Mentale gezondheid heeft drie belangrijke kanten:
- Denken (cognitief): hoe je over jezelf, anderen en situaties nadenkt.
- Voelen (emotioneel): welke emoties je hebt, zoals blijdschap, somberheid, angst of boosheid.
- Sociaal welzijn: hoe je contact hebt met familie, vrienden en andere mensen om je heen.
Deze drie kanten beïnvloeden elkaar. Als je bijvoorbeeld veel negatief over jezelf denkt, kun je je somber voelen. Daardoor trek je je mogelijk terug en zie je vrienden minder vaak. Zo beïnvloeden denken, voelen en sociale contacten elkaar dus steeds.
Iemand die mentaal goed in zijn of haar vel zit, kan meestal genieten van dingen, met tegenslag omgaan en goede relaties hebben met anderen. Dat betekent niet dat deze persoon nooit somber, bang of gestrest is. Iedereen heeft goede en mindere momenten. Mentale gezondheid zit dus op een soort schaal: je kunt je de ene dag beter voelen dan de andere.
Als iemand minder goed in zijn of haar vel zit, kan dat op verschillende manieren merkbaar zijn. Denk aan negatieve gedachten over jezelf, vaak somber of gespannen voelen, of minder behoefte hebben aan contact met anderen. Gelukkig kun je aan je mentale gezondheid werken. Door bijvoorbeeld te praten met iemand die je vertrouwt, te bewegen, goed te slapen of hulp te vragen, kun je weer beter in je vel komen te zitten. Mentale gezondheid is dus iets waar je goed voor kunt zorgen, net als voor je lichamelijke gezondheid.