elektriciteit 4.1 & 4.2

-Tas in kast
-laptop, etui,  planagenda en boek op tafel                                           
1 / 39
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

-Tas in kast
-laptop, etui,  planagenda en boek op tafel                                           

Slide 1 - Slide

-Tas in kast
-laptop, etui, planagenda en boek op tafel                                          

Slide 2 - Slide

-Tas in kast
-laptop, etui, planagenda en boek op tafel    

Slide 3 - Slide

-Tas in kast
-laptop, etui, planagenda en boek op tafel                                 

Slide 4 - Slide

huiswerk / plan agenda
vak:          nask
datum:
lesuur:
huiswerk:  maken H4.2 opg. 1 t/m 11  (blz 157 - 161)





Slide 5 - Slide

4.2 spanningsbronnnen
-test jezelf H4.1
-uitleg H4.2 (blz 154)
-vragen maken H4.2 vraag 1 t/m 11
-quiz
-werken aan voertuig

Slide 6 - Slide

test jezelf maken H4.1 
timer
10:00

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

De stroom meten 
 Met een stroommeter kun je meten hoe ‘sterk’ de elektrische stroom door een stroomkring is. 

Je meet  op een bepaald punt in de stroomkring hoeveel lading er in 1 seconde voorbijkomt.
hoeveelheid lading in 1 seconde is de stroomsterkte


 

Slide 9 - Slide

De stroomsterkte heeft als eenheid de ampère (A)
  • Een stroommeter wordt ook wel ampèremeter genoemd.
  • Als de stroomsterkte klein is, meet je de stroom meestal in milliampère (mA).

  • Omrekenen doe zo:   1 A = .........mA                     1 mA = .........A
  • 1 A = 1000 mA 
  • 1 mA = 0,001 A

Slide 10 - Slide

Twee manieren om de stroomsterkte te meten.
De stroomsterkte is op elke plaats in de stroomkring even groot (zie figuur ). Het maakt dan ook niet uit waar je de stroommeter in de stroomkring opneemt: links of rechts van het lampje.

A
A

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

geleider                   isolator
  • wat is een geleider?
  • noem voorbeelden................
  • wat is een isolator?
  • noem voorbeelden..............

Slide 13 - Slide

stroom
  • stroom = ..........
  • hoeveelheid lading / seconde 
  • eenheid van stroom =  ......
  • ampere (A) 
  • dit kun je meten met een stroommeter of Amperemeter

Slide 14 - Slide

Spanning
  • 1,5 V of 9V of 12V ..... wat betekent dat?
  • Dit kun je meten met een spanningsmeter
  • spanningsmeter wordt ook wel voltmeter genoemd

Slide 15 - Slide

Spanning

Slide 16 - Slide

condensator
elektrisch onderdeel dat zich net zo gedraagd als een ballon

Slide 17 - Slide

batterijen
-spanningsbron  waarbij de spanning gelijk blijft. (ballon die niet leeg loopt)
-ieder apparaat is gemaakt om te werken bij een bepaalde spanning.
-meerder batterijen in serie

Slide 18 - Slide

batterijen
herbruikbare batterijen (oplaadbare batterijen)

batterijen in serie schakelen (spanning optellen)
1,5 + 1,5 = 3V

Slide 19 - Slide

aflezen  voltmeter vraag blz 159 
30

Slide 20 - Slide

aflezen voltmeter vraag blz 153 
30

Slide 21 - Slide

aflezen ampere of voltmeter blz 200 en blz 201

Slide 22 - Slide

in de teamtegel mnn staat volgende link:

Slide 23 - Slide

maak de volgende opstelling
TEST: geleiders of isolator: geld, paperclip, gum, hond, enz
A

Slide 24 - Slide

de spanning meten

Slide 25 - Slide

vragen maken

-H4.2 vraag 1 t/m 11  (blz 157-161)
timer
10:00

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

wat is een geloten stroomkring
A
van batterij, via het lampje, terug naar de batterij
B
via de batterij naar het lampje
C
via het lampje naar de batterij

Slide 29 - Quiz

wat is een geleider
A
stof die elektrische stroom geleid
B
stof die elektrische stroom niet doorlaat
C
stof die smelt als er stroom door loopt

Slide 30 - Quiz

1 Ampere (A) is gelijk aan
A
100 mA
B
10000 mA
C
1000 mA
D
0.1 mA

Slide 31 - Quiz

1500 mA is gelijk aan
A
15 A
B
1500000 A
C
0,15 A
D
1,5 A

Slide 32 - Quiz

als je een lampje van 6 V aansluit op een spanning van 12 V dan:
A
geeft het lampje geen licht
B
gaat het lampje stuk
C
komt er groen licht
D
gaat het lampje (heel even) extra fel branden.

Slide 33 - Quiz

Wat is een isolator (elektriciteit)
A
Koper
B
water
C
aluminium
D
hout

Slide 34 - Quiz

Ijzer geleidt elektriciteit.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quiz

Ook in de natuur kun je elektriciteit tegenkomen.

Welk verschijnsel heeft met elektriciteit te maken?
A
Het licht van de zon
B
De warmte van de zon
C
De bliksemflitsen tijdens onweer
D
De donderslagen tijdens onweer

Slide 36 - Quiz

Wat is de spanning van de elektriciteit in onze huizen?
A
20 kV
B
380 kV
C
10 kV
D
230 V

Slide 37 - Quiz

Hoe noemen we de stoffen die elekticiteit niet goed geleiden?
A
stroom
B
statische energie
C
isolator
D
geleiders

Slide 38 - Quiz

hoeveel Ampere geeft de meter aan
5
A
2.9 A
B
29 A
C
0.029 A
D
0.29 A

Slide 39 - Quiz