Les 4 Oplosmiddelen

Terugblik


1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorScheikundeMBOStudiejaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Terugblik


Oplossing

Suspensie

Emulsie

Een mengsel van stoepkrijt in water

Een mengsel van zonnebloemolie en water

Een troebel mengsel

Een mengsel van alcohol en water

filtreren

extraheren

papierchromatografie

indampen

destilleren

Welke scheidingsmethode gebruik je om een suspensie te scheiden?

A

destilleren

B

extraheren

C

filtreren

D

adsorberen

zuivere stof

mengsel

Het mengsel is een

A

oplossing

B

emulsie

C

nevel

D

suspensie

Welk soort mengsel staat hier afgebeeld?

A

oplossing

B

suspensie

C

emulsie

D


Hiernaast zie je een mengsel. Wat is dit voor een soort mengsel?

A

Emulsie

B

Oplossing

C

Nevel

D

Suspensie

Welk soort mengsel is hier afgebeeld?

A

nevel

B

suspensie

C

emulsie

D

schuim

Theorie

Hoofdstuk 4 Oplosmiddelen

Oplosmiddelen

  • In een oplosmiddel  kunnen stoffen oplossen.

  • Vaak gebruik je (gedestilleerd) water als oplosmiddel.


  • Wasbenzine (vet)

  • Alcohol (vet)

  • Aceton (nagellak)

  • Terpentine (verf)

Het oplosmiddel water:

molecuulformule:                        H2O

structuurformule:

wetenschappelijke naam:        diwaterstofoxide

triviale naam:                                  water

kookpunt:                                          100 oC

smeltpunt:                                         0 oC

dichtheid van vloeibaar water: 0,998 g/cm3

Het oplosmiddel water:

Kan in alle drie de fasen op aarde voorkomen:


vast:             s

vloeibaar:   l

gas:              g

Gedestilleerd water

Gedestilleerd water kun je uit kraanwater maken met behulp van een destillatieopstelling. Zie de tekening hiernaast.


= water waar alle andere stoffen uit gehaald zijn

Hydrofiele stoffen: stoffen die goed mengen met water


bv. suiker, ranja, alcohol





Hydrofobe stoffen: stoffen die niet goed mengen met water.


bv. olie, terpentine, wasbenzine, nagellak

Oplosbaarheid en verzadiging

Je kan niet oneindig veel van een stof oplossen in een oplosmiddel.

EN

Je kan ook niet elke stof oplossen in een oplosmiddel.


De oplosbaarheid van een stof wordt gegeven in gram stof dat oplost per liter (g/L) 

oplosbaarheid:



vaste stoffen: hoe hoger de temperatuur, hoe meer er kan oplossen.



gassen: hoe hoger de temperatuur, hoe minder van het gas oplost.



Bindingen tussen op te lossen stof worden verbroken.


Bindingen tussen het oplosmidden worden verbroken.


Nieuwe bindingen tussen oplosmiddel en opgeloste stof ontstaan.

Als je een stof oplost dan verdwijnt deze stof

A

waar

B

niet waar

C


D


Hoe hoger de temperatuur, hoe meer koolstofdioxide in je limonade oplost.

A

waar

B

niet waar

C


D


Wat is bij limonade het oplosmiddel?

A

limonadesiroop

B

water

C


D


Een voorbeeld van een oplosmiddel is

A

chloor

B

allesreiniger

C

schoonmaakazijn

D

alcohol

Hydrofiele stoffen lossen op in ...

A

hydrofiele stoffen

B

hydrofobe stoffen

C

in beide

D

niet

Een oplossing is

A

altijd helder

B

soms helder

C

nooit helder

D

helder met stukjes er in

Lesopdracht

  • Voer experiment 4 van blz. 32 uit

  • Vul het meetrapport in op blz 33, 34

  • Lees hoofdstuk 4

  • Maak vraag 1 t/m 10 van blz. 35 t/m 37