Alles herhalen: Nederlands in de klas!

Alles herhalen: Nederlands

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 13 slides, with text slides.

Items in this lesson

Alles herhalen: Nederlands

Wat zijn signaalwoorden?

Signaalwoorden geven verbanden aan tussen zinnen of stukken tekst. Zoals 'maar', 'want', 'dus', 'omdat'.


Het regende hard, daarom ging de voetbalwedstrijd niet door.


Hij oefende veel, waardoor hij een hoog cijfer haalde.


Hoewel hij ziek was, ging hij toch naar school.

Tekstsoorten herkennen

Activerend: laten doen. Amuserend: vermaken. Informerend: informatie geven. Overtuigend: ergens van overtuigen.

Wat wil de schrijver bereiken?

Let op wat de schrijver wil: je informeren, vermaken, overtuigen of aanzetten tot actie.


Bijen spelen een belangrijke rol in de natuur. Ze bestuiven bloemen en planten, waardoor fruit en groenten kunnen groeien. Zonder bijen zouden veel gewassen minder goed groeien. Daarom zijn bijen belangrijk voor mens en natuur.


Wat is dit voor tekstsoort?

  • Activerend

  • Amuserend

  • Informerend

  • Overtuigend





Tekst 1

Doe mee aan de Duurzame Week! Bestel deze week niets online, tenzij het echt nodig is. Moet je toch iets bestellen? Kies dan voor een gezamenlijke bezorging. Vertel ook een vriend of familielid over deze actie. Samen zorgen we voor minder vervuiling!


Tekst 2

Steeds meer mensen bestellen producten online. Daardoor rijden er meer bestelbusjes en wordt meer CO₂ uitgestoten. Daarom is online winkelen slechter voor het milieu dan veel mensen denken. We zouden minder vaak online moeten bestellen.


Welke tekst is activerend?


Welke tekst is overtuigend?


De hoofdgedachte bepalen

De hoofdgedachte is het belangrijkste wat de schrijver wil zeggen in één zin. Zoek naar de kern van de tekst.

Woorden om te onthouden

Moeilijke woorden

Laconiek: zonder emotie

Zelfvertrouwen: in jezelf geloven

Behendig: iets handig doen

Ambities: dromen/wensen


Het voltooid deelwoord

Een voltooid deelwoord geeft aan dat iets al gebeurt of gedaan is.


Bijvoorbeeld: gespeeld, gewerkt, gefietst.



Bijvoeglijk naamwoord van voltooid deelwoord

Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord: de gekookte aardappels, het geschreven boek.

Verkleinwoorden

Een verkleinwoord maak je met -je, -tje, -pje, of -etje. Bijvoorbeeld: boompje, stoeltje, hondje.

Woorden om te onthouden

Moeilijke woorden

Vastbesloten: zeker weten wat je wil

Aanmoedigen: support geven

Flexibel: makkelijk aanpassen

Beïnvloeden: invloed uitoefenen

Reflectie: wat heb je geleerd?

Heb je iets aan deze les gehad?


Waren er dingen die je niet meer wist?