DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Examentraining
Weimar en nazi-Duitsland: zo pak je examenvragen aan
DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Examentraining
Weimar en nazi-Duitsland: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Bundesarchiv / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de
DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over Weimar en nazi-Duitsland beantwoorden: oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bronnen en continuïteit en verandering.
This item has no instructions
DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: bestudeer de vraag en de bron, let op maker, doel en jaartal
2. Zoek: welk begrip uit de stof hoort bij dit voorbeeld?
3. Schrijf: antwoord met een begrip en een verwijzing naar de bron of het gegeven
This item has no instructions
Fakkeloptocht van de nazi's door Berlijn op de avond van 30 januari 1933
DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Vraagtype 1: oorzaken en gevolgen
Onderscheid soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal
Let ook op aanleiding of dieper liggende oorzaak, en op korte of lange termijn
Image credit: Bundesarchiv / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de
Dolkstootlegende als oorzaak van wantrouwen in Weimar: welk soort oorzaak?
Een sociaaleconomische oorzaak
Een cultureel-mentale oorzaak
Een politiek-bestuurlijke oorzaak
Een directe aanleiding
Het gaat om denkbeelden en overtuigingen. Verwachte fout: sociaaleconomisch, dat gaat over werk en inkomen.
Sterk stijgende werkloosheid na 1929: welk soort gevolg is dit?
Een cultureel-mentaal gevolg
Een politiek-bestuurlijk gevolg
Een gevolg van de dolkstootlegende
Een sociaaleconomisch gevolg
Werkloosheid is sociaaleconomisch. Verwachte fout: politiek, want de politieke gevolgen (groei van de NSDAP) kwamen daarna.
DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid
Verklaar gedrag vanuit de kennis en waarden van toen, niet van nu
Vraag jezelf: wat wisten mensen toen, en wat vonden ze belangrijk?
This item has no instructions
Waarom koos Groot-Brittannië in 1938 voor appeasement?
Het wist al van de vernietigingskampen
Het steunde Hitlers plannen voor heel Europa
Het was al in oorlog met Duitsland
Het wilde na de Eerste Wereldoorlog geen nieuwe oorlog
Vanuit de kennis en waarden van toen: de herinnering aan de vorige oorlog. Verwachte fout: het wist al van de vernietigingskampen, dat wist men in 1938 niet.
Waarom hadden veel Duitsers in 1932 geen vertrouwen in de republiek?
Goed: economische crisis, werkloosheid, nederlaag en Versailles, dolkstootlegende. Verwachte fout: antwoorden vanuit wat we nu weten over het nazi-regime.
Boekverbranding op het Opernplatz in Berlijn, 10 mei 1933
DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen
Weeg een bron op betrouwbaarheid en representativiteit
Let op de maker, het doel, het publiek en het moment van maken
Image credit: Georg Pahl, Bundesarchiv / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de
Nazi-krant (1933) prijst boekverbranding: representatief voor alle Duitsers?
Ja, want de krant is van die tijd
Nee, want de krant was propaganda van het regime
Ja, want de krant noemt de datum
Nee, want de krant is te oud
Het doel was steun winnen en de krant was niet onafhankelijk. Verwachte fout: bruikbaar omdat de krant van die tijd is, maar maker en doel tellen mee.
Eén foto van een boycot in Berlijn: zegt dit iets over heel Duitsland?
Ja, alle Duitsers deden mee
Nee, niemand steunde de boycot
Eén voorbeeld, dus niet automatisch representatief
Nee, het gebeurde nergens anders
Representativiteit: één plaats en één moment. Verwachte fout: generaliseren op basis van één foto.
DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Vraagtype 4: continuïteit en verandering
Welke zaken veranderden en welke bleven gelijk?
Let op tempo, duur en schaal van de verandering
This item has no instructions
Wat veranderde in 1933 en daarna het sterkst in het Duitse bestuur?
Van parlementaire democratie naar totalitair regime
Van keizerrijk naar republiek
Van dictatuur naar democratie
Van republiek naar keizerrijk
De verandering was snel: met de machtigingswet werd de democratie in korte tijd afgebroken. Verwachte fout: van keizerrijk naar republiek, dat gebeurde in 1918.
Noem een verandering en een continuïteit in Duitsland tussen 1932 en 1934.
Goed: verandering is het wegvallen van het parlement, continuïteit bijvoorbeeld president Hindenburg tot zijn dood in 1934 of het blijven bestaan van de oude elite. Verwachte fout: alleen veranderingen noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Oorzaken en gevolgen
Standplaatsgebondenheid
Bruikbaarheid van bronnen
Continuïteit en verandering
This item has no instructions
DUITSLAND IN EUROPA · 1918-1945
Tips voor op het examen
Leer de jaartallen 1919, 1929, 1933, 1938 en 1939 uit je hoofd
Koppel elk voorbeeld aan een begrip als machtigingswet of appeasement
Bij bronnen: noem altijd maker, doel en of het representatief is
Bij waarom-vragen: schrijf vanuit de kennis van toen, niet van nu
This item has no instructions