H4

1 / 27
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Stoffen 
hoofdstuk 4 

Slide 2 - Slide

Filtreren
Scheidingsmethode: Filtreren
Stofeigenschap: Deeltjesgrootte 
Soort mengsel: Suspensie 

Slide 3 - Slide

Zuivere stof of mengsel

Slide 4 - Slide

 mengsels scheiden= sorteren
  • Een mengsel bevat meerdere molecuulsoorten

  • bij scheiden van mengsels maak je gebruik van stofeigenschappen om de deeltjes te sorteren
  • elke scheidingsmethode berust op een andere stofeigenschap

Slide 5 - Slide

Kookpunt en smeltpunt
§4

Slide 6 - Slide

Stoffen bestaan uit 3 fasen. De overgang van de ene naar de andere fase noemen we faseovergang
- Vloeibare fase
- Vaste fase
- Gas fase
Vast                       Vloeibaar                        Gas

Slide 7 - Slide

Fase
  • Toestand waarin een stof kan voorkomen.
  • Vast
  • Vloeibaar
  • Gas
  • Tijdens een faseovergang (er zijn er 6) zal de stof van fase veranderen.
  • Kookpunt en smeltpunt zijn 2 stofeigenschappen. *
  • Snel verdampende vloeistoffen zijn ook vluchtige stoffen (bv. aceton).

Slide 8 - Slide

Materiaal- en stofeigenschappen
SMELTPUNT EN KOOKPUNT
Je weet dat water (ijs) smelt bij 0 graden Celsius en kookt bij 100 graden Celsius. Iedere stof heeft een smeltpunt en een kookpunt.

Slide 9 - Slide

Het koken van water

Slide 10 - Slide

Smeltdiagram van water
Een stof is vast als de temperatuur ervan onder het smeltpunt zit.
Een stof is vloeibaar als de temperatuur tussen het smeltpunt en kookpunt zit.
Een stof is gasvormig als de temperatuur boven het kookpunt zit.

Slide 11 - Slide

Lijstje van kookpunten en smeltpunten 

Slide 12 - Slide

Veiligheid
- Hoe werk je veilig in het lab?
- Hoe werk je veilig met stoffen ?
- Veiligheidskaart

Slide 13 - Slide

de ontleding van water
  • molecuulformule water: H2O(l)
  • de 2 is hier de index van H
  • die geeft: in 1 molecuul water zitten  2 atomen waterstof 
  • de stof waterstof=H2(g)
  • de stof zuurstof= O2(g)
  • de stof O bestaat niet
  • dus moet je minstens 2 moleculen water ontleden

Slide 14 - Slide

Reactieschema --> reactievergelijking
Reactieschema: in woorden
methaan +  2 zuurstof --> 2 water + koolstofdioxide

Reactievergelijking: in formules
CH4 (g) + 2 O2(g) --> 2 H2O (l) + CO2 (g)

Kloppende reactievergelijking als elke atoomsoort voor de pijl even vaak voorkomt na de pijl.

Slide 15 - Slide

omrekenen oefenen
-273 graden Celsius = 0 Kelvin
0 graden Celsius = 273 Kelvin

25 graden Celsius = .............. Kelvin
-7 graden Celsius = ............... Kelvin
............... graden Celsius = 283 Kelvin
............... graden Celsius = 375 Kelvin

Slide 16 - Slide

Wat zijn stofeigenschappen?
A
Geur, Kleur, Brandbaarheid.
B
Kleur, Warmte, Dichtheid.
C
Geur, Grootte, Dichtheid.
D
Dichtheid, Warmte, Brandbaarheid.

Slide 17 - Quiz


Welke scheidingsmethode zie je hiernaast?
Deze vraag gaat over L2-1 t/m L2-6.
Specifiek wordt hier iets gevraagd over L2-6.
A
Filteren
B
Indampen
C
Destilleren
D
Bezinken en afschenken

Slide 18 - Quiz

Je voegt aan een mengsel van suiker en zand ruim water toe. Je schudt het mengsel langdurig en giet het daarna in een filter.
Wat blijft er in het filter achter?
A
niets
B
suiker
C
zand
D
zowel suiker als zand

Slide 19 - Quiz

Het kookpunt van water (100 graden Celsius) en het smeltpunt van ijs (o graden Celsius) worden gebruikt als ijkpunten bij...?
A
Thermometers die koorts kunnen meten
B
Thermometers die in Kelvin aangeven
C
Thermometers die in graden Celsius aangeven
D
Thermometers die kamertemperatuur meten

Slide 20 - Quiz

Aluminium heeft een smeltpunt van 660 °C en een kookpunt van 2467 °C. Welke fase heeft aluminium bij 1000 °C?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas

Slide 21 - Quiz

Wat is de fase van water
als het 105°C is?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas

Slide 22 - Quiz

Wat staat er op het etiket van een schoonmaakmiddel?
A
gebruiksaanwijzing
B
pictogrammen voor gevaarlijke stoffen
C
tips over het veilig omgaan met het schoonmaakmiddel
D
zowel A, B en C zijn goed

Slide 23 - Quiz

Welk van de volgende gassen is een broeikasgas
A
Koolstofdioxide
B
Methaan
C
Waterdamp
D
Stikstof

Slide 24 - Quiz

Om een verbranding te laten ontstaan heb je het volgende nodig
A
brandstof - zuurstof - ontbrandings-temperatuur
B
brandstof - zuurstof - warmte
C
beginstof - zuurstof - ontbrandings temperatuur
D
brandstof - methaan - ontbrandings temperatuur

Slide 25 - Quiz

Wat is de kloppende reactievergelijking van de verbranding van methaan..?
A
B
C
D

Slide 26 - Quiz

Reken om:
20 oC = . . . . . Kelvin
75 Kelvin = . . . . . . oC

Slide 27 - Open question