Les - Vrijdag 10 oktober G.Baatsen

Uit eten gaan
A2 groep
Giada Baatsen
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Uit eten gaan
A2 groep
Giada Baatsen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Goedemorgen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Woorden oefenen
Wat moet je doen?
  • Zoek het goede woord bij het plaatje. 

Waarom doen we dit?
  • We oefenen de woorden. Deze woorden staan in Taal Compleet bij thema 2.5 - Uit eten.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

de worst
de appel
de soep
de salade
het broodje met kaas
het broodje met ham

Slide 5 - Drag question

This item has no instructions

de druiven
de taart
de banaan
de geitenkaas
de melk
de melk

Slide 6 - Drag question

This item has no instructions

 Acht nieuwe woorden
Wat moet je doen?
Zoek het juiste woord bij het plaatje.


Waarom doen we dit?
We oefenen de nieuwe woorden. Deze woorden staan ook in praat oefeningen.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

rauw
de jus
het zout
de stamppot

Slide 8 - Drag question

This item has no instructions

pittig
pinnen
aangebrand
het contant geld

Slide 9 - Drag question

This item has no instructions

 Invuloefeningen **
Oefening 1 – Bestellen (vul in) 
Oefening 2 – De klachten vertellen (vul het goede woord in - de cursisten kiezen uit 3 woorden per zin, slechts 1 zin is goed)
Oefening 3 -  De Rekening betalen (vul in)

Wat moet je doen?
Lees de zinnen. Vul het goede woord in.

Slide 10 - Slide

Deze slide is voor de docent.
Oefening 1 – Iets bestellen:

1. Ober: Goedemiddag, wat wilt u drinken?
   Klant: ________ wil graag een cola.
2. Ober: En wat wilt u eten?
   Klant: ________ mag ik de soep van de dag?
3. Ober: Wilt u nog iets erbij?
   Klant: Nee, dank u, dat is ________.

(Vul in:  Ik – Ja graag – genoeg)

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Oefening 2 – De klachten:
1. Mijn eten is ________ (koud / lekker / warm).

2. Er zit een ________ in mijn soep (zout / haar / cola).

3. Mijn vlees is te ________ (rauw / soep / pin).

(Vul het goede woord in)


Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Oefening 3 - De rekening en betalen

1. Mag ik de ________ alstublieft?
2. Ik wil graag ________ betalen.
3. Ober: Wilt u pinnen? Klant: Nee, ik betaal liever ________.

(Vul in: rekening – contant – pinnen)

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

B-fase - volledige dialoog drillen 
De Klachten in een restaurant:

  • Het eten is koud. 

Slide 14 - Slide

De cursisten gebruiken het opdrachten blad in bijlage X (p. t/m ).
C-fase - half open dialogen
De cursisten praten samen in tweetallen.  
De Klachten in een restaurant:

  • Het eten is te zout.
  • Het eten smaakt aangebrand.
  • Er zit een haar in mijn eten.
  • Het duurt te lang: ik wacht al een uur
  • De rekening klopt niet. 

Slide 15 - Slide

Deze dialogen staan in de volgende lesson up slides (slide 18 t/m
Klachten over het eten
Praat in tweetallen 


Slide 16 - Slide

This item has no instructions

De rekening klopt niet
Klant: Hallo ober, kan ik u even spreken? Ik heb een klacht. De rekening _______niet. Er staat ___________ op, maar dat heb ik niet _______.

Ober: Oh, excuses! U heeft _________. Ik haal het _______ van de bon af.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Het eten is koud
  • De klant: “Ober, kan ik u even spreken? 
  • De ober: Ja, [...] .
  • De klant: Ik heb een [...] .  Mijn [...] .”
  • De ober: “Excuses, [...] .” 
  • De klant: ‘’[...], dat is goed. [...].’’
  • • Ober: ‘’Geen probleem.’’


De stamppot

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Mijn gerecht is te zout 
  • De klant: “Ober, [...]. 
  • De ober: Ja, [...]
  • De klant: Ik heb een [...] . Mijn [...] 
  • Ober: “Het spijt me, [...] .”

De stamppot

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Het eten smaakt aangebrand
De klant: “Ober, [...] ? 
De ober: '' Ja, [...] ? 
De klant: Ik heb een [...] . Mijn [..] .”
De ober: 
De ober: “Sorry, [...].”
De klant: Ja, [...]. Dank u wel. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Er zit een haar in mijn eten
  • De klant: “Ober, kan ik u even spreken? 
  • De ober: Ja, ... .  
  • De klant: Er zit een haar in mijn eten.”
  • De ober: ...
  • De klant: Dank u wel. 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Er zit een haar in mijn eten
  • De klant: “Ober, kan ik u even spreken? 
  • De ober: Ja, ...
  • De klant: Er zit een haar in mijn eten.”
  • De ober: ...
  • De klant: Dank u wel. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

D-Fase - vrije dialogen voeren
Snelle cursisten voegen zelf zinnen toe:

De ober:

  • ''Heeft het gesmaakt?''
  • ''Was alles naar wens?''
  • ''Anders nog iets.''
  • Prettig weekend.

De klant:

  • “Dank u voor de goede service.”
  • “Het eten was heerlijk, ik kom zeker terug.”
  • Prettig weekend.

Slide 23 - Slide

Dit is een extra taak voor snelle cursisten. 
Woorden Bingo
Schrijf 4x4 woorden op.

We oefenen nog een keer met de woorden. 
Er staan 16 woorden op de bingo kaartjes.








Maak zinnen met de woorden waarmee je bingo hebt. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Terugkijken
Terugkijken:
  • Wat hebben we gedaan?
  • Welke woorden heb je geleerd?
  • Hebben we de onze doelen behaald? Ja 
  • Nee: Wat moet je doen om de doelen te halen?
  • Wat vind je leuk aan de les?
  • Wat moet ik beter doen als docent?
  • Afsluiting: Woorden Bingo :)

Slide 25 - Slide

This item has no instructions