Waterproefjes uit de Natuur- Groep 5 en 6

Waterproefjes uit de Natuur

Mens en Water

Groep 5 en 6 Voorbereidende les

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuuronderwijsBasisschoolGroep 5,6

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 35 min
Report this lesson

Instructions

Worksheets

Items in this lesson

Waterproefjes uit de Natuur

Mens en Water

Groep 5 en 6 Voorbereidende les

Introductie

Vertel: Binnenkort gaan we naar het Pieter Vermeulen Museum.


Vraag: Wie kent dit museum al? (Indien iemand het museum kent vraag diegene wat die nog onthouden heeft).


Vertel: Maar om te weten wat we gaan doen in het museum, gaan we eerst de voorbereidende les behandelen!


De les kan gedaan worden op alleen het bord of ook met aparte devices, waarbij de leerlingen op eigen device antwoorden kunnen geven.

Dit weet je al

Dit leer je nu

Doen

Terugblik

HOE WERKT HET?

Notitie voor docent: Deze pictogrammen staan op elke slide, zodat er duidelijk is wat de slide inhoudt.


Hallo allemaal!


Mijn naam is Pieter Vermeulen. Binnenkort brengen jullie een bezoek aan mijn museum!


Voordat jullie langskomen, gaan jullie vandaag ontdekken waar het bezoek in het museum over gaat.


Veel plezier en ik zie jullie gauw in het museum!


Notitie voor docent: Lees de tekst voor aan de leerlingen

  • Kan ik uitleggen wat het verschil is tussen verschillende water-leefgebieden (biotopen), zoals de zee, een sloot of een rivier.


  • Kan ik aan de buitenkant (de bouw) van een dier zien hoe het leeft en overleeft in of rond het water.


  • Weet ik dat een museum een speciale bewaarplek is voor bijzondere en oude voorwerpen, en snap ik waarom we die bewaren.


AAN HET EIND VAN DEZE LES . . .

Notitie voor de docent: Lees de tekst voor aan de leerlingen.

WAT IS EEN MUSEUM?

Vertel: Voordat we naar het museum gaan, is het belangrijk om te weten wat een museum is!

Meester Daan gaat dit aan jullie uitleggen.

NOEM DRIE PLEKKEN IN DE NATUUR WAAR JE WATER VINDT

1

minute

00

second

Met devices: De leerling vult het zelf in.


Zonder devices: Bespreek samen in de klas met elkaar wat zij hebben bedacht.


Vertel: Welkom onderzoekers! Binnenkort gaan we naar het museum voor spannende waterproefjes. Vandaag bereiden we ons alvast voor. Op het scherm zie je de eerste vraag. Noem eens drie plekken in de natuur waar je water vindt. Je krijgt één minuut.


Doen: Klik op de timer om de tijd te starten. Bespreek daarna samen de antwoorden


Vertel: Waarom zijn dit nou zulke belangrijke plekken voor dieren? Dat gaan we vandaag ontdekken."



Welke stelling is niet waar?

A

Een eend heeft een ingebouwde zeef in zijn snavel.

B

In een gewone sloot zit zout water, net als in de zee.

C

Sommige insecten kunnen echt op het water lopen.

Vertel: Tijd voor een spelletje om te kijken wat jullie al weten over waterdieren: Twee waarheden en één leugen!

Op het scherm zie je drie stellingen. Twee ervan zijn echt waar. Eentje is compleet verzonnen.


Vraag: Welke stelling is de LEUGEN? Breng je stem uit!


Met devices: Laat de leerlingen zelf antwoorden.


Zonder devices: Laat bij elke vraag de handen opsteken waarvan zij denken dat het goede antwoord is.


Antwoord: Stelling B is de leugen. In een sloot zit natuurlijk zoet water, geen zout water. Maar wist je dat die andere twee stellingen écht waar zijn? Een eend zeeft inderdaad zijn eten uit de modder. En waterlopers (schaatsenrijders) kunnen over het water wandelen.

Vertel: We gaan vandaag kijken naar de plekken waar waterdieren wonen. Deze plekken noemen we ''Biotopen".


Vandaag bekijken we drie leefgebieden die we allemaal heel goed kennen!


Als eerste: de Noordzee. Die is reusachtig en heel erg zout.


Als derde zie je de sloot bij jou in de buurt: klein, rustig en zoet water.


Maar daartussenin ligt iets bijzonders: het Noordzeekanaal!

Dit is een superdiepe waterweg die door mensen is gegraven voor enorme zeeschepen.


En biologisch is het kanaal heel speciaal. Omdat het vastzit aan de zoute zee (bij de sluizen van IJmuiden) én aan zoete rivieren en sloten, is het water hier brak. Dat betekent dat het een mix is van zoet en zout! Dieren die hier leven, moeten dus tegen een stootje kunnen.

Vraag: Hoe helpt de buitenkant van een dier om te overleven.


Vertel: Dieren zijn slim gebouwd. Aan de buitenkant van een dier kun je vaak al zien in welk water-leefgebied hij thuishoort.


Kijk maar eens naar dit dier: de aal, ook wel bekend als de paling!

Dit dier is een echte bewoner van het Noordzeekanaal.


Waarom heeft een paling nou geen brede flappers of pootjes zoals een eend?

Omdat hij diep onder water leeft, vlakbij de modderige bodem. Door zijn lange, slangachtige lichaam kan hij supersnel door het water glibberen en zich verstoppen tussen de grote stenen langs de kant van het kanaal. En zie je hoe erg hij glanst? Een paling heeft een hele dikke, gladde slijmlaag. Die laag beschermt hem tegen scherpe steentjes én helpt hem om te overleven in het brakke water van het Noordzeekanaal. Handig hè, zo'n ingebouwd duikpak?


Doen klik op de hotspots om meer te weten over de paling


Waarom heeft een paling een lang

en slangachtig lichaam

A

Om in bomen te kunnen klimmen.

B

Om makkelijk over de bodem en tussen stenen te kruipen.

C

Om vliegende insecten uit de lucht te happen.

Vraag: Waarom heeft een paling een lang en slangachtig lichaam?


Met devices: Laat de leerlingen zelf antwoorden.


Zonder devices: Laat bij elke vraag de handen opsteken waarvan zij denken dat het goede antwoord is.


Vertel na het beantwoorden van de vraag: Jullie snappen nu helemaal hoe de bouw van een dier helpt bij het overleven. Laten we eens kijken of jullie de fouten kunnen ontdekken bij andere waterdieren in de volgende opdrachten!

Wat hoort waar?

Sleep de juiste kaartjes naar de juiste biotoop




Brak water

De paling

Hoge golven

Zoet water

Grote schepen

Kikkerdril

Zout water

Klein

Vraag: Wat hoort waar?


Vertel: Jullie hebben net goed geluisterd, maar nu is het tijd om zélf in actie te komen! Op het scherm zie je onze drie water-biotopen: de Noordzee, het Noordzeekanaal en de sloot. Daaronder liggen losse kaartjes met kenmerken en dieren.


Met devices: Sleep elk kaartje naar de juiste biotoop. Waar hoort de paling ook alweer? En waar vind je brak water? Succes!


Zonder devices: Laat de leerlingen samen overleggen. Wijs een paar leerlingen aan die de kaartjes naar het goede biotoop slepen.


Wat klopt hier niet?

A

De lange snavel.

B

De grote vleugels.

C

De poten.

Vraag: Wat klopt hier niet?


Vertel: Nu gaan we jullie blik als onderzoeker testen.


We hebben geleerd dat de buitenkant van een dier precies past bij zijn leefgebied.

Op het bord zie je een reiger. Deze vogel leeft rond de sloot en zoekt daar naar lekkere hapjes zoals kikkers en kleine visjes.

Maar er is iets héél erg misgegaan met de bouw van deze vogel. Kijk eens goed.


Met devices: Laat de leerlingen zelf antwoorden.


Zonder devices: Laat bij de antwoorden de handen opsteken waarvan zij denken dat het goede antwoord is.


Vertel na het beantwoorden van de vraag: Deze reiger heeft dikke, harige ijsbeerpoten gekregen!


Vraag: Waarom kan een reiger met deze poten nou niet overleven in de sloot? Wie kan dat uitleggen?


Met die loodzware, harige poten zakt hij meteen weg in de modder en maakt hij veel te veel lawaai. Weg zijn de kikkers!

Stel je voor: deze vis wil verhuizen van de rustige sloot naar het hard stromende Noordzeekanaal.


Vraag: Welk lichaamsdeel (bouw) helpt de vis om te zwemmen tegen de harde stroming? En welk lichaamsdeel zorgt dat hij onder water kan ademen?

2

minute

00

second

Vertel: Jullie zijn tot nu toe individueel bezig geweest, maar echte onderzoekers werken altijd samen in een team!


We gaan een 'Denk-Deel-Uitwissel' doen. Kijk goed naar de vis op het bord.


Deze vis wil verhuizen van een rustig slootje naar het grote, diepe Noordzeekanaal waar het hard stroomt en grote schepen varen.


Op het scherm staat de vraag: Welk deel van zijn bouw helpt hem tegen de stroming? En hoe ademt hij onder water?


Jullie krijgen 2 minuten. Denk eerst even kort zelf na. Draai je daarna om naar je buur. Bespreek samen jullie antwoorden.


Met devices: Laat de leerlingen zelf antwoorden. Wijs na het tonen van de antwoorden een paar duo's aan om hun keuze toe te lichten.


Zonder devices: Wijs na het bespreken een paar duo's aan om hun antwoorden toe te lichten.


Antwoord: Dat zijn natuurlijk vinnen en kieuwen!


Waar woon ik en hoe ben ik gebouwd?

Sleep de juiste kaartjes naar het juiste dier




Glibberig & slangachtig

Springpoten & plak-tong

Noordzeekanaal

Dikke vetlaag & stroomlijnd

Noordzee

De Sloot

Vraag: Waar woon ik en hoe ben ik gebouwd?


Vertel: Als echte biologen gaan we nu een korte analyse doen!


We hebben gekeken naar de Noordzee, het Noordzeekanaal en de sloot. Op het scherm zie je drie dieren staan. Onder elk dier staat een belangrijk kenmerk van zijn buitenkant.


Jouw onderzoekstaak: kijk goed naar de bouw van de dieren. Welke kaartje horen bij welk dier?


Met devices: Sleep elk kaartje naar het juiste dier. Wat voor huid heeft de paling ook alweer? En waar vind je een zeehond? Succes!


Zonder devices: Laat de leerlingen samen overleggen. Wijs een paar leerlingen aan die de kaartjes naar het goede dier slepen.


Bespreek na het beantwoorden de vragen na.


Vertel: De zeehond hoort inderdaad in de Noordzee.

Met zijn dikke vetlaag krijgt hij het daar niet koud en door zijn gestroomlijnde lichaam kan hij supersnel door de harde golven jagen.

Stel je voor dat die grote zeehond in de sloot achter je huis zou zwemmen... dat past natuurlijk helemaal niet!


En de kikker hoort in de rustige sloot, want in de wilde Noordzee zou hij meteen wegspoelen. Jullie hebben bewezen dat jullie heel scherp kunnen kijken naar hoe de natuur werkt.


Een dier heeft een grote, platte staart om mee te sturen, een waterdichte vacht en sterke zwemvliezen. In welke biotoop overleeft dit dier het best?

A

In een diepe, stromende rivier of kanaal.

B

In de wilde, zoute Noordzee.

C

In de droge duinen.

Vraag: Een dier heeft een grote, platte staart om mee te sturen, een waterdichte vacht en sterke zwemvliezen. In welke biotoop overleeft dit dier het best?


Vertel: We zijn aangekomen bij de allerlaatste test van vandaag! Op het scherm zie je de omschrijving van de bouw van een mysterieus dier: een platte staart, een waterdichte vacht en sterke zwemvliezen.

In welk leefgebied kan dit dier het allerbeste overleven?


Klik op de volgende die om te zien welk mysterieus dier het is!


Met devices: Laat de leerlingen zelf antwoorden.


Zonder devices: Laat bij elke vraag de handen opsteken waarvan zij denken dat het goede antwoord is.


Vertel: En het goede antwoord was... A! Maar over welk mysterieus dier hadden we het hier eigenlijk? Kijk maar eens naar het bord... het is de bever! Dit dier leeft in diepe rivieren en kanalen. Zijn platte staart gebruikt hij als een roer om te sturen in de harde stroming, en met zijn zwemvliezen geeft hij extra veel gas. Super scherp gezien, klas!

WAT NEEM JIJ IN JE HOOFD MEE NAAR HET MUSEUM?

1

minute

00

second

Vertel: We gaan bijna afsluiten. Stel je voor: we pakken nu alvast een denkbeeldige koffer in voor onze reis naar het museum. Wat neem jij vandaag mee in je hoofd? Is dat het woord 'brak water'? Is dat 'de paling'? Of 'het museum bewaart oude spullen'?


Met devices: De leerling vult het zelf in.


Zonder devices: Bespreek samen in de klas met elkaar wat zij hebben bedacht.


Doen: Klik op de timer om hem te starten.

  • Kan ik uitleggen wat het verschil is tussen verschillende water-leefgebieden (biotopen), zoals de zee, een sloot of een rivier.


  • Kan ik aan de buitenkant (de bouw) van een dier zien hoe het leeft en overleeft in of rond het water.


  • Weet ik dat een museum een speciale bewaarplek is voor bijzondere en oude voorwerpen, en snap ik waarom we die bewaren.


AAN HET EIND VAN DEZE LES . . .

Vertel: Onderzoekers, jullie hebben vandaag een topprestatie geleverd!


Jullie weten dankzij Meester Daan precies waarom ons museum bijzondere spullen bewaart.


Jullie kennen de drie biotopen én jullie kunnen de bouw van een dier analyseren.


Neem al die kennis en jullie onderzoekende blik mee, want als jullie binnenkort bij ons in het museum komen, gaan jullie zélf als echte wetenschappers aan de slag met spannende waterproefjes.

TOT SNEL IN HET MUSEUM!

Tot snel in het museum!

Waterproefjes uit de Natuur

Mens en Water

Groep 5 en 6 Afsluitende les

Notitie voor de docent: Dit is de Afsluitende les die na het museum bezoek wordt gedaan. Met deze les wordt er geëvalueerd en gereflecteerd op het museumbezoek.

WAT WETEN JULLIE NOG VAN HET MUSEUMBEZOEK?

Vraag: Wat weten jullie nog van het museumbezoek en wat vonden jullie leuk? Geef een aantal kinderen de beurt.

DIERENPASPOORT

Vertel: We gaan een dierenpaspoort maken!


We maken een dierenpaspoort op papier over 1 van de 3 dieren uit de workshop in het museum of die we hebben behandeld in de voorbereidende les. Voor het paspoort moeten we onderzoek doen naar het dier.


Gebruik de vragen in de bijlage als opzet voor het zelfgemaakte paspoort.


TOT DE VOLGENDE KEER IN HET PIETER VERMEULEN MUSEUM!

Vertel: Jullie zijn hele goede onderzoekers geweest!


Hopelijk zien we jullie snel weer in het museum!


Tot dan!