Zelfstandig naamwoord
Wat weten jullie nog?
Zelfstandig naamwoord
Wat weten jullie nog?
Een zelfstandig naamwoord is de naam van een persoon, een ding of een dier
Voor een zelfstandig naamwoord kan je altijd een lidwoord zetten
Lidwoorden: de, het, een
Wat ga je vandaag leren?
- Ik kan uitleggen wat een bijvoeglijk naamwoord is.
- Ik kan een bijvoeglijk naamwoord onderstrepen in de zin.
- Ik kan zinnen maken en bijvoeglijk naamwoorden gebruiken
Bijvoeglijk naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord. Het geeft ook informatie!
Ik heb een hond.
Ik heb een zwarte hond.
Ik heb een kleine hond.
Ik heb een gevlekte hond.
bijvoeglijk naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord
het meisje is klein - het kleine meisje een klein meisje
de fiets is mooi - de mooie fiets
een mooie fiets
bijvoeglijk naamwoord
de man is dik - de dikke man
een dikke man
het huis is groot - het grote huis
een groot huis
bijvoeglijk naamwoord
het bos is donker - het donkere bos
een donker bos
de oma is oud - de oude oma
een oude oma
bijvoeglijk naamwoord
de hond is lief - de lieve hond
een lieve hond
het brood is vers - het verse brood
een vers brood
bijvoeglijk naamwoord
het hek is groen - het groene hek
een groen hek
de boom is hoog - de hoge boom
een hoge boom
bijvoeglijk naamwoord
de kat is grijs - de grijze kat
een grijze kat
de soep is vies - de vieze soep
een vieze soep
bijvoeglijk naamwoord
de veter is los - de losse veter
een losse veter
het kind is boos- het boze kind
een boos kind
bijvoeglijk naamwoord
het ei is kapot - het kapotte ei
een kapot ei
de bal is rood - de rode bal
een rode bal
bijvoeglijk naamwoord
Het kuiken is geel - het gele kuiken
een geel kuiken
De auto is duur - de dure auto
een dure auto
bijvoeglijk naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord. Het geeft ook informatie!
Ik heb een hond.
Ik heb een zwarte hond.
Ik heb een kleine hond.
Ik heb een gevlekte hond.
bijvoeglijk naamwoord
Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord
het meisje is klein - het kleine meisje een klein meisje
de fiets is mooi - de mooie fiets
een mooie fiets
bijvoeglijk naamwoord
de man is dik - de dikke man
een dikke man
het huis is groot - het grote huis
een groot huis
bijvoeglijk naamwoord
het bos is donker - het donkere bos
een donker bos
de oma is oud - de oude oma
een oude oma
bijvoeglijk naamwoord
de hond is lief - de lieve hond
een lieve hond
het brood is vers - het verse brood
een vers brood
bijvoeglijk naamwoord
het hek is groen - het groene hek
een groen hek
de boom is hoog - de hoge boom
een hoge boom
bijvoeglijk naamwoord
de kat is grijs - de grijze kat
een grijze kat
de soep is vies - de vieze soep
een vieze soep
bijvoeglijk naamwoord
de veter is los - de losse veter
een losse veter
het kind is boos- het boze kind
een boos kind
bijvoeglijk naamwoord
het ei is kapot - het kapotte ei
een kapot ei
de bal is rood - de rode bal
een rode bal
bijvoeglijk naamwoord
Het kuiken is geel - het gele kuiken
een geel kuiken
De auto is duur - de dure auto
een dure auto
LET OP!
De spelling 1:
Bij een korte klank zoals: dik-ke / grap-pige
# eerste klankstuk kort + medeklinker (dik, grap)
--> het dikke boek / de grappige man
dus: korte klank a, e, o, i, u - dan
dubbele medeklinker
LET OP!
De spelling 2:
Bij een lange klank zoals: gro-te
# eerste klankstuk lang + een medeklinker, dan
één klinker weg --> de man is groot
de grote man
--> de bal is geel
de gele bal
LET OP!
De spelling 3:
eindigen op -f of -s
- -> f wordt v: de vrouw is lief en doof / de lieve vrouw, dove vrouw
- -> s wordt z: de kat is grijs en boos / de grijze, boze kat
Eduscape: Wie is de dief?
Je oefent rond volgende leerstof:
zelfstandige naamwoorden
bijvoeglijke naamwoorden
trappen van vergelijking
woordenschat
Eduscape: de schat van de farao
Je oefent in deze digitale escaperoom:
de tegenwoordige tijd,
bijvoeglijke naamwoorden,
woordenschat,
voorzetsels.
bijvoeglijk naamwoord
Wanneer een -e als laatste letter?
Je schrijft ALTIJD een -e, behalve wanneer je het lidwoord EEN gebruikt in plaats van HET.
Opdracht
Maak nu de opdrachten op je werkblad
Je mag samen overleggen in je groepje, help elkaar!
Je mag een woordenboek gebruiken, zo weet je
of een woord "de of "het is
Groepjes
1.
2.
3.
4.
Opdracht
Schrijf zoveel mogelijk bijvoeglijk naamwoorden op bij de foto.
Denk goed na hoe je het bijvoeglijk naamwoord schrijft!
Schrijf het zo op:
De ...................... man
De ..................... stoel
Maak een zin met zelfst. nw + bijv. nw
Samenvatting
- Je kunt uitleggen wat een bijvoeglijk naamwoord is.
- Je kunt bijvoeglijk naamwoord(en) onderstrepen in de zin.
- Je kunt zinnen met bijvoeglijk naamwoorden maken.
Hebben we het begrepen?!