AARDE · LANDSCHAPSZONES
Examentraining
Landschapszones en landdegradatie: zo pak je examenvragen aan
Tropisch regenwoud van de Amazone bij Manaus (Brazilië), luchtfoto 2011
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Examentraining
Landschapszones en landdegradatie: zo pak je examenvragen aan
Tropisch regenwoud van de Amazone bij Manaus (Brazilië), luchtfoto 2011
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Neil Palmer (CIAT) / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen beantwoorden over geofactoren, landschapszones en landdegradatie met een bron en een oorzaak-gevolgketen.
This item has no instructions
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is het vraagwoord? Beschrijf, leg uit, vergelijk of beargumenteer.
2. Zoek: welke zone is het? Kijk in de bron naar temperatuur, neerslag, begroeiing en gebruik.
3. Verbind: leg een ketting tussen geofactoren: klimaat, begroeiing, bodem, water, mens.
4. Schrijf: gebruik doordat en daardoor, noem het begrip en een gegeven uit de bron.
This item has no instructions
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Vraagtype 1: geofactoren relateren
Je moet uitleggen hoe een verandering in één geofactor andere geofactoren verandert.
Begin bij de geofactor die verandert en ga stap voor stap verder.
Noem bij elke stap welke geofactor het is: klimaat, planten, bodem, water of mens.
Eindig bij wat er in de vraag gevraagd wordt.
Gekapt regenwoud voor landbouw en veeteelt bij Porto Velho (Rondônia, Brazilië), 2020
Verklarend vraagtype met verticale relaties. Op de foto is regenwoud gekapt voor landbouw en veeteelt; een strook bos is blijven staan langs een beek. Laat leerlingen de ketting op de foto aanwijzen. Verwachte fout: stappen overslaan, bijvoorbeeld van kap direct naar woestijn. Image credit: Bruno Kelly, Amazônia Real / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Regenwoud in Rondônia is gekapt voor weidegrond. Wat gebeurt eerst met de bodem?
De bodem wordt vruchtbaarder door de as
De regen spoelt de onbeschermde bodem uit
De bodem bevriest in de koude tijd
De bodem verzilt door zeewater
Goed: zonder bladerdak en wortels vangt niets de zware tropische regen op; voedingsstoffen spoelen uit en de grond spoelt weg. Afbranden geeft kort wat as als mest, maar dat is na enkele jaren op. Wie de tweede afleider kiest, verwart zones.
Leg uit hoe opwarming de begroeiing in de toendra kan veranderen.
Goed: warmere zomers laten de permafrost dieper ontdooien (bodem); de grond wordt anders van structuur en water kan anders afvoeren (water); het groeiseizoen wordt langer; struiken en bomen kunnen verder naar het noorden groeien, de boomgrens schuift op (planten). Verwachte fout: alleen 'er gaat meer groeien' zonder de rol van bodem en groeiseizoen.
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Vraagtype 2: klimaat en zone vergelijken
Je krijgt gegevens over temperatuur en neerslag, of een kaart, en moet de landschapszone bepalen.
Kijk eerst of er meer verdampt dan er valt: dan is het aride.
Kijk dan naar de temperatuur: hoe lang en hoe koud is de winter?
Let op: klimaat- en landschapszones vallen niet overal samen, de grenzen zijn overgangen.
Vergelijkend vraagtype uit de syllabus: vergelijken tussen klimaatzones en landschapszones. Laat leerlingen elke keuze onderbouwen met twee gegevens uit de bron.
Juli 16 °C, januari -20 °C, 450 mm regen per jaar. Welke landschapszone?
Boreale zone met naaldbos
Polaire zone met toendra
Gematigde zone met loofbos
Aride zone met steppe
Goed: strenge, lange winter maar een zomermaand boven 10 °C, genoeg voor bomen: taiga. Polair kan niet, want de warmste maand is boven 10 °C. Gematigd kan niet door de strenge winter. Met zo weinig verdamping in de kou is 450 mm genoeg voor bos. Verwachte fout: door de lage neerslag voor aride kiezen.
Leg uit waarom het zuidelijk halfrond vrijwel geen boreale zone heeft.
Goed: de boreale zone ligt op het noordelijk halfrond ongeveer tussen 50° en 70° NB, midden op grote continenten; op die breedte ligt op het zuidelijk halfrond bijna alleen oceaan en geen groot continent. Het gaat dus om de verdeling van land en zee. Verwachte fout: 'omdat het daar warmer is'.
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Vraagtype 3: landdegradatie en de mens
Je krijgt een foto, kaart of tekst over een gebied waar het land achteruitgaat.
Stap 1: welke vorm is het? Versnelde bodemerosie, verzilting of verwoestijning.
Stap 2: welk menselijk handelen zit erachter? Overbeweiding, ontbossing, irrigatie of drainage.
Stap 3: waarom is juist deze zone er gevoelig voor?
Verzilte grond in de tarwegordel bij Bruce Rock (West-Australië), 2007
Syllabuswerkwijze: processen van landdegradatie relateren aan menselijk handelen. De foto toont verzilting in West-Australië: de boeren kapten de oorspronkelijke vegetatie, die diep wortelde en veel water opnam. Daardoor steeg het zoute grondwater en kwam het zout aan de oppervlakte. Het is dus verzilting door ontbossing, niet door irrigatie. Image credit: Willem van Aken, CSIRO / Wikimedia Commons, CC BY 3.0
Op de foto is witte, kale grond te zien tussen akkers. Welke vorm is dit?
Versnelde bodemerosie
Verwoestijning
Verzilting
Overbeweiding
Goed: het wit is zout aan het oppervlak; er groeit niets meer en bomen sterven af. Overbeweiding is een oorzaak, geen vorm van landdegradatie: dat onderscheid wordt vaak gevraagd.
Sahel: meer mensen en meer vee. Leg uit hoe dat tot verwoestijning leidt.
Goed: meer mensen hebben meer voedsel en brandhout nodig; er komt meer vee en er worden meer bomen en struiken gekapt (overbeweiding, ontbossing); de bodem ligt kaal; wind en regen voeren de vruchtbare bovenlaag af; de bodem houdt minder water vast; het land raakt verwoestijnd. De Sahel is gevoelig door de korte, onregelmatige regentijd. Verwachte fout: alleen droogte of klimaatverandering noemen, terwijl de vraag naar menselijk handelen vraagt.
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Vraagtype 4: duurzaam landgebruik beoordelen
Een probleemoplossende of waarderende vraag: welke maatregel stopt of voorkomt landdegradatie?
Koppel de maatregel aan de oorzaak: tegen erosie op hellingen helpen terrassen.
Tegen verzilting helpen zuinige irrigatie en goede drainage, tegen overbeweiding minder vee.
Beargumenteer: noem wat de maatregel doet met de bodem, en een voorbehoud.
Waarderend vraagtype: oordeel, argument en voorbehoud. Een voorbehoud is bijvoorbeeld dat een maatregel veel arbeid of geld kost, of dat boeren op korte termijn minder verdienen.
Een boer ziet zijn geïrrigeerde akker in een droog gebied verzilten. Wat helpt?
Meer irrigeren zonder het water af te voeren
Zuinig irrigeren en het water goed afvoeren
Het vee langer op de akker laten grazen
De bomen rond de akker weghalen
Goed: minder water betekent minder zout, en drainage voert het zout af. Meer irrigeren zonder afvoer maakt het erger. Bomen weghalen laat het grondwater juist stijgen.
Beargumenteer of terrassen een duurzame maatregel zijn tegen bodemerosie.
Goed: terrassen maken de helling vlak, het regenwater stroomt langzamer en zakt in de bodem, zodat de grond niet wegspoelt; dus duurzaam. Voorbehoud: aanleggen en onderhouden kost veel arbeid, en als het onderhoud stopt, kan de erosie juist toenemen. Verwachte fout: een oordeel zonder argument of zonder voorbehoud.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Geofactoren relateren
Klimaat en zone vergelijken
Landdegradatie en de mens
Duurzaam landgebruik beoordelen
This item has no instructions
AARDE · LANDSCHAPSZONES
Tips voor op het examen
Noem bij een verklaring de geofactoren in een ketting: klimaat, begroeiing, bodem, water.
Houd vorm en oorzaak uit elkaar: verzilting is een vorm, irrigatie een oorzaak.
Bij een zone bepalen: kijk eerst naar droogte, dan naar de lengte van de winter.
Noem bij gevoeligheid wat de zone kwetsbaar maakt: weinig begroeiing, veel verdamping, arme bodem.
Bij beargumenteren: een oordeel, een argument en een voorbehoud.
This item has no instructions