réviser: la grammaire de la semaine dernière (zie LessonUp in de klas-omgeving van LessonUp)

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

           Begrippen
           uit deze les

  • ...
  • ...

Slide 31 - Slide

This item has no instructions


Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
B
C
D

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. R 
  2. T1
  3. T2
  4. I


Checklist (verwijder dit na het ontwerpen van je les!)
  • Het leerdoel is in leerlingentaal geformuleerd.
  • Het leerdoel is volgens de RTTI-methodiek geformuleerd.
  • Het leerdoel geeft een omschrijving van de context (inhoud).
  • Er wordt een werkwoord gebruikt in het leerdoel (gedrag).
  • De condities worden weergeven in het leerdoel (voorwaarden).
  • Er zijn succescriteria gekoppeld aan het leerdoel (norm).

Slide 33 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
              Inleiding
...

Slide 34 - Slide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
           Theorie
Voorzie de theorie van (geanonimiseerde) voorbeelden, zodat de leerlingen beter weten wat er van hen verwacht wordt. 
Het is aan te raden om voorbeelden van verschillende kwaliteit te laten zien om kwaliteitsbesef bij te brengen.
Checklist: (verwijder dit na het ontwerpen van je les!)
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 35 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.



Je kunt hier een controlevraag stellen over de theorie.
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 36 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Instructie
Instructie
Bied je instructie gestructureerd en in 'kleine brokjes' aan. 
Voorzie de instructie van praktische- en herkenbare voorbeelden.
Checklist: (verwijder dit na het ontwerpen van je les!)
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 37 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Checklist:
  • Dual Coding (woord en beeld combineren)
  • Concrete voorbeelden
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen
  • Voorbeelden van (eerder gemaakt en geanonimiseerd) leerlingenwerk

Slide 38 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 

Wanneer is mijn opdracht goed?
Leerlingen noteren hier succescriteria

Slide 39 - Open question

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
           Aan de slag
Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
Checklist: (verwijder dit na het ontwerpen van je les!)
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.
timer
1:00

Slide 40 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

De vraag kan hier 
geplaatst worden.
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 41 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Afsluiting
Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 42 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen
           uit deze les

  • ...
  • ...

Slide 43 - Slide

This item has no instructions


Slide 44 - Open question

This item has no instructions

Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 45 - Slide

This item has no instructions


Ben je blij met het resultaat?
😒🙁😐🙂😃

Slide 46 - Poll

This item has no instructions

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 47 - Slide

This item has no instructions