Oefenopgave energie
In een flipperkast wordt een balletje van 100g afgeschoten met een veer. De veer levert bij het afschieten een arbeid van 1,25 J op het balletje. Het balletje rolt tegen een helling op. De helling is 80cm lang en 20 cm hoog. Bovenaan heeft de bal een snelheid van 3,85 m/s.
Bereken de wrijvingskracht welke het balletje ondervindt, veronderstel dat
de wrijvingskracht constant is.
Maak gebruik van: