Surfen op het internet_zelfstandige opdrachten

Navigeren op het internet
Jullie hebben al een aantal onderdelen van deze les gezien.
Nu gaan we iets dieper hierop in, dit doe je zelfstandig en in je eigen tempo.

(we werken hier meerdere lessen aan, vandaag hoeft niet alles af te zijn)
1 / 34
next
Slide 1: Slide
InformaticaMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Navigeren op het internet
Jullie hebben al een aantal onderdelen van deze les gezien.
Nu gaan we iets dieper hierop in, dit doe je zelfstandig en in je eigen tempo.

(we werken hier meerdere lessen aan, vandaag hoeft niet alles af te zijn)

Slide 1 - Slide

Een internetbrowser
Als je op het internet wilt, open je een browser.
Er zijn verschillende mogelijkheden zoals:
- Google Chrome
- Mozilla Firefox 
- Microsoft Edge            (vroeger 'Internet Explorer')
- Safari                                 (Mac computers)

Slide 2 - Slide

De adresbalk

In de volgende slide vind je een filmpje over de adresbalk.

Zorg dat je geluid aanstaat en je "oortjes" in hebt....

Slide 3 - Slide

0

Slide 4 - Video

URL
Een url is een uniek internet adres en bestaat uit 3 delen.

WWW.CURIO. NL

www = word wide web (wereldwijde web)
curio = eigennaam
.nl = landcode of  exstentie (doel)

Slide 5 - Slide

Navigatieknoppen
De navigatieknoppen vind je bovenaan, links van de adresbalk.
Deze kun je gebruiken om je door de pagina's te sturen.

Op de volgende slide zie je de voorbeelden:

Slide 6 - Slide

Navigatieknoppen
Vorige/volgende pagina
pagina opnieuw laden (vernieuwen)
Naar de startpagina
  • Een pagina vernieuwen: kan je gebruiken als je pagina niet wilt laden. Of als er wijzigingen zijn om deze opnieuw te laden.
  • Naar de startpagina: als je het internet opent via een browser kom je uit op een bepaalde pagina. Dit is jouw startpagina. Deze kun je aanpassen.

Slide 7 - Slide

Navigatieknoppen
  • Vernieuwen = dezelfde pagina opnieuw laden.
  • Startpagina (icoon is niet bij iedereen te zien) deze pagina is de eerste pagina die je ziet als je een internetbrowser opent.

Slide 8 - Slide

favorieten
Vaak aangeduid met een sterretje.


Kijk volgend filmpje om te weten te komen hoe je een pagina/website tot jouw favorieten maakt.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Nu is het aan jou
Maak zelf een favoriete pagina aan.
Je mag zelf kiezen welke pagina.

Slide 11 - Slide

Geschiedenis

Je internetbrowser onthoudt welke websites je allemaal hebt bezocht. 
Deze kan je terug vinden bij instellingen               geschiedenis.
Of
De toetsen ctrl + H indrukken.

Nu zie je per dag per, uur welke website je hebt bezocht. 
Soms is dit gemakkelijk als je een goede/leuke website hebt gevonden maar niet meer weet hoe deze heet.

! DUS LET OP alles wat je doet op het internet wordt bewaard !

Slide 12 - Slide

Probeer het nu zelf

OF
ctrl + H

Slide 13 - Slide

Is het gelukt?
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quiz

Besturingssystemen & toepassingsprogramma's
Dit zijn 2 voorbeelden van software.

  • Besturingssystemen = Het hoofdprogramma
      dat zorgt dat een computer of laptop werkt.
    Bijvoorbeeld: Windows 10
  • Toepassingsprogramma's = Dit zijn programma's waarmee
    ik taken kan uitvoeren.
    Bijvoorbeeld: Word        (tekstverwerking)
Software zijn items op je computer die je niet kan vastnemen
Hardware zijn items die  je kan vast nemen zoals het toetsenbord of de muis. 

Slide 15 - Slide

OPDRACHT:
In de volgende slide moet je de logo's naar het juiste vak slepen.

Is het logo een toepassingsprogramma
of een besturingssysteem.

Slide 16 - Slide

Windows 7
Excel (rekenblad)
MacOS
Spotify
Linux
Virusscanner
Google Chrome
Toepassingprogramma's
Besturingsystemen

Slide 17 - Drag question

Besturingssystemen
  • Windows 10 = laaste versie van het besturingsysteem voor windows computers
  • MacOS = besturingsysteem voor Apple
  • Linux = gratis besturingssysteem
Toepassingsprogramma's
  • Excel = rekenblad, waarin je formules kan gebruiken.
  • AVG = virusscanner om je pc te beveiligen.
  • Spotify = programma om muziek te beluisteren en afspeellijsten te maken. (gratis & betalend)
  • Google Chrome = een internetbrowser.

Slide 18 - Slide

Dataformaten 
Dataformaten ofwel bestandsextensie is het formaat waarin je bestand opslaat. 
Bijvoorbeeld: een foto wordt opgeslagen als .jpg
Je vindt de bestandsextensie achter de '.'

Slide 19 - Slide

OPDRACHT
Kijk op volgende afbeelding welke extensie gevraagd wordt. 

Klik op het juiste antwoord.

Slide 20 - Slide

Welk dataformaat heeft het Word-document?
A
.jpg
B
.xlsx
C
.pptx
D
.docx

Slide 21 - Quiz

Welk dataformaat heeft de Powerpoint-presentatie
A
.jpg
B
.xlsx
C
.pptx
D
.docx

Slide 22 - Quiz

Welk dataformaat heeft de afbeelding?
A
.jpg
B
.xlsx
C
.pptx
D
.docx

Slide 23 - Quiz

Welk dataformaat heeft het Excel-bestand?
A
.jpg
B
.xlsx
C
.pptx
D
.docx

Slide 24 - Quiz

Andere dataformaten
Bestand
Afbeelding
Extensie
Portable document format (PDF)
.pdf
Muziekbestand
.mp3
Videobestand
.mp4

Slide 25 - Slide

Eenheden
Een bestand heeft niet enkel een dataformaat maar ook een eenheid. Deze laat zien hoe groot een bestand is.

Bijvoorbeeld: mijn Word-bestand is 75kB
kB = kilobyte

Slide 26 - Slide

Geheugen
Om een bestand op te slaan moet deze een plaatsje krijgen in het geheugen van je computer, usb-stick of online (bv.  Drive)

Een computergeheugen onthoud alles met bits en bytes.

Slide 27 - Slide

Bit & Byte
Computertaal bestaan uit '0' en '1'. dit noemen we dan 1 bit.
DUS       bit = 1 of 0 (niet beide, het kan slechts 1 teken zijn)

Een byte bestaat uit 8 tekens: een combinatie van 0 en 1.
bijvoobeeld de letter a in computertaal =  01100001

Slide 28 - Slide

Opdracht
Schrijf in de volgende slide het woord "bal" zoals je computergeheugen het zou doen.

Slide 29 - Slide

Schrijf het woord "BAL" zoals je geheugen het zou doen.
Type het woord 
bal
Help!
Het woord bal bestaat uit 3 bytes. (1 byte bestaat uit 8 bits)

Slide 30 - Open question

Eenhedentabel
In de tabel zie je de verschillende eenheden op volgorde.
 
Met enkele voorbeelden.

Slide 31 - Slide

Eenheden
De eenheden kan je vaak aflezen.
Bijvoorbeeld op een USB-stick staat 128 GB. Dit is de totale opslag capaciteit. Er kan maximum 128 GB
opgeslagen worden.

Slide 32 - Slide

Heb je nog vragen over deze les?
Stel ze hieronder.

Slide 33 - Open question

Tijd om te testen!
Ga naar de volgende link om te evaluatie in te vullen.

Slide 34 - Slide