Werken met het assenstelsel
Werken met het assenstelsel
This item has no instructions
Dit ga ik leren
Ik kan de kwadranten van het assenstelsel herkennen en gebruiken om coördinaten te tekenen, een passende stapgrootte te kiezen en een grafiek te tekenen met behulp van een tabel.
De gebruiker gaf meerdere doelen. Deze slide combineert ze in één studentvriendelijke 'Ik kan...'-zin, omdat ze inhoudelijk één leslijn vormen binnen het werken met het assenstelsel.
2-1 assenstelsel tekenen
Een assenstelsel heeft een horizontale as: de x-as
En een verticale as: de y-as
Het snijpunt van beide assen heet de oorsprong
De oorsprong heeft coördinaat (0,0)
Op beide assen werk je met gelijke stapjes
Benadruk dat leerlingen eerst de assen en de oorsprong moeten herkennen voordat ze coördinaten kunnen plaatsen.
De vier kwadranten
Het assenstelsel is verdeeld in 4 kwadranten
Je telt ze tegen de klok in
Rechtsboven: 1e kwadrant
Linksboven: 2e kwadrant
Linksonder: 3e kwadrant
Rechtsonder: 4e kwadrant
Een veelgemaakte fout is de kwadranten met de klok mee tellen. Noem dit expliciet.
Coördinaten lezen
Een coördinaat schrijf je als (x,y). Het eerste getal zegt hoe ver je over de x-as gaat. Het tweede getal zegt hoe ver je daarna omhoog of omlaag gaat langs de y-richting.
Gebruik eventueel de formulering: 'lopen op de gang, dan trap op of af' om de volgorde x daarna y concreet te maken.
Assen en kwadranten
In een assenstelsel is de x-as horizontaal en de y-as verticaal. Het snijpunt heet de oorsprong en heeft coördinaat (0,0).
Controleert de kernbegrippen uit de eerste uitlegblokken.
Een punt tekenen
Begin bij de oorsprong
Ga eerst naar x
Ga daarna naar y
Voorbeeld: (4,-2)
4 naar rechts, 2 omlaag
Benadruk dat negatief op de x-as naar links is en negatief op de y-as naar beneden.