Wind, zeestromen en klimaat (Aardrijkskunde havo), les 2: Examentraining

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Examentraining

Wind, zeestromen en klimaat: zo pak je examenvragen aan

Wolkenpatronen boven Noord- en Zuid-Amerika, satellietbeeld GOES-East, 2014

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: klimaten indelen met Köppen, windrichtingen verklaren, kustklimaten verklaren met zeestromen en voorspellen met de ITCZ.

Items in this lesson

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Examentraining

Wind, zeestromen en klimaat: zo pak je examenvragen aan

Wolkenpatronen boven Noord- en Zuid-Amerika, satellietbeeld GOES-East, 2014

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: NASA Goddard Space Flight Center / Wikimedia Commons, publiek domein

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over windsystemen, zeestromen en klimaten beantwoorden met een klimaatgrafiek, een kaart en een oorzaak-gevolgketen.

This item has no instructions

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is het vraagwoord? Beschrijf, leg uit, toon aan of voorspel.

  • 2. Zoek: welk halfrond, welk seizoen, welke breedte? Kijk in de bron naar druk, wind en zee.

  • 3. Verbind: gebruik het verklarend principe: stijgen geeft regen, dalen geeft droogte.

  • 4. Schrijf: een ketting met doordat en daardoor, en noem gegevens uit de bron.

This item has no instructions

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Vraagtype 1: klimaat indelen (Köppen)

  • Je krijgt een klimaatgrafiek of een tabel met temperatuur en neerslag per maand.

  • Stap 1: kijk eerst of het droog is (B). Stap 2: koudste en warmste maand bepalen de hoofdletter.

  • Stap 3: kijk wanneer de droge tijd valt: f, s, w of m.

  • Zet altijd de getallen uit de bron in je antwoord.

Beschrijvende en classificerende vragen. Laat leerlingen de beslisboom op een kladblaadje zetten. Veelgemaakte fout: vergeten dat het zuidelijk halfrond omgekeerde seizoenen heeft, zodat de koudste maand in juli valt.

Koudste maand 3 °C, warmste 17 °C, elke maand 50-90 mm regen. Welk klimaat?

A

Csa, mediterraan klimaat

B

Dfb, landklimaat

C

Cfb, gematigd zeeklimaat

D

Aw, savanneklimaat

Goed: koudste maand tussen -3 en 18 °C, dus C; geen droge tijd, dus f; koele zomer, dus b. Csa heeft een droge, hete zomer. Dfb heeft een koudste maand onder -3 °C.

Elke maand 27 °C, juni-sept 400 mm, dec-feb 5 mm. Welk Köppen-klimaat? Leg uit.

Goed: Aw. A omdat elke maand boven 18 °C ligt, w omdat de droge tijd in de winter van het noordelijk halfrond valt (dec-feb). De natte zomer past bij de zuidwestmoesson. Kiest een leerling Am met de moesson als argument, bespreek dan dat Köppen dat onderscheid maakt met de neerslag in de droogste maand, en die is hier heel laag. Verwachte fout: B kiezen vanwege de droge maanden, terwijl de jaarsom juist heel hoog is.

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Vraagtype 2: windrichting verklaren

  • Je krijgt een kaart met hoge en lage druk en moet een windrichting aantonen.

  • Wind stroomt van hoog naar laag en buigt af: noordelijk halfrond naar rechts, zuidelijk naar links.

  • Gebruik de wet van Buys Ballot als controle: rug naar de wind, lage druk links (noordelijk halfrond).

  • Noem een wind altijd naar de richting waar hij vandaan komt.

Toepassingsvraag uit de syllabus (Buys Ballot en westenwind in West-Europa). Laat leerlingen pijlen tekenen op de kaart voordat ze schrijven.

Hoge druk bij de Azoren, lage druk bij IJsland. Welke wind krijgt Nederland?

A

Een westelijke wind

B

Een oostelijke wind

C

Een noordelijke wind

D

Een zuidelijke wind

Goed: lucht stroomt van zuid (hoog) naar noord (laag) en buigt naar rechts af, dus uit het westen. Toets met Buys Ballot: rug naar het westen, lage druk (IJsland) links in het noorden. Wie zuidelijk kiest, vergeet de afbuiging.

Leg uit waarom de passaat ten zuiden van de evenaar uit het zuidoosten waait.

Goed: rond 30° ZB ligt hoge druk, bij de evenaar lage druk (ITCZ); de lucht stroomt naar het noorden, naar de evenaar; op het zuidelijk halfrond buigt de wind naar links af; daardoor komt hij uit het zuidoosten. Verwachte fout: naar rechts laten afbuigen zoals op het noordelijk halfrond.

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Vraagtype 3: kaart en kustklimaat

  • Je krijgt een kaart met zeestromen en moet het klimaat van een kust verklaren.

  • Warme zeestroom: zachtere winters en meer kans op regen. Koude zeestroom: koel en droog, vaak mist.

  • Vergelijk twee plaatsen op dezelfde breedte: dan weet je dat de zon niet het verschil maakt.

  • Wissel van schaal: van mondiale stroom naar het klimaat van één kuststad.

Atacamawoestijn (Chili): lage wolken boven de koude zee, kale woestijn op het land

Werkwijzen vergelijken in ruimte en schaalniveaus wisselen. De foto laat de Atacama zien: wolken en mist boven de koude zee, maar kale woestijn op het land. Verwachte fout: koude zeestroom = koude winter; het gaat vooral om droogte. Image credit: European Space Agency / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 IGO

Bergen (Noorwegen) heeft zachtere winters dan Canada op gelijke breedte. Waarom?

A

Een koude zeestroom langs de kust van Noorwegen

B

Een warme zeestroom langs de kust van Noorwegen

C

Oostenwinden die lucht uit Azië aanvoeren

D

Een hogere stand van de zon in Noorwegen

Goed: de Noord-Atlantische Drift (vervolg van de Golfstroom) en westenwinden brengen warmte naar de kust. De zonnestand is op dezelfde breedte gelijk. Wie oostenwinden kiest, draait de windrichting om.

Leg uit waarom de Namibwoestijn aan zee ligt en toch bijna geen regen krijgt.

Goed: langs de kust stroomt de koude Benguelastroom; die koelt de lucht aan de onderkant af; de lucht is stabiel en stijgt niet; daardoor geen wolkenvorming en neerslag (hooguit mist). De subtropische hogedrukgordel versterkt de droogte. Verwachte fout: alleen 'door de woestijn' of 'door de hitte' als oorzaak noemen.

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Vraagtype 4: voorspellen met de ITCZ

  • Voorspellende vragen: wat gebeurt er als de ITCZ of een drukgebied verschuift?

  • Waar de ITCZ komt, stijgt lucht: regentijd. Waar hij wegtrekt, komt dalende lucht: droge tijd.

  • Bedenk welk halfrond zomer heeft: daar ligt de ITCZ.

  • Schrijf als ketting: verschuiving, andere luchtdruk, andere wind, ander weer.

Voorspellend vraagtype uit de syllabus. Laat leerlingen eerst op de kaart aangeven waar de ITCZ in januari en in juli ligt.

In juli ligt de ITCZ boven West-Afrika op 15° NB. Wat betekent dat voor de Sahel?

A

De Sahel heeft dan zijn droogste tijd

B

De Sahel krijgt dan de noordoostpassaat

C

De Sahel ligt dan onder hoge druk

D

De Sahel heeft dan zijn regentijd

Goed: onder de ITCZ stijgt lucht, er vallen buien. In januari ligt de ITCZ zuidelijker en waait de droge noordoostpassaat (harmattan) over de Sahel. Wie een van de andere opties kiest, verwart januari en juli.

De natte moesson in India komt een maand later. Voorspel een gevolg voor boeren.

Goed: de ITCZ en de lage druk boven land schuiven later naar het noorden; de zuidwestmoesson en de regen komen later; boeren kunnen later zaaien of hun oogst mislukt door droogte en watertekort. Het gaat om de ketting van luchtdruk naar wind naar regen naar gevolg. Verwachte fout: alleen 'minder regen' zonder oorzaak of gevolg.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Klimaat indelen met Köppen

2

Windrichting verklaren

3

Kaart en kustklimaat

4

Voorspellen met de ITCZ

This item has no instructions

AARDE · KLIMAATSYSTEEM

Tips voor op het examen

  • Noem bij luchtdruk altijd wat de lucht doet: stijgen of dalen, en wat dat betekent voor wolken en regen.

  • Controleer het halfrond: afbuigen naar rechts of links, en zomer in juli of in januari.

  • Een windrichting is waar de wind vandaan komt, niet waar hij naartoe gaat.

  • Bij een klimaatgrafiek: noem de getallen uit de bron die je keuze bewijzen.

  • Leg bij verklaren de hele ketting uit: oorzaak, tussenstap en gevolg.

This item has no instructions