Les 30 april

Vandaag
Opwarmer
Betoog ; schrijfplan afmaken
leestekens


1 / 29
next
Slide 1: Slide
NederlandsEnseignement Secondaire

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Vandaag
Opwarmer
Betoog ; schrijfplan afmaken
leestekens


Slide 1 - Slide

Opwarmer
https://jeugdjournaal.nl/artikel/2612205-dit-was-de-koningsdag-van-de-koning-en-prinsessen


Slide 2 - Slide

Nakijken
schrijfplan














Slide 3 - Slide

Leestekens

Slide 4 - Slide

Welke leestekens gebruik je bij een citaat?
A
Uitroeptekens en dubbele punt
B
Dubbele punt en aanhalingstekens

Slide 5 - Quiz

(Leestekens en spaties)
De minister ........
A
zei: ' Ik wacht af. "
B
zei: "Ik wacht af."
C
zei:" Ik wacht af."

Slide 6 - Quiz

Welke leestekens moet je gebruiken?
Het brugklaskamp ging naar het mooie winderige Texel
A
Punt
B
Komma
C
Uitroepteken
D
Vraagteken

Slide 7 - Quiz

"Waarmee kan ik u helpen?", vroeg de medewerkster.
A
leestekens zijn goed geschreven
B
leestekens zijn fout geschreven

Slide 8 - Quiz

De man fluisterde: "Ik kan niet meer".
A
leestekens/hoofdletters zijn goed geschreven
B
leestekens/hoofdletters zijn fout geschreven

Slide 9 - Quiz

We rijden vandaag door Nederland, België, en Luxemburg.
A
leestekens zijn goed geschreven
B
leestekens zijn fout geschreven

Slide 10 - Quiz

Als je nog vragen hebt, kun je die straks aan mij stellen.

A
De leestekens kloppen
B
De leestekens kloppen niet

Slide 11 - Quiz

Ik vind dit een leuk boek, omdat: ik me herken in de hoofdpersoon.
A
Leestekens zijn onjuist gebruikt
B
Leestekens zijn juist gebruikt

Slide 12 - Quiz

“Heeft u een klantenkaart?” vroeg de kassière.
A
De hoofdletters en leestekens kloppen
B
De hoofdletters en leestekens kloppen niet

Slide 13 - Quiz

Ik denk, dat ik vandaag vrij neem. Jullie ook?
A
Leestekens onjuist gebruikt
B
Leestekens juist gebruikt

Slide 14 - Quiz

De jongen riep: "pas op met oversteken hoor!"
A
leestekens/hoofdletters zijn juist
B
hoofdletters/leestekens zijn niet juist

Slide 15 - Quiz

Verbeter:
De jongen riep: "pas op met oversteken hoor!"

Slide 16 - Open question

In de supermarkt kun je brood, kaas, chips appels en een zak snoep kopen.
A
Alle leestekens staan goed
B
Niet alle leestekens staan goed

Slide 17 - Quiz

Verbeter:
In de supermarkt kun je brood, kaas, chips appels en een zak snoep kopen.

Slide 18 - Open question

Moeder vroeg: "Wil je Lays chips, beschuit en Red Bull als ontbijt?"
A
Hoofdletters en leestekens kloppen
B
Hoofdletters en leestekens kloppen niet

Slide 19 - Quiz

We oefenen met de volgende leestekens: komma, punt, vraagteken en uitroepteken.
A
Goed geschreven
B
Fout geschreven

Slide 20 - Quiz

"Waarmee kan ik u helpen?" Vroeg de medewerkster.
A
leestekens/hoofdletters zijn goed geschreven
B
leestekens/hoofdletters zijn fout geschreven

Slide 21 - Quiz

Youp van 't Hek zei: "Omdat u te laat bent, kunt u weer gaan."
A
De hoofdletters en leestekens kloppen.
B
De hoofdletters en leestekens kloppen niet.

Slide 22 - Quiz

Moeder vroeg: "Wil je kaas, jam of hagelslag op je boterham?"
A
Hoofdletters en leestekens kloppen
B
Hoofdletters en leestekens kloppen niet

Slide 23 - Quiz

Geef ’n ander woord voor leestekens.
A
puntjes op de i
B
accenten
C
symbolen
D
interpunctie

Slide 24 - Quiz

Ik ken de leerstof heel erg goed maar die leestekens vind ik lastig.
Deze zin is goed geschreven.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quiz

*De tafel moet worden gedekt en de glaasjes mogen naar de keuken.
A
Goed
B
Fout

Slide 26 - Quiz

Les 30 april

Slide 27 - Slide

Les 30 april

Slide 28 - Slide

Vandaag
Dia spelling
Koningsdag
Vrijmarkt = rommelmarkt
Oud-Hollandse spelletjes
Leestekens











Slide 29 - Slide