• al je zintuigen te gebruiken: observeren is meer dan kijken;
• alleen de feiten, de werkelijkheid waar te nemen: wat zie, hoor, voel, proef je écht?;
• goed te luisteren naar de ander: goed luisteren is meer dan horen wat de ander zegt;
• goed te luisteren naar je zelf (wat gaat er in je hoofd om?);
• vragen te stellen (om te checken of het klopt wat je observeert);
• door regelmatig samen te vatten (of je de ander goed begrepen hebt).